Gelijk
de oude
Ya'akov niet konde
geloven, dat zijn geliefde
YOSEEF leefde, als men hem die blijmaare bracht!
WISTEN ZY, DAT HET DE HEERE WAS, WAAROM ZOUDEN ZY GEVRAAGT HEBBEN, "WIE ZIJT GY"?
Als of die vraag NOODIG ware geweest: maar was 't NIET van NOODEN?
Waarom VOEGT 'ER YOCHANAN BY, ZY DURFDEN NIET VRAGEN,
ALS OF 'T NOODIG WARE GEWEEST,
DIE VRAAGE TE DOEN?
Zegt hier weder AUGUSTINUS,
en antwoord daar op:
ZO KLAAR WAS DE WAARHEID VAN 'S HEILANDS OPSTANDING,
DAT NIEMANT DAAR AAN TWIJFELEN KONDE, VEEL MIN
DIE WAARHEID WRAKEN.
Dit
is ook
de meininge van
onzen Euangelist, en toont
dar 'er geene de minste bedenklijkheid by de Discipelen ware,
wie deeze mogt zijn: nademaal zy volkomen overtuigd waren, zelfs THOMAS,
die voorheen niet gelooft, en getwijfelt had,
dat YEHOSJOEA by hen, en
waarlijk opgestaan
was.
En
wie zoud
twijfelen, na zo
klaare en veelvuldige bewijzen.
YESJOEA treed toe, neemt het BROOD,
deelt het uit aan ALLEN, desgelijks ook den VISCH,
en geeft dus zijnen zeven Discipelen een verkwikkenden ONTBIJT,
wie zoud ook de zijnen voeden,
dan hy, die
het BROOD
des LEVENS
is?
Maar
of YESJOE
doe eenen gebraden
visch hebbe uitgedeelt, die
op de koolen lag, en gebraden was,
eer de Discipelen aan land kwamen, is niet zeker te bepalen.
Hoewel het Grieksch opsalion, dat in 't eenvoud staat, ons schijnt dien eenen visch aan te wijzen:
en dit is daarom te graatiger van de Ouden aangenomen, om daar in volgens hunne gewoonte,
weder zinspelingen te vinden: want door het BROOD verstaan zy de ALVOEDENDE kracht,
en "G dheid" van JC door den VISCH de MENSCHEID van den Heiland,
waar in hy geleden heeft. Gelijk wy zo even Augustinus
zo hoorden spreken.
En
gelijk JC
hier spijze TOEBEREID
en verschaft, vinden zy daarin hemelheerlijkheid,
die ons is toebereid, en de
bruidloft des Lams
daar boven.
In
't ZEVENTAL
vinden zy de algemeene
Christlijke Kerke, en het vol getal der geroepenen en gelovigen,
die aan JC en alle zijne bond- en heil-goederen gemeenschap hebben,
hier aanvankelijk in genade, en hier na in vol genot
van hemel-heerlijkheid
...
MIDDEN
in 't hart
van de mensheid
schuilt de diepste zin van ons bestaan:
teder, open, echt, medelevend, zorgzaam,
nieuwsgierig, aanvaardend, opstandig, evenwicht
herstellend & verdergaand op die ooit
ingeslagen wegen van uniek
leven op aarde
in ons
...

