"Ik moest in elk geval een boodschap overbrengen, die ikzèlf nooit bedacht zou hebben & die mij héél véél narigheid heeft opgeleverd! De sym-pathie van de koningen en van een groot deel van 't volk ging namelijk uit naar Egypte, dat in die tijd als 'n milder heerser bekendstond dan die hardvochtige Babyloniërs, die nu 't hele nabije midden-oosten wilden gaan veroveren! Maar ìk moest zeggen, dat 't volk zich moest schikken in z'n lot & zich moest laten onderwerpen aan Nevoechadnetsar van Babel! Daardoor zagen ze me als 'n soort verrader, terwijl ik daarmee toch in de traditie stond v/d grote profeten Yesjayahoe, Micha & Amos, die de ondergang van het volk óók al hadden aangekondigd & die tegelijk uitzicht hadden geboden op 'n herstèl ~ ná de grote ondergang? Yesjayahoe zag Assyria als 'de uitvoerder van G ds oordeel'. Ìk moest zeggen, dat Ba-bel eenzelfde oordeel over Judah zou gaan voltrekken & dat men zich 't best kon schikken ìn DÀT lot! Men moest in elk geval géén heil verwach-ten van Egypte! En ik kreeg de volgende boodschap, die ik moest doorgeven:
{YIR 4:16-18}
WAARSCHUW
HET VOLK, MELD YEROESJALAYIEM:
DE VIJAND IS IN AANTOCHT, HIJ KOMT UIT EEN VER LAND.
ZE STORMEN AF OP DE STEDEN IN JUDAH ONDER LUID KRIJGSGESCHREEUW.
JA, ZE ZULLEN YEROESJALAYIEM OMSINGELEN, ALS BEWAKERS EEN VELD,
WANT TEGEN YAHWEH IS ZIJ IN OPSTAND GEKOMEN!
DÀT LAAT YAHWEH JULLIE ZEGGEN:
ZÈLF HEBBEN JULLIE JE LEED BEROKKEND, HET IS LOON VOOR JULLIE DADEN!
BITTER IS JULLIE LOT, DIEP WORDEN JULLIE GETROFFEN!
[Ik vond 't verschrikkelijk om die boodschap door te moeten geven!]
IK KAN HET NIET MEER VERDRAGEN!
IK KRIMP INEEN, MIJN HART BONST OF HET BREKEN ZAL!
HOE ZOU IK ZWIJGEN: IK HEB DE TROMPETTEN HOREN SCHALLEN, 'T SEIN TOT DE AANVAL KLINKT!
RAMP NA RAMP WORDT GEMELD: HEEL HET LAND WORDF VERWOEST,
ONZE TENTEN VERNIELD, DE TENTZEILEN VERSCHEURD!
PLOTSELING, IN EEN OOGWENK!
HOELANG NOG MOET IK DIE VAANDELS ZIEN, HOELANG NOG DIE TROMPETTEN HOREN?
"DWAAS IS MIJN VOLK," ZEGT YAHWEH, "HET WIL MÍJ NIET KENNEN.
HET ZIJN DOMME KINDEREN, INZICHT HEBBEN ZE NIET.
IN KWAAD DOEN ZIJN ZE GOED,
MAAR IN GOED DOEN
ZIJN ZE SLECHT!"