Maar op dien grond [ondertusschen]
bouwen de H.Euangelie-schrijvers de voornaamste waarheid van 't z.g. Christendom,
en de H.Lukas beroept zich in zijn tweede boek op veele gewisse kentekenen,
die zy veertig dagen lang van 's Heilands opstanding kregen,
ZIJNDE VAN HEN GEZIEN!
Zouden de tekenen wel GEWIS,
en onwederspreeklijk zijn, indien het geen zy GEZIEN hebben, konde betwist, en verdacht worden? Zouden alle de verschijningen van JC na zijn opstanding wel eenige klem,
indien zy hem NIET gezien hebben,
als zy hem ZAGEN?
Maar zo onbetwistbaar als ooggetuigen zijn, zo onbetwistbaar zijn ook de verschijningen.
Wie zulks begeert te zien, sla zijn oogen op onzen tekst
{LOEK XXIV:36-48}: daar komt JC IN 'T MIDDEN der vergaderde Discipelen,
die met aandacht de wedergekeerde EMMAUS-GANGEREN hoorden, en WENSCHT HEN VREDE:
maar zy VERBAASD, en VOL SCHRIKS, beelden zich dwaaslijk in. EENEN GEEST te zien,
waar over hy die ligtzinnigen bestraft, en vermaant HUNNEN EIGEN OOGEN te geloven,
geen bygelovige wanbeseffen te maken, maar zijne HANDEN en VOETEN
te beschouwen, en daar uit besluiten, dat HY 'T ZELF ware,
en geen gewaande GEEST, die noch VLEESCH,
noch BEENEN heeft, gelijk zy voor
HUNNE OOGEN ZAGEN,
dat hy hadde.
Om hen buiten allen twijfel te helpen,
en krachtiger te overtuigen, EET hy eenen GEBRADEN VISCH, en HONINGRAATEN, die hem worden toegereikt, en nuttigt die spijze VOOR HUNNE OOGEN. Dus maakt hy ze
tot GETUIGEN, & heilboden deezer zijner opstanding,
hy opent hun VERSTAND, hy geeft hen
't regt BEGRIP DER H.SCHRIFTEN,
hy geeft hen last, om zijn HEIL-
RIJK op te regten, hy grond
hunne zending op 't geen
zy gezien hebben, en
als ooggetuigen,
onwraakbaar verkondigen
moeten.
Zouden de zinnen dwalen, zouden die bedriegen, en zo hoogwigtige waarheden daar op gebouwd zijn?
Laat ons tot overtuiging van allen,
die twijfelen en lochenen, of JC waarlijk zy opgestaan,
dit bewijs van onze Euangelist, en d'onfeilbaarheid der ooggetuigen nader onderzoeken,
en daar in acht geven op deeze drie Hoofdzaaken: I.
Op de verschijninge van JC;
II.
Op de onderhandelinge met de Discipelen;
&
III.
Op de blijken,
dat JC de Koning Israels zy.
Ik
heb hierover
niet zo'n eenvoudige
eenduidende verklaring bij de hand
tussen geboorte & kruisiging [& wat er daarna gebeurde].
Maar laat een ieder alsjeblieft maar geloven wat hij/zij wil als dat bevrediging schenkt
aan 'n jeukend lichaam & 'n zoekende ziel naar verkoeling,
verwarming, verhitting
& 'g ds genade'
of hoe men 't
ook graag
placht & pleegt
te noemen via verschillende gelovigen,
hun pronkzuchtige priesters, delibererende dominees, variabele voorgangers & behangers.
'n Ieder ziet, hoort, verstaat, begrijpt, ziet in & uit, hoopt op, verlangt naar & ervaart eigen hersenspinsels
aangaande wat men beleeft tussen eigen ontstaan & vergaan:
als men maar niet weer met geweld wil gaan opdringen
& afdwingen, verdoemen & zegenen, heiligen,
beveiligen, insnoeren, inpakken &
verdogmatiseren wat niet
te verstenen is
omdat het alleen maar
leeft bij de gratie van de 'levende
g d' die altijd aanwezig komende is onder &
in ons dag in dag uit, nacht na nacht, stap voor stap, woord voor woord,
zin voor zin verrassend & onverwacht, kleur-, zin- & levengevend
& schoonheid schenkend aan 'g ds hele schepping'
die doorgaat ook in ons
& alles wat wij op
onze beurt weer
doen en
laten
...

