kritiek op de koning.
Zij kwamen daarmee weg omdat ze ~ zogenaamd ~ gek waren.
Maar later kregen bewindvoerders er genoeg van en stuurden de zotten het bos in.
vandaan.
Die zotten
zochten in het bos
vaak een houten knots
waarmee ze dieren konden doden,
om te kunnen eten.
Die knots kerfden,
of versierden ze met een gezicht.
Ze leerden zichzelf buikspreken en keerden weer terug naar de stad.
Nu konden ze de censuur omzeilen
door met hun tweede gezicht
te spreken:
'WAT ZEG JE DAAR,
IS DE KONING EEN KLOOTZAK?
HOE DURF JE!'
Gekken
zeggen dingen
en laten dingen zien
die we anders niet horen of zien.
De zotten roepen ook een vraag op:
spelen zij dat ze gek zijn ~
is het toneel ~
of zijn ze gek?
Die twijfel
relativeert de normatieve opvattingen over gekte
die in onze samenleving bestaan.
De tijdwisseling
doet kijkers beseffen
dat er in verschillende tijden
anders tegen gekte wordt aangekeken.
Normen over wat gek is en wat niet,
verschuiven.
We
willen het
anders-zijn positief belichten.
Zo halen we gekte uit de taboesfeer: we verleiden kijkers
[hoorders/lezers/sprekers/doeners]
van afwijzing naar
compassie.
Compassie
is meevoelen,
dat heeft niets te maken met zielig vinden.
Mensen zielig vinden is medelijden,
een vorm van
minachting.
Hoe
verleid je
mensen tot
compassie?
Met
humor
en ontroerende
beelden.
Zo
kunnen [ook
wij in myDi] reeds
bestaand onderzoek vertalen naar
toegankelijk werk voor
't groter
publiek.


