Q106b de vrouwen vluchtten alle kanten op met hun
KINDEREN, BÀNG VOOR ELKAAR, BANG VOOR DE ONBEGRIJPELIJKE WERELD: ZE KRIJSTEN ALS GESCHROKKEN REIGERS I/D NACHT!!
IK SCHREEUWDE OM EBER, MAAR HIJ GAF GEEN ANTWOORD. IK BEGON ALS EEN RAZENDE DE TOREN TE BEKLIMMEN, LANGS WANKELE BOUWLADDERS EN WIEBELENDE STEIGERS, OMDAT IK HEM HÓÓG OP DE TOREN VERMOEDDE, OP ZOEK NAAR TSIPPOR DE VOGELMAN. IK VOND HEM TENSLOTTE OP DE VIERDE TRANS, INEENGEDOKEN OP DE GROND MET OP ZIJN SCHOOT IETS WAT OP HET EERSTE GEZICHT EEN HOOPJE VODDEN LEEK?
'Ébèr,' zei ik. 'We moeten gaan!'
Híj keek òp met een verwilderde blik in zijn ogen. Tóen zàg ik pas wàt hij geklemd hield tussen zijn handen: het hoofd van Tsíppòr!
Eber stond op met Tsippor in zijn armen. 'Laat hem hier achter,' zei ik. 'Nee,' zei Eber. 'We moeten hem begraven: hij is zó LÌCHT als 'n vógeltje!'
We daalden àf en droegen beurtelings TSÍPPÒRS lijk, dat bloedde uit een wonde in zijn zij. De 'heilige oorlog' der stommelingen had z'n eerste slachtoffer gemaakt. Toen we beneden waren, liepen we òm de toren naar 'n plek waar niemand ons kon zien en begroeven 'm!!
'Vader,' vroeg Eber, 'hebben wij er goed aan gedaan de toren te bouwen?' 'Néé,' zei ik. 'Maar er ZÀL een tijd komen waarin de macht van de goden getaand is en DÀN zullen de mensen nog véél hoger torens bouwen dan deze!' ik raapte een kiezelsteentje òp van de grond, stak het hóóg in de lùcht en líet het vàllen! 'Ze ZÙLLEN zich de vraag van Tsippor herinneren: waaròm vàlt dìt kleine steentje nu naar beneden èn hóe kòmt het dat de kolossale máán blíjft hàngen ìn de lùcht? Ze ZÙLLEN ontdekkingen doen waar wij niet eens van drómen kùnnen, want ònze Tóren wàs nòg maar hèt Begìn.'
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende