MAT 27:38 e.d.
WAYITSALVOE ITO SJNEI FARITSIEM ECHAD LIYAMINO WE'ECHAD LESMOLO;
WEHAOVRIEM GIDFOE OTO WAYANIYOE ET-ROSJAM; WAYOMROE ATAH HAHOREES ET-HAHEOCHAL OEVONEEHOE BISJELOSCHET YAMIEM HOSJA LENAFSJECHA WEIEM BEN-HAELOHIEM ATAH REDAH MIN-HATSELAV; WECHEEN HILIEGOE GAM-RASJEI HAKOHANIEM IEM-HASOFRIEM WEHAZKEENIEM LEEMOR:
"Anderen heeft hij gered,
maar zichzelf redden kan hij niet?
Hij is toch koning van Yisraeel, laat hij nu dan van het kruis afkomen, dan zullen we in hem geloven.
Hij heeft zijn vertrouwen in G d gesteld, laat die hem dan nu redden, als hij hem tenminste goedgezind is! Hij heeft immers gezegd:
'
Ik ben G ds zoon?!'"
En het zelve verweten hem ook de moordenaars, die met hem gekruist waren.
En van der zester uure aan, wiert 'er duisternisse over de gehele aarde, tot de negende uure toe.
En omtrent de negende uure, riep Yehosjoea met een groote stemme, zeggen ELI, ELI, LAMA SABAKTHANI [AZAFTANI], dat is, mijn G d, mijn G d, waarom heb jy my verlaten?
Zommige van die daar stonden [zulks] horende, zeiden, deze roept Elyas.
En terstont een van hen [toe-]loopende, nam een spongie, en [die] met edik gevult hebbende,
stak ze op eenen rietstok, en gaf hem te drinken. Doch de andere zeiden, houd op, laat ons zien,
of Elyas komt, om hem te verlossen.
Schoon G d de vader eenen wijl toegelaten hebbe, dat zijn Zoon, in wien zijne ziel een welbehagen had, gehoont, beschimpt, gelastert wierd, heeft hy echter niet willen, noch konnen gedogen,
dat alles des zelfs heerlijkheid, door smaad en bespottinge, zoud worden verdooft en uitgebluscht:
maar gelijk de zon, door nevelen en wolken bedekt, te glantsrijker doorstraalt,
als zy door haar bekoorlijke kracht de wolken verdrijft, de neveldampen verdrijven doet,
en haar onbezwalkt licht vertoont: zo heeft ook Christos, de Zonne der gerechtigheid, wel eenigen tijd, door lijden, smaad, en smert, als beneveld, en zijne hemelsche heerlijkheid verduisterd geweest:
maar die nevelen zijn telkens verdwenen,
en in 't midden der duisternissen,
de G dlijke glants
des heilands
doorgebroken.
Blijkbaar
is dit
't centrale punt
& de stand van zaken:
zo zijn mensen & 'zo is g d' ~
op dezelfde tweesprong waarop alle mensen
zich altijd en overal telkens
weer bevinden om te
kiezen tussen 't
kwaad &
go{e}d.
