Q'76/77/'t Verháál van Sélàch: ik ben Sélàch; mijn
OVERGROOTVADER
WAS NOACH, DE MAN DIE
DE ARK BOUWDE, MIJN GROOTVADER WAS SÈM, MIJN VADER ÀPÀCHSÀD!
Híj werd verwèkt toen mijn grootvader al 100 jaar oud was, twee jaar ná de zondvloed, bij Ararat:
híj was 'n kìndje dat de kinderen vervangen moest
die tijdens de zg. Zondvloed òmgekomen waren?
Toen ik 30 jaar was verliet ik mijn ouders
èn Tròk Ik Mèt Mìjn Zwangere Vróuw naar 't Óósten,
waar we ons vestigden i/d Vlàkte bij Sjinar {OEROEK/AKKAD/ÉRÈCH} & ik móet bekènnen dat óók MÍJN vertrèk níet GEHÉÉL vríjwillig was: ÌK WERD GEDWÒNGEN DOOR RÙSTELOOSHEID;
't zg. 'familieleven' benáuwde me.
'n Zóón kòn zich toenmaals nog bijna
op geen ènkele manier onttrekken aan 't Gezàg van z'n Váder, die op zíjn beurt óók weer onder-danig probeerde te zijn aan DÍENS Váder?! ÌK verlàngde hèftig naar Vríjheid, & van kinds af aan meende ik
dat díe ÀCHTER de horizon te vinden moest zijn!?
't Wóórdje "VÈRTE" máákte in míj drómen wàkker
die over een grènzeloze rúimte gingen, waar mènsen zówèl hun bénen
als hun géést vríj bewégen konden!
Àlwéér:
morrende Mòr herkent zich
in die allereerste 'verre voorouders',
nomaden, migranten, gebarenvertalers, symbolenverzamelaars
& verhalenvertellers als vanouds; je groeit ermee op, gaat er naar toe, leeft erin mee
& blijft levenslang herkauwen
& 'uitproberen'
~~~
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende