Dus maar
gewoon doorgaan en
duimzuigen, doorbladeren, weggooien en
blijven vastleggen wat er op
DIT moment blijkbaar
toe doet?
~
Laat ons
nog maar even
een laatste myDi~staaltje tonen
van Yeshu's nieuwe vrijheid
aan de hand van de meest beroemde
van alle parabels:
"Een vader had twee zonen ..."
Misschien was hij ZELF wel ooit zo'n
'verloren zoon'?~
HOE
ga je om
met iemand die je publiekelijk afschrijft?
HOE spreek je tot een 'tegenstander' die allang uitgemaakt heeft
dat je gezag verderfelijk is
en dat je niet langer
aan te horen
bent?
~
Yeshu vertelt
myDi~verhalen en ~gelijkenissen!
HIJ kiest het medium van het verhaal, de parabel ...
ZIJN verhaal is kleurrijk en boeiend,
zo nu en dan
zelfs
vertederend,
maar juist dan ook
schokkend?
~
Is die vader niet
TE goed?
Zo'n feest inrichten voor een 'zondaar'
die thuiskomt?
~
Yeshu
maakt duidelijk
WAT hij precies bedoelt wanneer hij 'tafelgemeenschap' aanvaardt
en die zelfs zoekt met 'tollenaars en zondaars'.
De ergernis van de oudste zoon beantwoordt dan ook volkomen
aan de zeer begrijpelijke ergernis van de 'vromen' en de 'rechtvaardigen',
de Farizeeen en de
schriftgeleerden.
~
Zoals zij daar
op de stoep staan
van Yeshua's huis {zie Luc 15:1~2} en
kritiek hebben op zijn vriendelijk onthaal van erkende 'zondaars',
ZO blijft in het verhaal de oudste zoon ook buitenstaan
en wenst aanvankelijk geen deel te hebben
aan het feest voor
zijn broer?
~
Voor de tweede keer
komt de vader naar buiten.
En iedereen houdt zijn adem in:
WAT zal hij, de vader,
NU tot zijn oudste zoon
kunnen zeggen?
En dieper:
wat zal Yeshu,
in de rol van de vader {?},
kunnen zeggen aan het adres van zijn 'tegenstanders',
de Farizeeen,
voor wie hij deze parabel
ten beste geeft?
~
De woorden zijn ontwapenend eenvoudig en
verschrikkelijk lief:
"Jongen,
jij bent altijd bij me
en alles wat van mij is, is van jou.
Maar feest moest er zijn en vrolijkheid,
want die broer van jou
was dood en is weer levend geworden,
hij was verloren en is
teruggevonden."~
Yeshu
riskeert alles.
Hij legt aan de Farizeeen zijn eigen 'g*dsrelatie' voor,
want ZO staat Yeshu zelf tegenover zijn 'hemelse Vader':
"ALLES is mij door de Vader overhandigd" {Mattai 11:27};
"ALLES wat van mij is,
is van U" {YOCH 17:10} ...
~
Deze
volstrekte openheid en wederkerigheid
in een gedeelde intimiteit
blijken voor Yeshu geen persoonlijk voorrecht,
voor HEM ALLEEN gereserveerd:
ZIJ zijn de diepste werkelijkheid voor ELKE Jood binnen
zijn verbondsrelatie
met "G*D" ...
~
rood]
Yeshu
reikt die ongehinderd aan
als de toegang tot een vrije 'g*ddelijke' gemeenschap
die hij uit ervaring kent
en met allen wil
delen.
~
Dat DIT
onmiddellijk gevolgen heeft
voor de relatie tot de 'anderen', blijkt uit de slotzin:
terwijl de oudste zoon sprak van 'die zoon van u',
zegt de vader: "die broer van jou" ...
Wie de Vader kent, kent de Zoon;
wie de Zoon van de Vader kent,
herkent zijn broeders.
~
In die ene parabel
zien we de hele rijkdom
van het gerijpte leven dat aan de 'tweede retraite' ontspringt:
we verwonderen ons hoe krachtig en kwetsbaar Yeshu
zijn 'vijand' inderdaad 'liefheeft',
hoe handig hij daartoe het medium van de parabel weet aan te wenden,
en hoe zijn spreken eens temeer zuiver wortelt
in een transparante verhouding
tot die "Vader die in het verborgene is".
Zalig, heel zeker,
wie hem hierin
weet te
volgen!
~
STOP ...
TAKE FIVE!
TAKE IT EASY!
TURN ON, tune in
& 'retreat' ...
IF you
can?
~

