"De vervolging van 'de gemeente{n} van G d' van 't begin tot 't einde & back again"
1 Tessalonici
Polos, weSilwanos, weTimotios el-kehilat haTaslonikiem beelohiem haav oevaadon Yeesjoea haMasjiach: nodeh leelohiem al-koelchem bechal-eet behazkier etchem bietfiloteinoe: bezachreenoe tamied liefnei haelohiem avienoe et-poal emoenatchem wygiat ahavatchem wesavlanoet tikwatchem laadoneinoe Yeesjoea hamasjiach! Van Paulos,
Silvanos & Timotios
a/d gemeente in Tessalonica,
die toebehoort aan G d, de Vader, en de Heer Yesjoea de masjiach:
genade zij u & vrede!
Wij danken G d altijd voor u allen:
wij noemen u onophoudelijk in onze gebeden en gedenken dan voor onze G d en vader
hoeveel uw geloof tot stand brengt, hoe krachtig jullie liefde is en hoe standvastig je blijft hopen
op de komst van Yehosjoea de Masjiach,
onze Heer &
Meester.
Het klinkt allemaal nog wat ouderwets omslachtig,
ingewikkeld, onduidelijk & op grote afstand misschien vanwege dat tijdsgat van bijna tweeduizend jaar met hier hebben we waarschijnlijk toch de allervroegste brief van Paul in handen:
we kunnen evan uitgaan dat hij deze brief heeft geschreven in 50nC, in Korintos,
waar hij op zijn zogenaamde tweede zendingsreis was aangeland
{volgens Handelingen 18}?
In 1 Tessalonici 2:14vv
moedigt hij die gemeente van Tessalonica aan
om standvastig te blijven in alle tegenstand die zij ervaren en een voorbeeld te nemen
aan de gemeenteleden in Yehoedah/Judea die ook vervolging van hun geloofsgenoten hebben ondervonden. Hij zegt het ongeveer als volgt:
"Geliefden,
het is jullie vergaan
net als G ds gemeenten in Yehoedah die Yesjoea de masjiach toebehoren.
Jullie hebben even zwaar onder jullie stadsgenoten geleden als zij onder de Joden:
die hebben de heer Yesjoe en de profeten gedood en ons tot het uiterste vervolgd.
Ze mishagen G d en zijn dan ook alle mensen vijandig gezind,
omdat ze ons beletten om aan andere volken bekend te maken hoe ze kunnen worden gered.
De maat van hun zonden raakt nu vol, & G ds veroordeling
is ten volle over hen gekomen!" Het is dus best wel een felle tekst waarin
deze laatste apostel naar zijn inzicht
z'n eigen volksgenoten
aanklaagt.
Iets
dergelijks is
nog steeds van toepassing
over de hele gespleten 'bewoonde wereld'?
We voelen bedenkingen opkomen wanneer hij spreekt over Joden,
'die G d niet behagen en tegen alle mensen ingaan',
omdat we weten dat er in die oudheid [ook al] een sterk anti-sjemitisme leefde,
maar we moeten & mogen ook bedenken dat
deze "Sjapo" zich niettemin in
ALLE opzichten JOOD
voelde en hier
dus ook 'in
eigen vlees
snijdt'?!
Wat zegt hij van zijn volksgenoten?
Allereerst
dat zij de Heer
Yesjoe gedood hebben!
In EEN adem worden dan ook
de oudtestamentische profeten genoemd.
Dan zegt hij verder dat zij hem, Paulus,
'tot het uiterste vervolgd hebben',
en dat hangt direct samen met hun
pogingen om het zendingswerk
van de 'zelfbenoemde'
apostel te willen
verhinderen
...
We
weten niet
zeker waarop Paul
hier nu eigenlijk
precies doelt!
Gaat
het om
de tegenwerking waarover
het boek Handelingen [vele jaren later geschreven] ons bericht
of heeft hij hier nog weer andere
situaties op het oog?
Waarschijnlijk
het laatste!
Als
Paul zou duiden
op die vervolging rond Stefanus,
dan zou dat vreemd zijn omdat hij zijn eigen aandeel daarin niet vermeldt, zoals hij juist later elders wel doet
[bijvoorbeeld in Galaten 1:13
& 1 Korinte 15;9!]?
Verder
spreekt Handelingen wel
over tegenwerking en vervolging van Joodse zijde, maar niet in Judea, waarmee het hele Joodse land bedoeld kan zijn.
De
latere situaties
in Handelingen rond zijn gevangenschap
in Yeroesjalayiem kan hij in 1 Tessalonici natuurlijk nog niet in het vizier nemen,
omdat dat nog allemaal
in de toekomst lag!
DAN
is het waarschijnlijk
dat Paulus in de voorgaande tekst
spreekt over situaties van vervolging
die wij [nog] niet uit
andere bron
kennen?
Het
spoort wel
met wat we horen uit
Handelingen 9, waar Sja'oel ZELF die vervolger is,
en wat we uit andere bijbelse en ook uit buitenbijbelse
bronnen weten over tegenwerking en vervolging
van aanhangers van Yehosjoea
van de kant van de Joodse
autoriteiten.
WIE
zijn die
feitelijke aanstichters van
die vervolgingen van Yesjoea's aanhangers in Israel?
Deze vervolging wordt op
EEN
lijn gezet
met de moord op Yesjoe
en de profeten!
DAT
doet denken
aan vervolging op last
van de Joodse
autoriteiten.
DAT
ligt wellicht
anders bij de tegenwerking
die het evangelie in Tessaloica ondervond,
waarover dezelfde tekst spreekt?
Refereert Paul hier aan hetgeen Handelingen 17:5vv ons vertelt,
dat hij samen met Silas moest vluchten, nadat sommige Joden
de stadbevolking tegen
hen hadden
opgezet?
DAN
moeten we
niet zozeer denken
aan de autoriteiten, maar aan Joods verzet
tegen Paulus cum suis
'van onderop'
...
HOE
dan ook:
het blijft vreselijk boeiend,
interessant & actueel tot
op de mydidag
van vandaag
toe
...
