razend

YAHWEH
ro'ie, lo echsar;
bienot desje yarbietsenie,
al-mee'i menoechot yenaeenie;
nafsjie yesjoveev yancheenie vemaeglei-tsedek lema'an sjemo;
gam kie-eeleech begei tsalmawet lo-ira ra kie-atah imadi, sjivtecha oemisjantecha heemah yenachamoenie; ta'aroch lefanai sjoelchan neged tsorrai disjanta vasjemen rosjie, kosie rewayah;
ach tov wachesed yirdefoenie kal-yemei chayai wesjavtie beveit-yahweh leorech yamiem
:

DE
eeuwig komende
aanwezige is mijn herder,
het ontbreekt me aan niets.
Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water,
hij geeft mij nieuwe kracht en leidt mij langs veilige paden tot eer van zijn naam.
Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want jij bent bij mij, jouw stok & jouw staf,
zij geven mij moed.

JIJ
nodigt mij
aan tafel voor
het oog van de vijand,
jij zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.
Geluk en genade volgen mij alle dagen van mijn leven,
ik keer terug in het huis van de eeuwig wordende aanwezige tot in lengte van dagen.

Dit
soort dichterlijke
symbolische taal geeft
de geestestoestand weer van de rustzoekende thuisloze zwerver
in alle variabele toonaarden van gemoed, angst, geluk, onzekerheid,
vrede, twijfel en verlangen.

WAAROM,
G d, heb
jij ons voor
altijd verstoten, brandt jouw
woede tegen de schapen die jij hoedt?
Denk aan het volk dat jij ooit hebt verworven,
de stam die jij hebt vrijgekocht, jouw eigen bezit,
de Tsions~berg waar jij ging wonen.
Kom naar de stad die voor altijd in puin lijkt te liggen,
de vijand liet niets heel van 't heiligdom.
In 't hart van jouw huis brulden jouw tegenstanders,
zij zetten er hun zegetekens neer.
Zoals met kapmessen wordt ingehakt op struikgewas en kreupelhout,
zo sloegen zij met bijl & breekijzer al het snijwerk kort en klein.
Zij hebben jouw heiligdom in de as gelegd, de plaats waar jouw naam woont,
verwoest en ontwijd.

"We vagen alles weg!"
zeiden ze,
en alle g dshuizen in het land hebben ze verbrand.
'n Gunstig teken zien we haast niet meer,
zelfs niet
EEN
profeet meer,
en geen van ons weet voor hoe lang.
Hoe lang nog, G d, zal de tegenstander jou bespotten?
Zal de vijand jouw naam voor altijd beschimpen?
Waarom houdt jouw hand zich in bedwang?
Heft je machtige hand en sla toe, G d, mijn koning van oudsher,
die verlossing brengt
in het hart van
het land!

JIJ
hebt door
jouw kracht de zee gespleten
en de koppen van monsters op het water verpletterd,
jij hebt de schedels van Liwyatan verbrijzeld,
hem als voedsel gegeven aan de dieren in de woestijn,
jij hebt bronnen & beken laten ontspringen,
altijd stromende rivieren
drooggelegd.

Van jou
is de dag,
van jou is de nacht,
jij hebt hier maan & zon 'n vaste plaats gegeven,
jij hebt de grenzen van de aarde bepaald,
zomer en
winter
~
jij
hebt ze gevormd.

Bedenk
dit, wordende
in ons, nu
de vijand je bespot
en dwazen jouw naam beschimpen.
Geef jouw duifje niet prijs aan de wilde dieren,
vergeet jouw vernederde volk niet voorgoed.
Kom je verbond met ons na ~ vol is 't land met duistere oorden,
holen van geweld. Laat verdrukten niet teleurgesteld heengaan, laat zwakken & armen jouw naam loven. Sta op, G d, verdedig jouw zaak, bedenk dat dwazen je dag en nacht bespotten,
vergeet het razen van jouw tegenstanders niet,
het tieren van jouw vijanden
~
het klinkt voortdurend op.
blozen
engel
27 sep 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende