Q&@34 er was vaak hongersnood in kena'an, 'n land
met haast altijd & voor eeuwig onduidelijke grenzen die hooguit het gebied omsloten tussen het Taurusgebergte in het noorden tot de zg. Beek van Egypte {wadi EL~ARISJ} in de noordoostelijke hoek van het schiereiland Sinaï dat dit gebied zelf in het zuiden begrensde, met de Middellandse Zee in het westen & de rivier de Yardeen in 't oosten.
In tegenstelling tot Soemer(ya) had Kena'an géén grote rivieren, alleen de korte & ondiepe kronkelige Yardeen die nauwelijks in staat was om het smalle Yardeendal van water te voorzien & waarvan het bereik niet verderging dan de heuvels die de rivier insloten tussen Cher-mongebergte & de Dode Zoutzee.
Ook de topografie van het land verschilde van die van Soemerya: hier géén wijde, alluviale vlakten maar juist dichtbeboste heuvels, de Yardeenkloof, 'n lange & smalle kustvlakte, vruchtbaar laagland & 'n centraal massief van steenachtige heuvels dat overging in 't maan-landschap van de Negev.
Ten tijde van Avram viel er in 't zuiden waarschijnlijk meer regen dan tegenwoordig: de Dode Zoutzee was misschien kleiner & de bossen dichter. De bode vegetatie was afhankelijk van dauw, bergbronnen & regen, net als in 'onze tijd'. Als die regen uitbleef, dan kwam er een hongersnood!
't Hele land ligt aan de randen van uitgestrekte woestijnen & de regen bleef in Kena'an maar al te vaak uit? Die afhankelijkheid van het regenen als enige levensbron voor de vegetatie & 't heuvelachtig karakter van 't gebied, leidden ertoe dat de mensen die lang voor de tijd van Avram leefden, ontdekten dat terrassen konden voorkomen dat 't water vruchteloos wegstroomde als regen uiteindelijk viel!
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende