Mark
van Tongele
ging met de plezierboot mee
via Atlas@A'dam:
hij doet dat in toegankelijke en als reeds eerder
en vaker gezegd in soms bijna delirisch klankrijke verzen
met woorden als 'plofzangdagklankgewaarwording'
of 'zevendegehemeltetongs'
die bepaald geen
uitzondering
zijn!
EEN
van die
gedichten heet "Woordparelduiken"
en dat is dan ook precies wat hij doet.
Hij duikt oude, vergeten woorden uit de Van Dale op en brengt ze aan het licht en hij voegt er de wonderlijkste nieuwvormingen
van eigen vinding
aan toe?
ZIJN
credo:
"parasolmier of streepsteelveldridder, /morselilalellespel ermee".Spel, spelen, speel ermee. Het liefst gelardeerd met humor:
"Nachtegaalrietzanger zijn bij de bron der rampen. De lach loont het woord~ / spel.
De lach beschermt de taal tegen verstarring,
tegen rouw~
beklag".
Echt
virtuoos
wordt zijn klankspel dan ook
wanneer hij er een al even virtuoos
[
virtueel cyberspeciaal]
beeld mee weet samen te klinken:
"een bellefleurende regen~ / boog bekleurstoofd
door lichterikende water~
druppels".Van Tongele
WEET
natuurlijk van de onafwendbaarheid van dood en verval,
maar wenst er zich als dichter
niet bij neer
te leggen.
De taalroes dient,
met 'uitjubelingen' & 'lichtzinnenrinkeldekinkel',
de dood tijdelijk mentaal
uit te bannen.
ZO
kan hij,
illusoir, per gedicht
wel te verstaan, wel degelijk grote triomfen vieren.
Vandaar ook zo'n puur poeticale {op de poezie ZELF betrekking hebbende} uitroep als:
"laat me in tolsnaam taalrebels tareparelgespeld".Waarmee hij zeggen wil [ik citeer her en der]:
laat mij taalklateren & woordparelduiken,
laat mij zingen op de 'toonladders van het lot
',
laat mij 'zonneschiks
' 'lierelaaien
', 'de lijkenluiken schalmen
'
[=dichtspijkeren], 'ogenblikken munten
' &
'pontificeren in licht~
spellingszaken
'
...
DAT
het akoestische
ZO
overheerst,
is voor Van Tongele dus noodzaak.
Dat zijn evidente klankvirtuositeit
een enkele keer afzakt naar een ietwat bedenkelijk niveau
zij hem vergeven:
hij zet alles
op de troefkaart van 'plezierwerk' & 'zingezang'
en zet zichzelf als dichter soms
met zelfspot te kijk:
"Het is een vrolijke,
een wonderlijke sijs! / zonnezeverbaard,
woordparel~
zaaddrager"!
Het
klinkt misschien
wat ouwbollig in
sommige mydioortjes
~ die wonderlijke sijs vooral ~
maar is even typerend als functioneel.
Want de sijs neem het in deze gedichten op tegen de zeis,
de menselijke zangvogel tegen de
zwijgende onbevattelijkheid
van de dood.
Als
klankmagier is
Van Tongele
ZO
bedreven
dat je onmogelijk
voor zijn poezie ongevoelig kunt blijven?
Hij pakt je ~
'zonnetongue in cheek' ~
gemakkelijk in met zijn
"zonnehellebaardiers~
plezier"...
Iemand
die het lexicon
ZO
op z'n kop weet te zetten
dat de fraaie vondsten je om de oren vliegen
is aangenaam om
te lezen!
Iemand die
tegen de dood in
zo zangerig kan 'spelen in de ogenblikkenbak'
frappeert.
En tovh.
Het gaat allemaal wel heel
ERG
om het spel,
dat de dichter ook zonder zijn doodsbesef wel ~ 'tiereliere schuieren' ~
gespeeld zou
hebben!
MEER
dan:
"MENSCH DURF TE LEVEN!"zegt deze poezie
kort samengevat
niet
...
DIE
boodschap is
even schraal als clichematig?
En ook al kiezen deze gedichten vaak het ruime sop,
de ruimte van het volledig leven
waar Lucebert o.a. van spreekt
zit er [nog] zelden
in?
NIET
al te
diepgravend kortom, maar
daarom nog wel heel
kunstig op zijn tijd. zoals
't titel~ & tevens kadergedicht
illustreert?
VEEL
termen en
uitdrukkingen hierin hebben
'n nautische betekenis!
Maar meer dan dat is het vooral ook hun klankkleur die je 'doodaardig' en in je zondagse zeemanstenue
{"onder je toppenend staan" namelijk} uiteindelijk in de stemming brengt voor trots [als een roerganger
immers] EN plezierig
kimduiken & glim~
pieperen.
"Met de pleizerboot mee
Zich doodaardig de lenden gorden.
De dagwaak slaan.
Niet als galeislaaf
die op maat de dekken schuurt
met stenen en zand.
Maar als een roerganger
hoogtij vierend in de branding
onder je toppenend staan
en kimduiken, glimpieperen,
pretoogjes parelen."



