'bemidbar'
NUM
25:7~15
{a la Mat Gargon
AD 1718/1725}
Gelijk
zo Pinehas,
uit ijverzucht, Zimri
en Kosbi doorstak. Maar
't heeft onzes bedunkens weinig
schijns; dewijl hier alles spotswijze,
en zo wel van de Romeinsche als Joodsche knechten gedaan word.
Want die beiden,
meinen wy, deeze spotters geweest te zijn,
die Markus uitdruklijk hupereetai
, gerichtdienaars, noemt,
die in wingewesten van den Landvoogd, met roeden of stokskens gewapend,
ter handhavinge van 't Gerecht gebruikt wierden. En wel ligt zullen die JC inzonderheid
in 't aangezicht hebben geslagen met stoikskens of roeden,
gelijk sommigen in 't Grieksch rapisma
,
uitleggen.
Maar dit zy,
zo 't wil, Christos word bewaart, en smaadlijk mishandelt van Jooden en Heidenen,
van welken hy in den hof gevangen was,
en tot Pilatus geleid zal worden.
'T is allen menschen eigen,
deernis te hebben met veroordeelden en dood-strafbaaren:
maar deze krijgs- en dienst-knechten hebben alle menschlijkheid uitgeschud,
en drijven den spot met Yehosjoea.
Maar zouden de knechten
beter zijn dan hunne Heeren,
die Yesjoe zo onrechtvaardig
veroordeelt hebben?
Als
men hier
JC ziet geleid
naar Annas/Chananyah, en van hem naar Kajafas,
daar alle de mannen van den grooten Raad by een komen, om het doemvonnis op te maken,
en des morgens vroeg te doen uitvoeren [op de zesde dag van die Pesachweek], en men overwikt,
hoe zy Yesjoe behandelen, eene zaak van zulke aangelegendheid tegen allen recht aanvatten,
geen getuigen hebben, maar zoeken, zich der waarheid niet kreunen, maar valsche getuigen opmaken,
en zelfs ook dus niets dood- en doem-waardigs in hem vinden,
zo straalt van alle kanten zijn
onschuld middagklaar
door.
Zouden zy wel
valsche getuigen hebben gezocht,
indien 'er waare redenen gevonden waren?
Die handeling bewijst hunnen onverzoenlijken haat tegen Yehosjoea: en hoe zy Yesjoea meer haten,
hoe zijn onschuld
klaarder blijkt.
En wie kan
den Heiland zien brengen
van Gethsemane naar den Hoogenpriester, en niet denken,
dat men Paasch- en Offer-lammeren van die plaats bragt, dan na voorgaande beproeving en onderzoek,
of 'er eenig gebrek, of mangel aan ware;
waar toe zy in handen der Priesters
gestelt wierden.
Hier zal ook
Christos als ter toetse gestelt,
en rein, en onschuldig, en bekwaam bevonden worden,
om G d te verzoenen.
Zulk een offer,
zulk een Hoogenpriester betaamde ons.
Zo staat Yesjoe voor Annas, zo staat hy voor Kajafas, en Overpriesters en Oudsten, en gantschen Raad;
die alle getuigenisse geven, datze niets in hem vinden,
terwijl ze valsche getuigen
tegen hem zoeken.