Alles wat we doen en laten komt neer op "DOEN!" & "NIET-DOEN!"
Iets doen
en/of niet-doen
komt in de eerste plaats neer
op allerlei puur lichamelijke reacties en pas daarna
vormen we ook nog eens een geestelijke wereld die verschillende overwegingen
mee in 't spel brengt van ineens plotsklaps beslissen of nader overwegen, afwegen, zien & herzien om dan 'iets te doen' en ook niets doen is een vorm van doen? De vraag is dus waar [hoe/wanneer/waarom] we ertoe komen te handelen of niet! Zoiets blijkt terug te gaan tot de verste oertijden waar eencelligen reageren op donker & licht, beweging & stilstand, warm & koud, plezier/pijn e.d. Aan het andere gebeurende/toekomstige 'einde' staat een beslissing over wel of niet
op aarde kunnen blijven wonen & 'ergens anders'
ons thuis te vinden!
Daartussen komen we elkaar tegen als geniale idioten, natuur- & cultuurmensen, believers & unbelievers?
Kijkend naar mezelf kom ik ons ook allemaal tegen als plantaardig, dierlijk, menselijk, 'goddelijk' e.d. ...
Je kunt zoiets ook
overduidelijk tegenkomen bij mensen als 'n Uri Davis, Danny Boyarin, David Flusser & Pinchas Lapide, Jiddu Krishnamurti, Mahatma Gandhi, Yochanan & Yehoshua
[& alle andere 'profeten']
...
Neem je dienst
of weiger je dienst [aan/in wat dan ook], protesteer je wel of niet [tegen wie dan ook], wil
je {her}kennen of {ont}kennen, met of zonder fantaie [in welke richting?], ga je na hoe iets ontstaat en ook weer vergaat, hoe we onthouden & vergeten, laten gebeuren of ingrijpen,
risico's nemen & ontwijken?
Nog maar even kijken
wat Mat Gargon er 300 jaar geleden van zei op grond van zo'n 1700 & meer daar-voor!
Wat liefde-blijken men geven mag, om zijne hartgrondige toegenegendheid, tot 't geliefd voorwerp
te bewijzen; noit straalt die krachtiger door, dan, als men zijn leven niet dierbaar acht, en vrij- en blij-wil-lig opzet. Want nadien ons niets zo waard, als onz leven is, gelijk hy,
die 'n logenaar is van den beginne,
nochtans met waarheid zegt:
HUID VOOR HUID, EN AL WAT DE MENSCH HEEFT,
ZAL HY VOOR ZIJN LEVEN VERZETTEN!
Nadien, zeg ik,
ons niets zo waard is,
als onz leven, zo konnen wy ook geen onbetwistbaarder
bewijzen van ongeveinsdheid geven, dan 't leven liever te missen, als 't geliefde voorwerp. Zo leest men
van Kodrus, Koning van ATHENEN, dat, als zijn land foor veele en magtige vijanden afgelopen was, en hy
geen middel wist, om het dreigend geweld te stuiten, "APOLLO" raadpleegde, en tot antwoord kreeg, dat
hy door 's vijands hand moest sneuvelen,
of land en stad zien
te gronde gaan.
[Vergelijk dat maar rustig en op je 'gemak'
met alle verhalen over de eerste mensachtigen tussen de ijstijden & broeikaseffecten, 't
hanteren van 'g d' [&/of allerlei afgoden/idolen/zondebokken & wat al niet!] & 'gebod', bezettingen & de ballingschappen, migraties & deportaties, emigratie & immigratie, diaspora's, shoah/holocaust, terrorisme & 't bouwen van palissades, muren, prikkeldraadversperringen, mijnenvelden, 't chipgebeuren, satellieten
& dag- & nachtcamera's, infrarooddetecties tot en met 'paranormale' experimenten met lsd, vaccins, leef- & sterftradities, massa-executies, genocide & kindsoldaten, baby-, vrouwen- & meisjeshandel of wat voor andere vorm van wrede moord & doodslag, primitieve &/of
geavanceerde vorm van manipulatie dan ook!]
Anyway,
hoe zoet 't leven hem mogt wezen,
veel dierbaarder was hem 't welzijn van rijk & volk: hy neemt
een manmoedig voornemen, verkleed zich in geringe & gescheurde kleederen, neemt eenen hoop rijs op den schouder, & de sikkel in de hand, begeeft zich dus onkennelijk in eenen dikken drom vijanden, kwetst 'er moedwilliglijk eenen, en word aanstonds van de menigte,
tot wraak huns medemakkers,
wreedlijk gedood.
Zo veel vermogt de liefde op dien roemruchtigen Koning.
Iets diergelijks
vind men in de Romeinsche geschiedenissen:
want als het allesbeheerschen ROMEN, door een alvernielende pest aangeatast,
en een gapende poel in 't midden der stad geopend was, die niet konde gestopt worden, wat men daar ook in wierp, voorspelden de wicchelaars, dat het gebied van ROMEN eenwuigdurend zoude zijn,
indien men daar in wierp, het geen ROMEN ontzachlijk maakte,
waar uit Kurtius, een kleokmoedig jongeling, overdenkende,
dat 'er niets zo voortreflijk in de stad ware, dan dapperheid
en wapenen, besloot met zijn wapentuig te paard te stijgen,
en zich in dien grondloozen poel te werpen,
om zijne vader-stad te verlossen,
en eene eeuwigdurende heer-
schappij te verkrijgen
...
Hy komt
met zijn krijgs-
cieraad kloekmoedig aangereden,
geeft het paard de spooren,
en springt onvertzaagd in
de opgespalkte aarde.
Straks word 'er
van alle de borgers,
ter eeren des jongen helds,
zo veel rijs, takken, vruchten,
en alles, als om strijd boven op geworpen,
dat de poel gevuld, en d'aarde
gesloten wierd.
Wie
zag oit
stouter daad, en
sterker liefde tot
het vaderland?
Genoeg voor nu!
Er komt geen einde aan?
Ik heb altijd het gevoel dat ik tijd tekort kom
om alles door te lezen en op te schrijven: 't is teveel!
Beter dus maar beperken tot hoofdzaken als dat mogelijk is.
En niet teveel afdwalen, alles tegelijk willen doen en/of er
met de pet naar gooien &
helemaal niets
doen.
