Q150b Mìjn màn, MÍJN hèld! En TÒCH ontbràk 'r Íets

AAN ZÍJN REDENERING: ÌK KÒN ME WÉÉR NÍET ÌNHOUDEN EN ZEI: 'Èn bóvendíen ...' "SARA!" Ik zweeg.

Ik dacht: hij wéét het, hij bewaart het voor later. Dat kàn niet ànders? De god zei: "Àls ik in SDÒM 50 ÒNSCHULDIGEN aantref, zal ik omwille van hèn de Héle Stàd vergeving schenken!" Ik kéék Avraham vol verwachting aan en m'n hart klopte in m'n keel! Ik dacht: er zijn zeker veel meer òn-schùldigen in Sdòm? Tóe, vertèl 't 'm! Maar tot mijn ontzetting ging Avraham een heel andere kant op. Hij zei: "NU IK EENMAAL ZO VRIJ GEWEEST BEN OM DE HÉÉR ÁÁN TE SPREKEN, HOEWEL IK NIETS DAN STÒF BEN: STÈL DAT ER AAN DIE 50 ONSCHULDIGEN 5 ONTBREKEN, ZOU U DAN TÒCH VANWEGE DIE VIJF DE HÉLE STÀD VERWOESTEN?"

't Léék waarachtig wel of hij aan 't àfdingen was op de markt!? DÍE KÀNT MÓEST HET HELEMAAL NIET OP! Ik deed mijn mond open, maar de god ontnam me het woord! Hij zei: "NÉÉ, ÌK ZÀL HÁÁR NÍET VERWOESTEN ALS IK ER 45 AANTREF!" Avraham dòng àf naar 40, 30, 20, 10, èn tóen gàf hij het òp? Ik sprong van òngedùld bijna uit elkaar! "MÁÁR ...!" schreeuwde ik. Vàn wóede sprongen de tranen in m'n ogen! "STÌL, SARA," zei Avraham. "We mógen het geduld van de HÉÉR níet lànger op de proef stellen!"


De god draaide zich òm en verdween in het niets, alsof hij een wòlk was die werd weggeschreven door de hitte van de zon!

'Maar Avraham, er LÉVEN ìn díe Stàd hònderden ònschùldige kìnderen!' Mìjn màn, MÍJN hèld, híj keek me wezenloos áán alsòf hij weer mijn woorden niet goed begreep? "KÌNDEREN!" riep ik. "VERSTÁ JE ME? DUIZENDEN KINDEREN DIE ZICH VAN GEEN KWAAD BEWÙST ZIJN!" 'O ja,' zei Avraham èn líet zìch verslagen op z'n knieën vallen. Ik probeerde hem aan z'n handen overeind te trekken, maar hij was té zwáár voor mij! "STÁ ÒP, GÁ DIE GÒD ÀCHTERNÁ EN VERTÈL HET HÈM!" 'Het is te LÁÁT,' zei Avraham. 'Het beslúit van de Héér staat vàst!'


Ik kéék hem verbijsterd áán. Hóe kòn híj zich bij zó'n verschrikkelijke wréédheid néérlèggen? Wàt dóen de goden met het hart en het verstand van mannen? MÍJN Héle WÉZEN stond in BRÀND! Tussen mij en de goden kwam 't nóóitméér GÓ(E)D, dàt wist ik zeker: ik voelde een diepe afkeer van het leven! Ik verlangde naar 't dodenrijk, omdat ik àlléén dáár voor eeuwig & àltìjd van hèn verlòst zou zijn?
28 nov 2014 - bewerkt op 30 nov 2014 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende