Maar gantsch anders vatten 't "de G dlooze spotters", & door de woorden, ELI, ELI, uit onkunde, of dartel-
heid, weder tot de voorgaande spotternyen aangespoort, zeggenze: deeze roept Elyas!, Het was een
aaloud erfgerucht onder de Jooden, dat Elyas {de profeet Eliyahoe} [weder]komen moest, eer de Messias
in zijn Koninkrijk verscheen. Op dien grond is deeze vuile bespotting gevest; en by gevolg niet van de Ro-meinsche krijgsknechten, maar van de Jooden uitgebraakt, en niet van 't onwetend volk alleen, of van de Hellenisten, die uit gelijkluidendheid van Eli, & Elyas, dit zeggen des Heilands misduidden, maar ook van de Priesters & Overheid zelve; die uit onverzadelijke boosheid, het Rijk des lijders dus beschimpen, als wilde hy, die zich den Messias en Koning der Jooden had genaamt, hier door Elyas om hulp en bystand smeken. Want dit zegt: hy roept Elyas, hy bid, hy smeekt Elyas. Gelijk die "G d smeken & bidden", gezegt worden te roepen, en "G d 'aan te roepen'"! Ongetwijfeld, om dat verlegene, en benauwde mentschen hunnen nood met sterk geroep, & doordringende stemme te kennen geven.
{Typisch myDi!}
Dat Yehosjoea met sterke stemme geroepen had, mijn g d! mijn g d is zo even & ook al eerder en vaker getoond, en van Paulus aangemerkt, dat onze groote Melchitsedek, in de dagen zijns vleesches, gebeden & smekingen, met sterke roepingen & traanen opofferde. Dit sterk geroep brengt het Jooden-rot over tot Elyas, als of hy dien beloofden en verwachten Profeet bad, terwijl hy G d om troost en redding uit zijn lijdens angst aanroept.
Elke NT tekst berust op en/of bevat een OT tekst van 't "verbond".