"Zoon van G*D"
is tenslotte ook nog
een naam voor Sjatan
zelf ...
zie ook JOV 1:6,
oftewel hoogmoedige leugenaar,
opgeblazen kikker, vette pad, tegenspeler & ~strijder,
fanaticus, nationalist,
plaatsvervanger & dictator ...
enzovoorts:
volgens de toenmalige
verwachtingen van zieners &
apocalyptici zou het 'einde der tijden' worden ingezet met een
ontzaglijk conflict >
de twee Geesten of Zonen van G*D
zouden strijd met elkaar
leveren.
~!~
IN DE
woestijn maakt Yeshu,
vervuld van heilige Geest,
zo'n soort strijd
door?
~!~
ZELF
zal hij er later ook weer
op inspelen:
in Marc 3:27
lezen we:
"NIEMAND
kan het huis van de Sterke
{=satan/duivel} binnengaan,
als hij die Sterke niet eerst
{wat in de woestijn precies gebeurde}
gebonden heeft ...
DAN pas kan hij zijn huis leeghalen ..."
Dit laatste komt overeen met de vele duivelbezweringen
die hij nu verricht en waarover de hele discussie gaat
in Marc 3:22
e.v.v.
~!~
Op het einde
van dit verblijf in de woestijn,
zo noteert Marc,
leeft Yeshu in gezelschap van de wilde dieren,
terwijl de 'engelen' hem komen dienen
en eten/drinken
geven ...
~!~
Het infrahumane
verteert hem niet, en zelfs het bovenmenselijke, de engelen,
zijn hem onderdanig en erkennen
zijn heerschappij.
~!~
In bondige,
suggestieve taal
zegt de tekst dat Yeshu als een nieuwe Adam {Avraham/Mosje/David/profeet ...}
zegevierend
uit de beproeving
opstaat.
~!~
HEEL
de scheppings~{r}evolutie ~
schaart zich rondom hem zoals bij de 'aanvang'
rondom de eerste mens~{en} van VOOR
de 'zondeval' ~
> 'indoctrinatie'
'versplintering'/'discriminatie' ~
bewustzijnsverruiming/vernauwing/variatie{s} .......
~!@#$^*^$#@!~
HIER
wordt dus narratief
heel wat doorgedacht?
Niet ALLEEN de relatie tussen
G*D/g*d en mens{en} m/v of tussen
G*D {Elohiem: yhwh > was/is > zal zijn}
en Israel,
maar ook tussen
mens en schepping
wordt door Yeshu's optreden als
hersteld
voorgesteld!
~!~
Yeshu maakt iets wezenlijks door
en dit weerspiegelt zich tot in ALLE relaties.
Op het einde van die veertig {?} dagen
treedt zowel een nieuwe Adam
naar voren als een andere
Mosje,
aangewezen op een nieuw israel,
bestemd om het zoon/dochter/kindschap van G*D helend volwaardig
en ongeschonden te
beleven ...
~!~
"ALS u kind g*ds bent ..." ...
Het oude 'zoonschap' werd gelouterd en treedt NU in volle waarheid
{for the time being}
aan het licht ...
~!~
Als G*Ds uitgestrekte hand,
als een woord van verzoening voor iedere mens,
gaat Yeshu NU rond, te beginnen met Galilea, de streek waar hij
vandaan komt ...?~!~
Anyway,
at the age of twenty~seven
I finished my apprenticeship and became a master,
but still worked with old Mordechai.
In my youth,
other apprentices had been jealous of me
because they looked upon him as my father,
but I could have told them
that HE served g*d by treating
ALL his workers with as much respect as he gave to his work.
When I was scrupulous in my labors,
HE would nod and say,
"YOU would make a good carpenter if G*D had wanted you to be one!"
What did HE MEAN?
As he said such things,
he would turn
his head away as though to press his lips
upon a secret ...
~!~
Being old,
his memory was weakening,
and he could not recall that he had told me this secret,
the true story of my birth,
when I was twelve ...
~!~
YET
I remembered even less,
for he had related these events to me on our journey back to Nazareth from the great
Temple in Jerusalem,
and what I learned was so far from the understanding of a little boy
that soon after our return,
I fell into a long
fever.
~!~
ALL
that HE told me
seemed lost ...
Still,
I do not think it was the fever
that made me forget,
but rather that I did not wish
to remember.
It was only after
some eighteen more years
had passed
and I was about thirty and
mourning his death
that I could recall
what he told me
when I was
twelve ...
~!~






















