Anyway,
in zo'n visie
is g d [noodlot/toeval/natuur/cultuur/bewustzijn/worden
e.d.] niet meer zoals vroeger wel gedacht werd 'almachtig',
'alwetend', 'alziend' als opperbaas & overlord, dictator of verleider
al dan niet verborgen in hemel of hel en plantaardige, dierlijke & menselijke substanties:
vrijheid wil beleefd zijn in woord & daad, twijfel en zekerheid, dwars door alle tijden en plaatsen heen.
"G d" is althans tegenwoordig nu niet meer in die ouderwetse zin 'oppermachtig'
dat hij alles nu al zou kunnen wat hij zou willen doen ...?
Mensen hebben dat alles onder woorden gebracht
en omgevormd in de loop
van talloze eeuwen!
Die verouderde manieren
passen niet meer in z'n geestelijker wijzen van omgaan
met mens en werelden.
G d kan ons nu
niet meer zomaar behoeden voor alle onheil
dat in deze wereld nog aanwezig
blijkt te zijn.
WEL
kan "hij/zij/het"
in mensen 'als vanouds'
kracht en moed stimuleren om het in moeilijke omstandigheden
- alleen of met elkaar -
uit te houden en ondanks alles staande te blijven
zolang het nog gaat
...
OOK
is g d aanwezig in het beroep
en de oproep dat hiervan uitgaat naar anderen
om liefde te tonen & zo hulp te kunnen bieden,
bijvoorbeeld overal waar ziekte en
natuurgeweld keer op keer
blijven toeslaan
...
Maar G d
kan niet meer
als ooit voorheen
die rampspoed in de natuur
of het kwaad dat mensen elkaar nu
berokkenen zomaar keren en/of met krachtige toverspreuken,
oppeppende slogans, ellenlange leuzen, prachtige processies & allerlei automutilaties stoppen
zoals sommige mensen nog wel denken her en der die 'bidmarathons' organiseren
& vreemd bijgeloof in stand zouden willen houden al of niet tegen beter weten in.
WEL kan dit een reden zijn om je nood ook nu
te gaan klagen [hoe, waar en wanneer
dan ook], met de roep of het niet
anders had gekund
[als emotie]!
Het is
volgens velen
veel gezonder om
die klachten & twijfels
niet langer meer te blijven inslikken
maar in alle vrijmoedigheid als het ware bij wijze van spreken en schrijven
'bij g d neer te leggen'
of 'te bezingen'?!
Tegelijk echter
moeten we onder ogen zien
dat het leven op aarde altijd weer schaduwzijden zal houden
& dat sommigen daar [veel] meer mee te maken krijgen dan anderen.
Die ongelijkheid en eindigheid zitten helemaal ingebakken
in dit bestaan tussen 'dezen & genen',
komen & gaan, lichamelijkheid
& onze 'ziel'!
Dat alles
kan ons 't zicht op g d
doen verliezen, terwijl ook
het omgekeerde mogelijk is: dan beseffen de
mensen hoezeer ze 'g d' eigenlijk nog steeds wel nodig hebben als troostende aanwezigheid,
als 'n soort van spiegelende plaatsvervanger en
verborgen bondgenoot in onze strijd
tegen het kwaad
& verleidingen.
Deze benadering
van G d als Geest, als bron
van alle ware levenskracht & liefde, nodigt mensen uit om zo
weer op zoek te gaan naar sporen van 'hem/haar/het'
in dit ondermaanse bestaan
tussen zonnestanden.
Want
op allerlei
manieren kan deze
[door onszelf ontdekte &
gekoesterde] 'g d' [die soms ook zelf ieder
initiatief lijkt te nemen] zich onder en in ons laten gelden
en iets openbaren van die
Aanwezigheid
in ons.
In de schepping
en in de geschiedenis,
in ontmoetingen met de ander[en]
en in onze eigen allerdiepste emoties,
in momenten van grote vreugde maar evengoed in al die perioden van groot verdriet en diepe verlatenheid: 'g d' is in deze optiek niet allereerst [zoals ooit] 'in de bijbelboeken' of 'in de kerk' te vinden
als ikoon, beeld, afbeelding, ritueel of gekrakeel, maar in de wereld,
ook onder plant, dier
& mens
........
In
ons mydileven
van alledag kan zo iets
[meer] oplichten van zo'n troostende,
uitnodigende, uitdagende aanwezigheid:
daarbij kan [ook] een kerk [o.i.d.], vertrouwd als zij is met de ervaringen van mensen door
de eeuwen heen bij mensen van alle tijden en plaatsen, de hulp bieden die nodig is bij deze zoektochten naar g d. Zij kan laten zien dat dit tegelijk een zoektocht is en blijft naar waarheid en wijsheid, naar goed-heid en geluk, en naar recht en gerechtigheid. Daarbij mag de kerk [etc.] op mensen zo 'n sterk beroep blijven doen om NIET langer meer als vernietiger van de schepping zich tegenover g d op te stellen, maar
als geheime verborgen bondgenoot en als medescheppers
& verantwoordelijken
naast hem/haar
te staan.
Al
deze hier
beschreven benaderingen van
de afgelopen jaren kunnen aangemerkt worden
als geesttheologie: g d is geest en bezieling, beleving van het onzichtbare,
tedere, mededogende &
geduldige recht
...
Deze
belevingen kunnen
zich beroepen op allerlei
bijbelse [en andere] bronnen zoals o.a. in Genesis I: 'r
werd verteld dat hij/zij bij 'de schepping' als geest boven 'de wateren' zweefde,
om zo leven te kunnen cre-eren op een aarde die toen nog woest en doods was
['tohoewawohoe']: deze benaderingen vinden dan zo ook een passend gevolg in 't NOT
als zich daar via Yochanen, Yehosjoea & Sjapo 'n "Geestchristologie" in ons aandient.
Want daar komt Yesjoea in beeld ['volgens
de profeten'] als de mens
die vol is van deze nu
o zo creatieve
geest van
G d.
We
kunnen er
eigenlijk nog niets
van zeggen maar toch niet nalaten
om het te blijven
betrachten in
woord en
daad
...



