't myditovervischje van piggelmee {& z'n vrouwtje}

Ik
kom bijna
elke dag weer
zoveel interessants & leerzaams
tegen dat ik het nu haast niet meer kan bijhouden,
en ik leef nog wel zo'n minimalistisch leven
qua eenvoud, simplisme, lage inkomsten en lage uitgaven
~ gewoon gezond eten, vroeg op & laat naar bed,
zo nu en dan een middagdutje
& wat fietsen.

Wel
elke dag
de trouwe ochtendkrant
met de verdieping en vrij nederland
volzin plus gespreksleesgroep.
Ik ben nu eenmaal altijd al een simpele ziel geweest
met een eenvoudig leven, veel dromen en tekenen.
Maar wel vreselijk nieuwsgierig, warhoofdig, vergeetachtig,
eigenwijs zwervend op goed geluk jarenlang door tientallen landen,
tijden, culturen & fantastische 'psychedelische' randgebieden
van mensheid &
al die
'evoluties'.

Wat
mogen we
hopen?
DAT
we mogen
hopen!

Sinds
de zogenaamde
Verlichting is de gebruikelijke vraag
geworden:
"Is hoop wel rationeel?"

En het gebruikelijke antwoord is dan ook:
"Nee, dat niet, maar zonder
kunnen we
niet
!"


Hoop
is een illusie
[en wat eigenlijk niet?],
maar om [verder] te kunnen leven,
hebben we deze illusie{s} wel nodig!
Zo wordt die vraag wat we mogen
en kunnen hopen in alle scherpte gesteld
en ook vaak nader geinterpreteerd?
Theoretisch laat onze hoop
zich niet echt rechtvaardigen,
maar om gewoon praktisch te kunnen leven,
hebben we de overtuiging wel nodig dat 'het leven' ergens toe dient.
Deze praktische noodzaak is dus in onze ogen dan ook meestal nu
wel degelijk 'n vorm van rationaliteit.
Want uiteindelijk is rationaliteit zelf
telkens weer afhankelijk van de
hoop, namelijk hoop dat door
rationeel te denken enig
verder & nader inzicht
kan worden opgedaan
door iedereen zo
nu &
dan?!

We
kennen de
waarheid niet, maar
de inspanningen van de wetenschap om onze kennis te vergroten,
zal ons wellicht iets nader bij 'de waarheid' brengen.
Zou dat niet zo zijn, dan verliest wetenschap haar zin.
Ons leven kan al zinvol worden ervaren als 't ergens op gericht is.
Als er geen hope [dope & 'bekering'] is, op iets meer inzicht in de waarheid
of de mogelijkheid tot go{e}dheid, dan is
ons verlangen ernaar
ook zinloos
geworden.

Het
is dus
rationeel om te hopen,
omdat rationaliteit zelf alleen nog maar kan bestaan
in een kader van hoop. Je hoopt echter niet omdat het moet:
we leren van elkaar om te leven en hoe we [iets beter] met elkaar om kunnen gaan.
Levend in het spoor van iemand anders
kunnen we ons verlangen naar geluk als zinvol ervaren,
omdat het hopen zelf een soort van vervulling is
geworden en blijkt te zijn.

Wie werkelijk
hoopt op geluk,
die heeft dat geluk dan ook in zekere zin, zij het
dan als mogelijk perspectief ~ het geeft onze voorlopige grenzen
en mogelijkheden aan en
een horizon.

In religies
staat deze perspectief gevende levenswijze
in het spoor van 'de ander' dan ook meestal best wel geheel centraal:
van [verre] voorouders, de aartsvaders & ~moeders, Mosjee & de profeten, Yesjoea &
Mohammed, Krisjna, Boeddha, zieners,
kunstenaars, dromers,
psychedelici e.d.

Dus komt er met al
dat ogenschijnlijke verdwijnen van religie & ideologie
[of hoe je het ook maar wilt noemen] haast automatisch
'n gebrek aan hoop, behalve op de meest basale zaken als voldoende gezond voedsel,
fris helder water, de ene of andere manier van opvoeding,
scholing, studie, werk & 'iets zinvol & aangenaams'
om te doen.

Praten we over integratie,
dan zeggen we vooral wat mensen moeten kunnen,
'zijn' & geloven om erbij te mogen horen. Hetzelfde zeggen we ook tegen onze kinderen
als we ze op school "burgerschap" trachten bij te brengen & het proberen te oefenen in het mens{elijker} worden. Alsof alles is gerealiseerd en goed leven alleen nog maar mogelijk zou zijn binnen
'de gegeven kaders'.

Zouden we goed leven weer als een
'verhoopt' doel kunnen zien, dan kunnen we de eigen inbreng van nieuwkomers
door geboorte en van de nieuwkomers door integratie weer gaan beschouwen als van levensbelang.
DAN
kan hun duidelijk worden dat ook
ZIJ
'van belang & van betekenis' zijn:
dat hun [eigen] inbreng verwacht wordt
en op hun [eigen] inbreng gehoopt mag en kan worden.
We kunnen best wel zonder religie,
zolang de hoop die in religie nu eenmaal centraal staat
WEL
'elders' leeft:
in maatschappelijke idealen,
in visioenen van 'n goed & beter leven,
in ons verlangen om er voor [sommige] anderen
echt toe te doen,
gewenst en gewaardeerd
te zijn.

Als het zicht op deze hoop
~ op al die idealen, visioenen, verlangens & [on]mogelijkheden ~
helemaal zo nu en dan verloren dreigt te gaan,
DAN
is onze nieuwe bezinning daarop
[op religie/filosofie]
van zeer groot
belang.

Niet
zozeer om
weer te leren
hopen, want dat kunnen
we immers
TOCH
niet laten:
maar om opnieuw
te kunnen ontdekken dat we
MOGEN
hopen en dat visoenen,
idealen en verlangens
GEEN
illusies zijn
[volkomen onmogelijkheden
en/of vormen van zwak- &
krankzinnigheid]!

Zij
zijn 'stardust':
de menselijke{r} grondstof
van de samenleving en de basis
van haar onderlinge samenhang
[en onszelf
& elkaar]!

Centraal
staat dan
die boeiende interesse
die ons leven zingeeft in alle afwisseling,
eentonigheid, verwardheid
EN
[zo nu
en dan weer]
doelgerichtheid.

blozen
07 apr 2008 - bewerkt op 07 apr 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende