Dat is dus de ToM in werking: bepaalde toestanden i/d werkelijkheid vatten we op als tekens die duiden op de aanwezigheid van 'iets dat iets wil', 'n intentionele actor, zoals 'n roofdier, menselijk wezen (of plantaardig gebeuren).
Door deze hyperactieve ToM proberen we nu voort-durend om zin & betekenis te vinden in 't leven van alledag, alsof er 'iemand' (of 'iets'

verantwoordelijk is voor datgene 'wat ons overkomt'. Zo ontstaat religie. Bering (duidelijk dus NIET Behring AB!) beschrijft hoe gelovigen gebeurtenissen die op zich zinloos & vol-komen toevallig zijn, duiden als tekenen op hun levenspad, hoe ze vragen naar de zin van 't bestaan & onrustig worden van weten-schappelijke verhalen over toeval & willekeur, en hoe ze, in JB's woorden, 'n bovennatuurlijke God 'verzinnen' als de ultieme bron van zin & betekenis.
Volgens JB is God 'n 'adaptieve illusie', 'n bijproduct van onze ToM die de illusie van 'n zinvol bestaan schept. We verzinnen 'n alziende & alomtegenwoordige God als waarborg voor de morele orde v/d wereld & v/d samenleving.
Als Gods oog alles ziet, dan zal iemand minder gauw geneigd zijn om moreel uit de band te springen, & daar is de stabiliteit v/d samenleving mee gediend. 't Geloof in 'n God heeft zo dus ook evolutionaire voordelen, maar 't is & blijft 'n fantasieproductie.
JB is atheïst & de theorie die hij in z'n boek uiteen-zet, strookt volledig met z'n atheïsme. Daarmee rijst meteen de vraag hoe objectief JB's verhaal is. Volgt uit de cognitieve benadering van religie onomstotelijk dat God & geloof (volkomen) illusoir zijn?
In dat kader is 't interessant om te kijken naar 'n geheel andere inter-pretatie v/d Amerikaanse cognitiewetenschapper Justin Barrett, die aan de universiteit van Oxford werkt.
Net als Bering, beschrijft Barrett in z'n boek
Why Would Anyone Believe in God? wat wetenschappers momenteel weten v/d relatie tussen religieus geloof & de wer-king van onze hersenen. In essentie verschilt Barretts boek dus niet veel van dat van Bering.
De evolutionaire verankering van godsge-loof i/d hersenen, zegt Barrett, is nu juist 'de manier om God te kennen'.
't Feit dat ons godsgeloof zo verweven is met de evolutie maakt dat onze hersenen functioneren als 'n soort van antenne, die gelovigen in staat stelt om af te stemmen op de frequentie van God.
Barrett stelt uiteindelijk dat geloven in God 'natuurlijker' is dan atheïsme, omdat gelovigen eigenlijk gewoon hun (ware) geaardheid volgen, terwijl atheïsten tegen hun geaardheid ingaan. Justin Barrett is net als Jesse Bering 'n kopstuk v/h huidige cognitiewetenschappelijk religieonder-zoek.
Maar Barrett is OOK 'n protestants-evangelicale gelovige. Barretts boek is wetenschappelijk zuiver, maar tegelijkertijd heeft 't 'n apologetische inslag.
Waar Bering de cognitiewetenschappen gebruikt om z'n atheïsme te onderbouwen, daar lijkt Barrett diezelfde weten-schappen te gebruiken om de redelijkheid v/h geloof in God te verdedigen. Beide typisch menselijk wat mij betreft: 't past in m'n straatje ...

't Optikken duurde wat langer wegens bezoek uit Japan & A'dam: vandaar de vertraging.
