Vandaar ook
die herkenning in al die andere sprookjes,
mythen, legenden, gelijkenissen & visoenen ...
De wereld van geld, geweld, beton, ijzer, koper, brons, staal,
juwelen, raketten, kometen & meteor[iet]en is er ook wel in aanwezig
maar zegt me veel minder met al z'n dwang,
drang, duivelachtigheid
& afgoderij.
WIE ZIET DAN OOK NIET,
DAT PETRUS NIET KRACHTIGER KONDE BEWIJZEN,
DAT HY UIT ZIJNEN VERBAZENDEN VAL WAS OPGESTAAN,
ALS DOOR ZIJNEN IJVERGEEST?
WY STELLEN DAN VAST,
DAT LUKAS, EN YOCHANAN,
HET ZELFDE VERHALEN, DAT PETROS NIET ALLEEN OF TWEEMAAL,
MAAR TE GELIJK MET ONZE EUANGELIST, NAAR 'T GRAF SPOEIDE,
NA DAT ALLE DE VROUWEN DE BOODSCHAP HAAR AANBEVOLEN, AAN DE DIS-
CIPELEN HADDEN GEBRAGT; EN ZO HELDEREN WEDER HIER, GELIJK DIKWIJLS,
DE H.SCHRIJVERS MALKANDEREN OP.
[NIET ZOZEER DE 'FEITEN' BEPALEN
'HET VERLOOP', MAAR VOORAL
'HET VERHAAL'
DAAROVER?!]
MAAR LAAT ONS YOCHANAN HOREN:
KEFAS DAN GING UIT, & MET HEM DE ANDERE DISCIPEL, ZEGT HY;
& LEERT ONS, DAT LUKAS OOK VAN DIE TWEE SPREKEN WIL, ALS HY 'SP' ALLEEN NOEMT,
GELIJK ONS LUKAS TOONT, DAT WY YOCHANAN BEGRIJPEN MOETEN HET UITGAAN DER BEIDER APOSTELEN, NIET VOOR, MAAR NA DE BOODSCHAP DER VROUWEN TE STELLEN. ALS DAAR HEEN GERICHT,
OM DIE BOODSCHAP NADER T'ONDERZOEKEN, & NIET LOS- OF LIGT-GELOVIG TE ZIJN.
VOLGENS DE WET BESTOND ALLE WAARHEID IN DEN MOND VAN TWEE OF DRIE
GETUIGEN: DUS ZULLEN WT HIER OOK
TWEE GETUIGEN VINDEN.
PETRUS, DIEN VOLIJVERIGEN PETROS,
DIE WEL DOOR MENSCHLIJKE ZWAKHEID EENEN ZWAREN VAL HAD GEDAAN,
MAAR DOOR 'S HEILANDS GENADEGEEST EN OOG, EN BLIJ-MAARE DER VROUWEN KRACHTIG WAS OPGEBEURD, EN IN ZIJN APOSTELAMPT HERSTELD, EN DIER WAARHEID, DIE HY VERKONDIGEN MOEST, VOLKOMEN BEWUST MOEST ZIJN; WANT OP WELKE GRONDEN KAN MEN ANDEREN LEREN,
DAAR MEN ZELF AAN TWIJFELT?
BIJ 'SP'
VOEGT ZICH DE ANDERE DISCIPEL,
DAT IS, YOCHANAN, DE H.APOSTEL EN EUANGELIJ-SCHRIJVER, DIE ZICH
HIER, EN ELDERS MEER UIT ZEDIGHEID, NIET UITDRUKLIJK, MAAR EEN VAN DE DISCIPELEN,
DEN DISCIPEL,
DIEN YEHOSJOEA LIEF HAD, EN
DEN ANDEREN DISCIPEL NOEMT.
EEN APOSTEL, DIE
zachtzinnig, liefdaadig, bescheiden, EN
ZO IK DIT WOORD GEBRUIKEN MAG,
EEN
traagganger WAS.
DAAR 'SP'
voortvarende, driftig, stouthartig WAS IN 'T ONDERNEMEN
EN UITVOEREN.
