Zo
heeft elke
tijd z'n eigen
eigen~aardigheden en onhebbelijkheden:
men komt vanuit een [on]bepaald voorgeslacht of weg naar
wel of geen nageslacht en vult de tijd
daartussen op met
allerlei ditjes
& datjes.
Van
de weeromstuit,
de zoete inval
& de soete suykerbol,
zien we dan ook herhaaldelijk
dat de kloosterhervormingen die sinds de 10de eeuw
als periodieke bewegingen optraden, 'n toenemende neiging vertonen
om ook in de wereld door te dringen: de jongere [bedel~]orden, de 13de-eeuwse franciscanen & dominicanen, vestigden zich bij voorkeur in de steden en wijdden zich aan onderwijs en prediking
met het doel om de geest in de wereld te doen doordringen,
maar daarmee stelden zij zich zelf des te meer
ook bloot aan de invloeden
van 'de wereld'
...
Voor die
broederschappen des gemenen levens,
op het einde der 14de eeuw ontstaan, is die verwereldlijking der kloosters,
ook en zelfs in het bijzonder van de bedelorden, zo een afschrikwekkend voorbeeld,
de geestelijke nood van de leken in de verwarring van de tijd zo een dwingend feit,
dat zij zich aanvankelijk uitsluitend tot de leken richten
en de kloostergemenschap
verwerpen.
Dat is zeker
een van de gronden geweest
waarop de latere hervormde kerkhistorici de moderne devotie
tot een voorloper der hervorming hebben verklaard
en haar stichter Geert of Gerrit Groote van Deventer
tot de Johannes de Doper
van het protestantisme.
Het recht daartoe kan men hun moeilijk ontzeggen.
De lijnen
die zij getrokken hebben
van de middeleeuwse ketterijen,
van waldenzen {zie Voghera '62/'66}
en katharen {voor mij zoals Uri Davis & Danny Boyarin} via
het beroep op de leken en het belang van het persoonlijk geloofsleven bij de moderne devotie naar
het individualistisch christendom van de grote zestiende~eeuwse ketterijen is meer dan een historische
constructie. Alleen zouden we verder kunnen gaan en in dat lijnenstelsel ook Franciscus opnemen wie lang
de kettermuts boven het hoofd hing en aan de andere kant wijzen op een niet minder organische ver~
binding van de broederschappen met Loyola om zo ongemerkt over te gaan op het lijnenstelsel der
katholieke kerkhistorici die met niet minder recht Geert Groote, de ketterjager, opeisen
als een gehoorzaam zoon van de voortdurend aan zichzelf gelijkblijvende
en zich van binnenuit regenererende
moederkerk.
Anyway,
dat is juist het heerlijke
aan onze eigen myditijdreizen door diverse landen en streken:
met een beetje geluk heb je enkele tientallen jaren waarin je kennis en deel kunt nemen
aan "what's going around & coming around" aan kinderlijkheden, puberteitstijden, modefratsen &
'waar dat allemaal vandaan kwam & heen op weg is' ~
't enige wat je hebt is hier en nu, maar nooit zonder
relaties met verleden
& toekomst
...