Q&a43 'n gelijkaardige uitspraak zit in de manier
waarop YOH de relatie tussen Yehosjoea haNatsri en Yochanan de onderdompelende Doper beschrijft, waarbij hij overduidelijk aantoont de die laatste een veel groter invloed op Yesjoea had dan de eerste christenen aanvankelijk wilden toegeven ~ terwijl hij er tòch óók de grootste nadruk op legt dat die Doper ondergeschìkt was aan Yesjoe. Dit eigenzinnige, tergende & verleidelijke boekje is zelfs allesbehalve simpel te dateren: in de overlevering v/d 'kerk' gold 't altijd als 't láátste dat 'r werd geschreven & de moderne wetenschap is 't daarmee ééns, zij 't om andere redenen.
Hoewel 't EU van Yoh alom gezien wordt als 't laatste - gedateerd tussen 85 & 120 CE, waarbij de academische consensus neigt naar 't laatste jaartal - hangt dat samen met bepaalde vooronderstellin-gen die we niet zomaar links (of rechts) kunnen laten liggen beschimmelen!
Aangezien Yoh niet op Mark steunt zoals Matai & Luke dat wèl doen, kan 't èlders i/d volgorde worden geplaatst? Sinds de jaren '60 v/d vorige eeuw staan de meeste geleerden méėr open voor 't idee dat ten minste délen v/h Yoh tòch materiaal kunnen bevatten dat óuder is dan Mark ...
Aanvankelijk dateerden geleerden Yoh vooral relatief láát (jong) omdat ze het té 'hellenistisch' vonden: de ideeën & het taalgebruik erin vervat, leken namelijk méér op de Griekse wereld geënt dan op de joodse? DÌT suggereerde 'n latere ontwikkeling v/h Verhaal van Yesjoea in 'n zeer Grieks-georiën -teerde Gemeenschap! Déze gevolgtrekking is echter níet dwingend: Israël stond toen al meerdere eeuwen volop onder Griekse in-vloed vóórdat Yehosjoea op de proppen kwam met ZÍJN ideeën & ermee ten tonele verscheen waarom deze ideeën ook op elk ander tamelijk willekeurig (?) moment kunnen zijn 'binnengeslopen'! Lòs van theologische overwegingen kunnen we 't EU van YOH óók dateren aan de hand van de INHOUD: waar we alweer, ook dáár, stuiten op muren vol tegenstrijdigheden ~ de info over de tijd van Yesjoe in sommige passages er-van lijkt zelfs nog authentieker dan in Mark, terwijl flagrante anachronismen elders betekenen dat 't tòch vrij láát geschreven moet zijn. Eigenlijk zijn al deze opval-lende anomalieën niet zo vreselijk moeilijk te rijmen, aangezien linguïstisch & stilistisch bewijs wèl aantoont dat ook DÌT werk is samen-gesteld uit divèrse bronnen & in tenminste 2 fasen! Oorspronkelijk begon Yoh, net als Mark, met de verschijning van Yo de Do & werd de proloog 'In 't begin was er 't Woord ...' later toegevoegd. Bovendien eindigde 't bij hoofdstuk 20: 't laatste deel, inclusief 't getuigenis v/d Geliefde Discipel, was even-eens 'knechts verfraaiing. 't Is dan ook heel goed mogelijk dat 't al met al vrij láát in z'n uiteindelijke huidige (?) vorm werd gegoten & nu tòch nog iets bevat v/d 'oudste' informatie, mogelijk van ooggetuigen?!?
'n Ander kenmerk van Yoh is minder herkenbaar maar werd er door AL uitgezeefd in z'n commentaar uit 2005 op 't EU: 't vertoont regelmatig thema's & motieven uit de Griekse literatuur ~ mythen van diverse heidense goden in-cluis ~ wat aantoont dat de schrijver er zelf mee bekend was & suggereert dat hij dit ook van zijn publiek verwachtte. AL toont aan dat Yoh 'r wel heel verzot op was om subtiele vergelijkingen te maken tussen 'JC' & heidense goden, maar deed hij dat om te suggereren dat JC superieur was of dat hij in wezen 'op ze leek'?
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende