'n AeGYPTisch Fresco uit de GRAFTOMBE van Mereroeka@Sakkara uit de periode van TETI rond 2300 BCE toont Mereroeka op een bed, in gezelschap van zijn vrouw: zij speelt voor hem op haar harp; tussen het Hooglied van Salomo & de minne~poëzie van Oud-Egypte is grote verwantschap. Dit Bijbels Hooglied, toegeschreven aan Sjlomo ben David, is door de Jóden vooral ook geinterpreteerd als 'n alle-gorie van G ds Liefde voor Zíjn Bruid Israël: èn door de christenen als de liefde van hùn versie van Christos voor Zíjn Bruid, de Kèrk als 'n Gemeente wereldwijde Messiaanse Mensheid! In feite is 't Hooglied 'n verzameling van erotische gedichten van grote schoonheid zo-als in feite àlle bijbelboekrolverhaaltjes prozaïsch/poëtisch liefde & haat onder woorden trachten te brengen? Hoewel er ook thema's uit veel vroegere perioden in voorkomen stamt het uit 't tijdperk van ná de Babylonische Ballingschap: 't Hooglied werd aanvankelijk daar-om dan ook vooral op bruiloftsfeesten gezongen; het staat nu onderhand wel vast dat delen eruit i/d eerste eeuwen vóór & ná Christos door Jóódse Bruiloftsgasten gezongen werden. Die verwantschap v/h Hooglied met Egyptische minnepoëzie is vooral te zien a/d overeenkomst in thema's & herderlijke beelden (1:14) 'MIJN GELIEFDE IS MIJ 'N TROS VAN HENNABLOEMEN IN ENGEDI'S WIJNGAARDEN'! & in 'n Egyptische minnezang: 'IK HOOR BIJ JOU ALS DEZE GROND, DIE IK MET BLOEMEN EN ZOETGEURENDE KRUIDEN BEPLANTTE'!! In deze minnezangen & in het Hooglied noemen die innig geliefden elkaar broeder & zuster, & is er sprake van het zoet gefluister van de geliefde ...