Overeenkomsten & verschillen Re:Ajuparaplukukeleku
In de tweede plaats
geven de myDischriftvondsten aanvullende informatie
over de Hebreeuwse taal en wat daarmee samenhangt.
Een mooi voor beeld hiervan heeft betrekking op de uitleg van 1 SAM 13:21. In de "Statenvertaling" werd deze passage nog weergegeven met:
"Maar zij hadden tandige vijlen voor hun houwelen, en voor hun spaden,
en voor de drietandige vorken, en voor de bijlen, en voor het stellen van de prikkels."
Een nogal raadselachtige mededeling?
De Statenvertalers wisten namelijk geen raad met enkele zeldzame Hebreeuwse woorden in dit bijbelvers.
Toen er echter gewichten werden gevonden met daarop het Hebreeuwse woord voor twee-derde sjekel, het woord dat ook in deze passage voorkomt, was het plotseling wel mogelijk dit vers te begrijpen.
Vandaar dat we nu dit gedeelte kunnen vertalen met:
"De prijs nu was tweederde sjekel voor de zeisen en de ploegscharen en eenderde sjekel voor de hakken en de bijlen en voor het vastzetten van de prikkels."
~!@$@!~
In de derde plaats
vindt men door deze schriftvondsten nieuwe gegevens over de geschiedenis van het oude Israel.
Het mooiste voorbeeld hiervan is de steen van Mesa,
hoewel dit strikt genomen geen Israelitische schriftvondst is.
Mesa was namelijk koning over Moab, dat ten oosten van Israel lag,
in het midden van het tegenwoordige Jordania.
Mesa komt in de bijbel voor als een opstandeling {terrorist}.
Daarom was het een belangrijke vondst toen ZIJN versie op de gebeurtenissen werd teruggevonden,
die hij had laten vastleggen op
een STELE {rechtopstaande steen}!
~!@$@!~
Rondom deze vondst worden merkwaardige verhalen verteld.
De meest waarschijnlijke versie luidt als volgt:
In 1868 werd in Dhiban aan een zendeling uit de Elzas een oude steen getoond met een inscriptie.
De Elzasser begreep onmiddellijk dat het om een belangrijke vondst ging en waarschuwde de Pruisische consul.
Er waren echter Franse en Engelse kapers op de kust.
Zoveel belangstelling voor hun steen maakte be bevolking wantrouwig.
Zij besloten dat hij niet in handen van de vreemdelingen mocht vallen.
Zij verhitten de steen en goten er koud water overheen,
zodat hij uit elkaar barstte.
Omdat men magische krachten aan de steen toeschreef,
werden de brokstukken als amulet gebruikt.
Bijna was deze belangrijke vondst verloren gegaan,
ware het niet dat een Fransman, die van deze belangrijke stele had gehoord, VOOR de vernietiging van de steen afdrukken had laten maken en tweederde van de steen achteraf alsnog wist te bemachtigen.
De fragmenten werden weer in elkaar gezet en het ontbrekende deel
werd aangevuld op grond van de afdrukken.
Het resultaat is nu in het museum het Louvre in Parijs te zien.
En een gipsafgietsel bevindt zich in het Bijbels Museum in
Amsterdam.
~!@$@!~
In de tekst vertelt Mesa van zijn grootse verrichtingen:
de bouwwerken die hij liet uitvoeren, en zijn militaire suksessen.
Zijn grote tegenstander was het koninkrijk Israel, dat hij naar zijn zeggen wist te verslaan.
Interessant is het daarom om deze tekst te vergelijken met 2 Koningen 3.
DAAR wordt bericht dat een gezamenlijk leger uit Israel, Yehoedah en Edom het land Moab binnenvalt, als Mesa in opstand is gekomen.
Volgens dit verhaal wordt heel Moab verwoest en Mesa opgesloten in een vestingstad.
Slechts door het offeren van zijn oudste zoon op de stadmuur weet Mesa een volledige nederlaag te voorkomen.
Het bijbelse relaas verschilt dus nogal van wat Mesa zelf op zijn steen liet zetten!?!
Aan de professionele geschiedkundigen om uit te maken welk van deze versies historisch gesproken
het meest betrouwbaar is?
~!@$@!~
Het
vierde punt
waarover de tekstvondsten
ons waardevolle myDi-informatie verschaffen,
heeft betrekking op het sociale en economische leven in het oude Israel.
Beschreven potscherven {"ostraca"} melden ons bijvoorbeeld de leverantie van goederen en geven aanwijzingen hoe het land in die tijd was verdeeld.
Ook over het beheer, het bestuur en de militaire organisatie weten we meer door deze tekstvondsten.
~!@$@!~
EEN vondst spreekt het meeste aan.
Het gaat hier om een brief van iemand uit de laagste klasse van de Oudisraelitische maatschappij, een groep mensen over wie verder maar heel weinig bekend is.
Het is een klacht,
waarschijnlijk van een landarbeider,
wiens mantel in beslag is genomen.
Op zeer nederige toon spreekt hij de gouverneur aan ~ hij zal de 'brief' overigens zelf niet geschreven hebben, maar dit door een beroepsschrijver hebben laten doen:
hij verzekert met nadruk dat hij de hem opgedragen taak bij het oogsten volledig had voltooid, toen een opzichter hem zijn mantel afnam,
waarschijnlijk om hem zo te dwingen nog langer te werken.
Zijn kameraden kunnen getuigen dat hij in zijn recht staat en hij hoopt dat de gouverneur hem zijn mantel
zal terugbezorgen {die ook diende als deken tegen de nachtkou?}!
~!@$@!~
Kortom:
tweeduizend of vierduizend jaar
is dichterbij dan je
zou denken.
Nog steeds moeten mensen zich
per uur of dagdeel verhuren om te kunnen overleven
en worden uitgebuit door koppelbazen en huisjesmelkers
over de hele wereld
die verder ook nog bolstaat van geruchten over overstromingen,
rellen en opstanden, moordpartijen en massale verkrachtingen,
slavernij en de vlucht door tallozen uit hooploze situaties,
diktators en huurlingen,
kindsoldaten en terroristen, burgeroorlogen en
aanverwante wreedheden.
De lijst is zonder einde net als de overeenkomsten
tussen toen en nu.
Technisch mogen we dan vorderingen hebben gemaakt
en onderlinge verhoudingen mogen her en der nogal verschillen,
maar goed en kwaad, recht en onrecht,
angst en verdriet, eenzaamheid en strijd om rechtvaardigheid
blijven ons myDi-bestaan nog steeds
beheersen?!























Re: 22 april 2004
e.v.

Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende