Zwervende zomervogels komen aan mijn venster om te zingen en vliegen weg. En gele herfstbladeren, die geen liederen hebben, dwarrelen en vallen daar neer met een zucht.
O, troep van kleine vagebonden op de wereld, laat Uw voetspoor achter in mijn woorden.
De wereld doet haar masker van ontzaglijkheid af voor haar minnaar. Zij wordt klein als een enkel lied, als EEN enkele kus van het eeuwige.
Het zijn de tranen van de aarde, die haar glimlach in bloei houden.