Tegen dit rationalisme kwam 'n tegengeluid vanuit
(ka/db blz. 175) 'n mystieke beweging van Poolse, Galicische, Wit-Russische & Litouwse joden, die uitliep in 'n opstand tegen 't modernisme & de moderniteit: in 1735 verklaarde ene Israel ben Eliëzer (1698-1760), 'n arme joodse herbergier in 't zuidoosten van Polen, dat hij 'n BAÄL SJEEM geworden was, een 'meester v/d Naam', één v/d talloze 'gebedsgenezers' die over 't platteland van Oost-Europa rondtrokken, predikend i/d naam van 'G d'?! 't Waren (alweer/alreeds) bittere tijden voor de joden in Polen: de joden die de grote pogroms tijdens de opstand v/d boeren tegen de landadel (zie ook 'boyarin'/bojaren & de broertjes Jonathan & Daniël Boyarin) (1648-1667) hadden overleefd, bevonden zich in een erg kwetsbare & economisch achtergestelde positie. De kloof tussen rijk en arm werd steeds groter, en veel rabbijnen trokken zich terug in de studie v/d Thora zonder zich verder nog om hun gemeenten te bekommeren? Die Israel ben Eliëzer bracht vervolgens 'n soort van hervormingsgezinde beweging op gang & raakte ook nog eens bekend als de BAÄL SJEEM TOV (Meester v/d Goede [= HEILIGE] Naam), oftewel de BESJT, en was een leer-meester van uitzonderlijk hoog aanzien! Tegen 't eind van z'n leven had hij al meer dan zo'n 40.000 volgelingen, de chassidiem of 'getrouwen' ...
De BESJT beweerde dat hij niet door G d was uitverkoren omdat hij de Talmoed had bestudeerd, maar omdat hij traditionele gebeden met zoveel vuur & concentratie reciteerde dat hij een extatische éénwording met 'G d'/'g d' had bereikt: ànders dan de rabbijnen uit de talmoedische periode, die vooral geloofden dat thorastudie BELANGRIJKER was dan gebed, stelde deze 'BESJT' contemplatie voorop ~ 'n rabbijn moest zich niet tussen z'n boeken begraven & de armen verwaarlozen! De chassidische spiritualiteit was gebaseerd op Isaak Loeria's mythe v/d zg. godde-lijke vonken die i/d stoffelijke wereld gevangen zaten, die door de BESJT in positieve zin werd uitgelegd als de alomtegenwoordigheid van g d ...
In èlk materieel object, hoe basaal ook, zat 'n sprankje v/h goddelijke, & geen enkele handeling - eten, drinken, vrijen of zakendoen - was profaan & door voortdurend 'n eigen (&/of gezamenlijke) houding aan te nemen van DEVEKOET (gehechtheid & toewijding), cultiveerde 'n chassied ahw. 'n continu besef van G ds 'aanwezigheid'?! De chassidiem gaven uitdrukking aan dit verhevigd bewustzijn in extatisch, luidruchtig, rumoerig bid-den, onderstreept door buitensporige lichaamsexpressie ~ zoals 't maken van salto's die 'n totale omkering symboliseerden ~, waarmee ze zo hun hele wezen ìn hun eredienst legden.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende