om de Apostelen deeze goede boodschap te brengen, en naar GALILEEN te wijzen.
WANT
DE spraak
VAN JC WAS
DEEZE VROUWEN, DIE ZO
LANG MET HEM VERKEERD HADDEN,
VOLKOMENTLIJK BEKEND, EN LIET DE MINSTE TWIJFELING NIET OVER.
Zo kende hem MM aan zijne stem, en zeide RABBOUNI, dat de hoogste eernaam was,
dien de JOODEN hunnen Leermeesters geven konden.
Nergens word in "G ds woord" iemant, die uit den dooden opgewekt is, spreekende ingevoert,
dan JC alleen. LAZARUS was opgewekt, maar zijne woorden staan niet geboekt.
Veele rechtvaardigen waren verrezen by den kruisdood van JC, maar schoon zy buiten twijfel gesproken hebben, nergens leest men, wat zy na hunne opstandinge zeiden.
JC spreekt, en zijne rede word nauwkeurig aangetekent, om dat hy alleen waardig is gehoort te worden, en heil-bevelen geven kan, als de waare Leeraar der gerechtigheid, en groote Koning Israels.
Zo moest de Masjiach na zijn kruislijden gezien, en gehoort worden.
TOEN ONTWAAKTE IK, uit mijn dood-slaap. zegt de Messias, EN ZAG TOE, EN MIJN SLAAP WAS MY ZOET,
WANT IK HEBBE DE VERMOEIDE ZIEL DRONKEN GEMAAKT, EN IK HEBBE ALLE TREURIGE ZIELE VERVULD.
verkwikt en verblijd, en gerust gestelt; gelijk hy door deeze troost-taal doet, als hy zegt: VREEST NIET!
Zo bad hy ook: VERLOS MY UIT DES LEEUWEN MUIL, ZO ZAL IK UWEN NAAM, door mijn lijden geheiligd,
MIJNEN BROEDEREN BEKEND MAKEN.
Gelijk hy hier doet door de vrouwen.
Dit is ook de waare gerechtigheid, die nu aangebragt was, en de grond zoude zijn van alle rust en vreugd.
WANT EEN OOGENBLIK IS 'ER IN "G DS TOORN", MAAR EEN LEVEN IN ZIJNE GOEDGUNSTIGHEID, DES MORGENS WAS 'er nu GEJUICH, DAAR 'S AVONDS WAS GEWEEN GEWEEST!
De BOODSCHAP, dieJC haar aanbeveelt, kan niet verdicht zijn. Want de uitkomst in GALILEEN
zoud de logen aanstonds beschaamt hebben. Hoe welgevoeglijk was 't ook, dat KRUISGEZANTEN
van 's Heilands opstanding aanstonds verstendigt, en volkomentlijk overtuigt wierden.
Want zoude geheel de Christenheid op die hoofd-waarheid gebouwt worden, zo moesten ZY daar van
niet onkundig, of in twijfel zijn, DIE JOODEN en HEIDENEN daar toe overhalen, en tot JC
en 't heilrijk brengen moesten.
Hoe konden zy anderen leren, het geen zy zelfs niet wisten?
Hoe konden zy ook zieltroostrijker verzekering horen, dat JC hen nog beminde,
en voor zijn heilboden hield, schoon zy hem alle VERLATEN, en Petrus zelfs driewerf verlochent hadden, dan in, en door het liefde barend woord, BROEDEREN?
Dien hy een broeder-zucht toedroeg: dien hy geen dienstknechten, maar vrienden noemde,
dien hy den kindergeest verworven had, en wel haast schenken zal,
en in de heerlijkheid des Vaders doen ingaan.
Moest CHRISTOS niet,
gelijk wy zo even by DAVID hoorden,
zijns Vaders NAAM, en deugd, en
gerechtigheid, en waarheid
ZIJNEN BROEDEREN
bekend maken?
Is
dat niet
het zelfde, dat
hy de vrouwen gebied:
GAAT,
ZEGT MIJNEN
BROEDEREN?
Is
dat niet
het eenig en
volkrachtig middel,
om 't heilrijk op te
rechten, en als
Koning te
heerschen?
