De
drievuldige herhaling
van 't rijks-bevel toont genoeg,
dat het WEIDEN bezwaarlijk,
en met veel lijdens en strijdens vermengd zoude zijn.
En wat wonder,
als men overpeinst, hoe de SATAN,
en alle zijne aanhangelingen zich daar tegen kanten,
en doldriftig woeden?
Hierom
wapent en waarschouwt JC zijnen herstelden Kruisgezant,
wat hy door te worstelen zal hebben, en zelfs den dood moeten ondergaan,
om de waarheid met zijn bloed te bezegelen.
Had Mosjiach dit niet voorspelt,
men zoud mogen denken, dat hy onmagtig ware, de zijnen te beschermen:
maar nu hy dit voorzegt, en zelfs toont, als een vrijmagtig Heer,
YOCHANAN te konnen beveiligen,
ziet men daar in zijne
alwetenheid, en
alvermogen
...
En wie kan recht over ons leven en sterven hebben,
dan hy, die ons 't leven gegeven heeft?
Maar zoud Petrus,
die voorheen den dood zo vreeslijk vond, dat hy JC driemaal verlochende,
nu wel bereidwillig zijn te sterven, om 's Heilands zaake, indien hy niet volkomen overtuigd ware,
dat het de waarheid, en
zaake G ds
ware?
Waar door
heeft ook de Christenheid zo roemruchtig geweest?
Waar door is die zo gelukkig uitgebreid, is 't niet door kloekmoedigheid der Bloedgetuigen?
Is 't niet, om dat
HET BLOEDE DER MARTELAAREN,
HET ZAAD DER KERK WAS?
Zoud ook iemant om eene logen, die hy wist valsch en verdicht te zijn,
het leven opzetten?
Zoud G ds eer en heerlijkheid
krachtiger konnen bewezen worden,
dan in de bereidwilligheid der Euangelij-belijders?
Dit was, en moest het kenteken van 's Heilands bond- en krijgs-volk zijn:
UW VOLK,
word tot den waaren Melchitsedek en Priester-koning gezegt,
ZAL ZEER GEWILLIG,
of een
VRIJWILLIG OFFER
zijn,
want dit betekent het grondwoord, op den dag uwer heirkracht,
en grooten optogt tot 's weerelds erfenis.
Zo verwonderen zich ook
de aanschouwers van 't martel-lot der gelovigen,
en roepen uit:
WIE IS ZY DIE DAAR KOMT UIT DE WOESTIJNE, ALS ROOKPILAAREN,
uit het midden van blaken en branden, en dooden en zwaarden,
en duizend onmenschlijkheden?
Die verwonderaars
erkennen daar in zelve
G ds magt en wonder-bestier,
en waare deugd.
Hoe konde ook
het rijk van JC een G ds-rijk zijn,
en door aardsche wapenen
uitgebreid worden?
Die zo leert strijden,
die zo leert "G d" verheerlijken,
moet de KONING DER HEERLIJKHEID zijn, en de
waare HARDER
Israels.