ZO STRIJDIGEN INBORST
GEBRUIKT "G D" WEL MEER TOT OPBOUW,
EN UITBREIDINGE VAN ZIJN KONINKRIJK, OP DAT HEM TE MEER ROEMS GEGEVEN WORDEN VAN DEN GELUKKIGEN UITSLAG. [DE Z.G. 'FEITEN' KRIJGEN {steeds dieper!}
'VERHAALBETEKENIS'!]
Was 'er oit iemand driftig en onverzetlijk?
'T was Luther: maar zulk een was'er van noden, om den Roomschen ziel-dwang tegen te gaan,
en te verijdelen. Was'er oit iemant zachtmoedig en vredelievend? 'T was Melanchton: maar zulken man vereischte de Kerkzuivering, om broedertwisten by te leggen, en geloofverschillen te beslissen.
Kefas & Yochanan, hoe verschillende van aart, zijn echter hier in eens,
datze willen onderzoeken, of de vrouwen de waarheid verkondigt
hebben; en nadien'er niets gereeder was, dan 't graf te zien,
en te doorzoeken, begeven zy,
als in een heiligen
WEDLOOP,
zich derwaards,
want dus zal onze H.Schrijver betuigen,
datze LIEPEN!
Meer dan eens
zijn dezen t'zamen, dus zagen wy die TWEE, op den H.
berg, daar JC verheerlijkt wierd; en in GETSEMANE, als hy tot den dood toe benauwd was.
Die TWEE zullen ook getuigen zijner opstanding zijn. Niet, om dat alle de andere Apostelen
het zeggen der vrouwen, meer dan deeze TWEE, in den wind sloegen, en raaskal oordeelden,
gelijk zommigen het vatten, maar waarschijnlijk uit voorzichtigheid, om niet in 't oog te lopen,
indien allen te gelijk zich naar't graf, en
door de stad Yeroesjalayiem
begeven hadden.
Zouden zy hier
door het valsch gerucht van 't
LICCHAAM-ROVEN,
niet waarschijnlijk
hebben gemaakt?
Zouden
de Yeroesjalemiten,
& feestvierder, die hen in zulken getale zagen,
niet hebben konnen denken, en zeggen, datze met geweld op de wachters gevallen,
en 't graf ingetrokken waren? Maar TWEE konden niet verdacht,
en nauwlijks gemerkt worden, en echter tot onwraakbaare getuigen strekken,
dat JC waarlijk niet in 't graf te vinden was. Yochanan, die zo standvastig, & aan
den voet van 't kruis, JC by gebleven was, versmaad den Apostel Petrus niet,
die zo trouwloos den Heere DRIEWERF verlochent hadde. Petros,
die zo jammerlijk gevallen was, gaat niet voort in zijne zonden,
maar bevind zich by Yochanan, & de anderen, om zijne
verlochening door nieuwen ijver
te boeten.
Hy
GAAT UIT,
uit het HUIS,
daar hy, en de anderen,
zich verholen hielden,
van vreeze voor
'de JOODEN'.
Hy
GAAT UIT
de stad, daar
nu buiten zijne, &
aller Discipelen kennisse, de wachters
onfeilbaare tijding hadden gebragt
van 's Heilands
opstanding.
Hy
GAAT UIT
zijnen treur- en
jammer-staat, en zoekt
de vertroosting Israels! Die Yesjoea ook wil vinden,
moet buiten Yeroesjalayiem, buiten de
stads poorten gaan: in de weereld,
onder aardsgezinden is hy niet;
en waar is gemoedsrust,
waar troost, waar
vreugd zonder
Yesjoe?
't
Gaat zo
ook hier dus
niet meer zozeer om
de z.g. 'feiten', maar om
de diepere betekenis van die 'verpakking':
de kern van 't verhaal zit a.h.w. [bij wijze van spreken]
telkens weer 'verborgen' in 'dromerige' verhaaltjes,
en alles wat mensen aangaat
krijgt pas echt betekenis als al die gewaarwordingen
niet langer meer 'zomaar' als los zand aan elkaar hangen, maar wanneer we
de zin [middel & doel] daaraan blijven ontdekken ~ niet meer het 'doel'
heiligt de middelen, maar 'de middelen' heiligen 't doel ~
ik ben wordende degeen die ik was & zal zijn ~
'g d' is 'komende' in ons aan de hand van
onze verhalen, betekenissen,
[her-]aanpassingen &
{r}evoluties
...
