Buitenshuis & binnensharts KA DB pa 134/135 In 'n poging om rationeel te verklaren hoe de stoffelijke wereld uit 'n volkomen geestelijke g d was voortgekomen, beschreven andere joodse filosofen de schepping als 'n evolutionair proces van 10 emanaties van (hun versie van) g d, die zo nu voortaan bij elke stap materiëler werden. Uit elke emanatie was één v/d sferen van 't Ptolemeïsch Heelal voortgekomen: eerst de vaste sterren, & daarna Saturnus, Jupiter, Mars, de zon, Venus, Mercurius & tenslotte de maan. Onze ondermaanse wereld had zich echter in tegengestelde richting ontwikkeld: ze was begonnen als onbezielde materie & via planten & dieren uitgekomen bij de mensen, die 'n ziel hebben die participeert in de 'goddelijke rede', maar 'n lichaam dat voortkwam uit de aarde.
Mozes Maimonides (1135-1204) probeerde de joden die door 't conflict tussen Aristoteles en de Bijbel ietwat verontrust waren geraakt, toch nog gerust te stellen: i/d MOREE NEVOECHIEM, de GIDS VOOR VERDWAALDEN betoogde hij dat omdat de waarheid één was, de Bijbel wel met de rede in overeenstemming moest zijn ~ hij zag geen probleem i/d schepping EX NIHILO omdat hij Aristoteles' argument voor de eeuwigheid v/d materie niet overtuigend (genoeg) vond? MM deelde de mening dat antropomorfe beschrijvingen van G d i/d Bijbel niet letterlijk moesten worden uitgelegd, & probeerde redelijke argumenten te vinden voor bepaalde nogal irrationele bijbelse wetten. Maar hij wist dat de religieuze ervaring de rede (ver?) te boven ging! De intuïtieve kennis v/d profeten, die gepaard ging met huiver & ontzag, was van 'n hoger orde dan de kennis die we (ook) door onze rationele vermogens kunnen verkrijgen.
Avraham ibn Ezra (1089-1164), één v/d grootste dichters & filosofen van Spanje, was ook 'n middeleeuwse voorloper v/d moderne historische bij-belkritiek: de exegese moest vlg. HÈM voorrang geven aan de letterlijke schriftzin - de legende (AGADA) had wel geestelijke waarde, maar moest niet met de feiten worden verward. Hij vond tegenstrijdigheden i/d bijbeltekst(en): de uit Yeroesjalayiem afkomstige Yesjayahoe/Jesaja kon nooit de tweede helft hebben geschreven v/h boek dat wel op z'n naam stond, omdat 't verwees naar gebeurtenissen van lang ná zijn dood & hij sug-gereerde ook voorzichtig & in bedekte termen dat Mosjeh niet de schrijver was v/d héle Pentateuch & hij kon nooit z'n dood beschreven hebben: ook was hij bv. nooit in 't beloofd land aangekomen. Hoe kon hij dan de schrijver zijn v/d eerste verzen van Deuteronomium, die z'n laatste toe-spraak situeerden 'AAN DE OVERKANT V/D RIVIER DE YARDEEN'? Dit moest vlg Ibn Ezra geschreven zijn door iemand die in Israël leefde ná-dat 't land door Yosjoea/Jozua veroverd was! 't Filosofisch rationalisme leidde tot mystieke reacties in Spanje & de Provence ... Wortel & zweep!?
