Onze aarzelingen houden verband met de vrees dat definities de haast volkomen onuitsprekelijkheid & de bijna complete onoverdraagbaarheid van mystieke ervaringen tekortdoen ~ bijvoorbeeld door ze vast te leggen op ervaringen van "HET transcendente", "DE onveranderlijk ENE", 'het hogere Zelf' e.d., allemaal omschrijvingen die zomaar niet alle ervaringen recht doen.
Natuurlijk speelt ook de vrees mee dat de theoreticus zou kunnen gaan voorschrijven wat nu eigenlijk een ideaal-typische mystieke ervaring is [of niet] ~ bijvoorbeeld door het gebruik [of misbruik] van woorden als 'verlichting', 'heling', 'zuivering' of welke andere variatie daarop dan ook.
Vandaar dat we het hier maar weer eens zullen moeten doen met wat duidingen, omschrijvingen & werkdefinities.
Zo'n mogelijke werkdefinitie vinden we, speciaal met 't oog op de brieven van Sjapochapeau, bij Albert Schweitzer:
"Mystiek vinden we daar waar een mens de scheiding tussen het aardse & 't bovenaardse, tijdelijk & eeuwig, als overstegen beschouwt & zichzelf, staande in het aardse & vergankelijke tijdelijke, ervaart als binnengegaan in het 'bovenaardse' & 'eeuwige'" "Eeuwig" & 'bovenaards' blijven open, & of iemand zichzelf ervaart als 'binnengegaan' in het eeuwige & bovenaardse, wordt verder overgelaten aan die persoon zelf. Dit soort van werkdefinitie is ook een [niet echt storende] cirkelredenatie, omdat AS in SP's brieven naar elementen van 'n ervaring zoekt waarmee hij zijn definitie opbouwt.
'n Mystieke ervaring is op zichzelf niet genoeg om iemand 'mysticus' te noemen.
Daartoe is vereist dat iemand op die ervaring ingaat, zijn of haar leven ernaar inricht, er 'vorm' aan geeft & 'school' maakt.
De mysticus dient anderen niet te informeren, maar te transformeren: DIT is zeker wel een kenmerk van SP's mystiek?!!
Hij is spaarzaam met mededelingen over zijn mystieke ervaring & dringt vooral aan op verandering: hij heeft zodanig vorm gegeven aan zijn ervaring[en] dat HCM mystiek het "Oberbegriff" [HET overkoepelende, allesdoordringende IDEE] van de paulijnse theologie noemt. De kern daarvan ligt, zoals ook AS zegt, in het zg. 'in Christos zijn'.
De paulijnse mystiek is geen godsmystiek, maar Christus~mystiek. En dat is dan nog maar 'n enkelvoudige benadering van verschijnselen die ongetwij-feld sterk beinvloedt & gekleurd zijn zijn door tijd, plaats, cultuurschok & vermenging van tallen & hun aanverwante merkwaardige/opmerkelijke ideeen.


