Vervolgens maakte de nederzetting 'n periode van aanzienlijke expansie door. Aan de oorspronkelijke bebouwingskern werden toen tal van nieuwe bouwwerken toegevoegd, totdat de 'definitieve' structuur was ontstaan die we nu kunnen zien. De aanwezigheid van munten stelde De Vaux in staat om begin & einde van deze fase in algemene termen aan te geven. De oudste munten die hij vond, vormen 'n collectie van 15 bronzen & zilveren munten afkomstig uit 't Seleucidisch Imperium, waarvan Syrië de kern vormde, & dat diverse keren 'n groot deel van Palestina heeft overheerst, met inbegrip van Judaea.
De oudste munten van deze collectie waren 'n bronzen munt uit de regeringsperiode van Antiochus III (223-187); 'n andere uit de periode van Antiochus IV (175-163). Aangezien 't merendeel v/d collectie uit de jaren rond 139 vC stamt, moet de lokatie waarschijnlijk in die tijd al in gebruik zijn geweest?! Niettemin is voorzichtigheid geboden bij 't interpreteren van al deze gegevens: in de moderne tijd hebben veel landen hun munten & bankbiljetten ingevoerd vanwege de over gang naar 't metrieke stelsel, waardoor alle oudere munten in één klap ongeldig werden. Tot aan die tijd was 't echter uitzonderlijk om tussen geld uit de jaren '60 op penny's te stuiten die stamden uit de jaren '30 v/d 19de eeuw. De omstandigheid dat DV toevallig enkele munten uit de vroege periode v/d Seleuciden vond, betekent dan ook niet automatisch dat de hellenistische fase Ib van bewoning rond 130 v.Chr. Kan worden gedateerd: 't begin ervan kan pas tientallen jaren later zijn geweest. Bij onze pogingen om 't eind van fase Ib te dateren hebben we gelukkig vaster grond onder de voeten, aangezien de laatste munten die in 't desbetreffend stratum zijn gevonden, 4 stuks, tussen 40 & 37 geslagen in opdracht van Antigonus Mattatias: hij was de laatste heerser over Judea uit de dynastie van de Hasmoneeën, voordat Herodes de Grote 't heft in handen nam. De chronologische distributie v/d gevonden munten geeft aan dat er zich in Qum ran 2 perioden van grote activiteit hebben voorgedaan, namelijk van 103 tot 76 voor Chr. gedurende de regeringsperiode van Alexander Jannaeus, & van 8 vC tot 67 NÁ Christos gedurende de Romeinse tijd.
Wàt heeft nu de toename v/h aantal bewoners v/d Qumran-neder-zetting gedurende periode Ib aan deze nederzetting toegevoegd?
Afgezien van de ingang aan de oostzijde & die aan de noordwestelijke zijde lagen de hoofdpoort & de toegangsweg tot in 't complex aan de noordzijde v/d nederzetting, waar ook nog 'n versterkte toren van drie etages werd gebouwd. Ook nu nog vormen de resten van deze toren 'n opvallend kenmerk tot op de huidige wisselvallige myDidag van vandaag!
