Q179 we waren i/d buurt van Chevron@Kanaän, ~~~~~~
OP 'N MOMENT WAAROP DIE STAD IN HANDEN WAS VAN DE HETTIETEN? DIE STAD LAG NOGAL VÈR BÚITEN DE GRENZEN VAN HATTI, HÙN VADERLAND, & WERD OMRINGD DOOR HEN VIJANDIGE KANAÄNITISCHE VOLKSSTAMMEN. IK, YITSCHAK, HAD HET VERMOEDEN DAT ZIJ MIJN VADER, DIE EEN FLINK LEGER OP DE BEEN KÒN BRENGEN, WÈLGEZIND ZOUDEN ZIJN! DÙS TOGEN WE NAAR CHEVRON OM HEN TE ONTMOETEN: WE WERDEN ER HARTELIJK ONTVANGEN & IN DE STADSPOORTEN KWAMEN WE BIJEEN MET 'N GROOT AAN-TAL LANDEIGENAARS! Avraham nam het woord, stamelend van verdriet. Híj zei: 'Ik woon maar als 'n vreemdeling bij u, geef me dus alstublieft híer 'n eigen graf, waar ik m'n overleden vrouw kan úitdragen úit haar tent & haar begraven?!' Déze Hettieten antwoordden: "MAAR LÚISTER, HÉÉR, SIRE VAN EEN HERDERSKONING, WIJ BESCHOUWEN U ALS EEN HERDERSVÒRST DIE ZEER DOOR DE GODEN BEGUNSTIGD WORDT & NÍEMAND VAN ONS ZAL U ZIJN GRAF WEIGEREN EN U BELETTEN OM HAAR DAARIN TE BEGRAVEN!" Die Indo-Chettieten hadden gelijk: mijn vader was niet zómáár een willekeurige rondzwervende herder, zíjn BEZÌTTINGEN hàdden zich inder-daad jaar ìn jaar úit zeer vermeer-derd èn mèt het aantal mensen dat hij nú àllàng in Díenst had, zou hij met gemàk 'n kleine stad kùnnen bevòlken?! Wanneer hij ìn díe búúrt van Chevron blééf, dan zou hij die stad èn al 't omliggend land mèt zíjn gewapende sterke mannen heel goed bescherming kunnen gaan en blíjven bieden tégen allerlei rovende & plunderende Kanaänitische boevenbenden?!
Dus deden die Chettieten er goed aan om hèm 'n vóet a/d grònd te géven?! Tot mijn verbazing hàd mijn vader al een graf op het oog!
De Grot van Machpela! ÌK had toen nog nooit van die grot gehoord, maar z'n naam rolde uit m'n vaders mond met het gemak van iemand voor wie het WÓÓRD MÀCHPÉLÁ 'n begrip was! Avraham BÓÓG diep voor de Chettieten & zei: 'Àls U er ALDÙS mee ìnstemt dàt ik mijn vrouw híer uitdraag èn begraaf, wees dan zo goed er bij ÉFRÒN, de zoon van SÓCHÀR òp áán te dringen dàt híj aan míj de Gròt van MÀCHPÉLÁ àfstaat?!' Éfròn! De Zóón van Sóchàr! Hóe kènde mijn vader al die Chettietische NÁMEN van Héérsende FamilieMànnen?
't Kòn haast niet ànders òf híj hàd zíjn óren héél èrg gó(e)d te lúisteren gelegd, àllàng vóórdat mijn moeder gestòrven wàs?! Als 'n ècht Groot HerdersVòrst wìlde híj òp de hóógte zijn vàn àlles wàt er hier overal òm hem héén gebéurde èn zó kènnis (& màcht!) hebben van ÈLKE belangrijke màn ìn díe héle stréék: wij 'làndlózen' zijn nóóit èrgens GEHÉÉL véilig; we hadden 'r ìmmers geen muren om achter te schuilen & nog géén machtige Kóning die òns àltijd & óveràl voldoende beschermen kon door veilige basisgebieden & rijke hùlpbronnen!
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende