sleep well, dream sweet & tell us all about it ...
Toen G d aan Avraham zijn belofte deed, kon hij bij niemand zweren die hoger was dan hijzelf, en dus zwoer hij bij zichzelf: "Ik zal je rijkelijk zegenen en je talloze nakomelingen geven!"
En zo heeft Avraham, dankzij zijn standvastig vertrouwen, gekregen wat hem beloofd was.
Mensen zweren altijd bij iemand die hoger is dan zijzelf, en met hun eed bekrachtigen ze de waarheid en beeindige ze elke twist.
Toen G d de erfgenamen van de belofte wilde doordringen hoe vast zijn voornemen was, stelde hij zich op dezelfde manier garant met een eed.
Met deze twee onomkeerbare daden ~ die uitsluiten dat G d liegt ~ heeft hij ons krachtig moed willen inspreken.
Onze toevlucht is het vast te houden aan de hope op wat voor ons in het verschiet ligt.
Die hope [en dope] is als een betrouwbaar en zeker anker voor onze ziel, en gaat ons voor tot voorbij het voorhangsel, waar Yehosjoea als voorloper is binnengegaan, ten behoeve van ons: hij is hogepriester voor eeuwig, zoals ook Melchitsedek dat was.
Want deze Melchitsedek, koning van Salem & priester van de allerhoogste G d, ging Avraham tegemoet toen deze terugkeerde van zijn overwinning op de vijandige koningen, en zegende hem, waarna Avraham hem een tiende van alle buit gaf.
Zijn naam betekent 'koning van de gerechtigheid', en verder is hij ook koning van Salem, dat is 'koning van de vrede'.
Hij heeft geen vader of moeder, geen stamboom, geen oorsprong of levenseinde en lijkt op de Zoon van G d ~ hij is priester voor altijd.
Geef je rekenschap van zijn grootheid: Avraham, de aartsvader, gaf hem een tiende van wat hij had buitgemaakt.
De afstammelingen van Levi die het priesterambt ontvangen, moeten volgens de wet tienden heffen van het volk, dat wil zeggen van hun broeders en zusters, die toch ook nakomelingen van Zvraham zijn,
Maar hoewel hij niet met hen verwant was, heeft Melchitsedek tienden geind van Avraham en hem gezegend aan wie de beloften gedaan zijn.
Het staat buiten kijf dat de mindere altijd gezegend wordt door de meerdere.
Bovendien worden in het ene geval tienden ontvangen door sterfelijke mensen, in het andere door iemand van wie wordt getuigd dat hij leeft.
Zo zouden we dan kunnen zeggen dat ook Levi, de ontvanger van de tienden, tienden afgedragen heeft, en wel via Avraham, aangezien Levi nog in de schoot van zijn vader was toen Melchitsedek Avraham tegemoet kwam.