Maar dan
moet ook elke gedachte aan 'n "God"
die werkelijk 'ergens daarbuiten' zou bestaan, voortaan opzij kunnen worden gezet:
"Goden zijn randfenomenen die door de evolutie
werden voortgebracht!"
Ware religie,
wanneer dat geen contradictio in terminis is,
bestaat in het in harmonie brengen van je zelf met 't evolutieproces
zoals dat steeds hogere vormen van zelfbewustzijn ontwikkelt.
Naturalisme als een levensbeschouwing is duidelijk & bewust
een aanval op het traditionele heidense christendom,
want in het naturalisme kan de term "God"
vervangen worden door de term
'universum' en is daarmee
semantisch overbodig
geworden?!
Maar
de "God"
die het primitieve naturalisme vaarwel zegt,
is de God van het supernaturalistische denken, en de vraag nu
waar 't op aankomt is in hoever 't christendom met dit supernaturalistische denken identiek is,
of er 'onlosmakelijk' al of niet
mee verbonden
blijft?
Het is
en blijft
een kwestie van aan- & afleren, opvoeding, ervaring en
voor welk woordgebruik we kiezen om met anderen te kunnen converseren!
Moet ook christendom mythologisch zijn, waaruit is 't voortgekomen, welke invloeden heeft 't ondergaan:
zijn we vrij om ons te uiten in eigen taal
en betekenis?
Ongetwijfeld
werd ook 't christendom
met dit denken geidentificeerd & dit wordt ergens diep in ons-
zelf ook vaak nog steeds gedaan. 't Hele wereldbeeld van de bijbel was,
zonder twijfel, onomwonden naturalistisch: er werd gedacht in termen van 'n universum
in drie verdiepingen met God 'daarboven',
'boven de natuur'?
Zelfs
wanneer we,
wat we voor die primitieve aspecten
en een letterlijke opvatting van deze constructie zouden houden,
wegverklaard hebben, zitten we nog steeds met wat wezenlijk 'n mythologisch beeld
van "God" en zijn relatie tot de wereld is. Achter zulke zinnetjes als:
"God schiep de hemel en de aarde," of "God zond zijn eniggeboren
Zoon" ligt 'n opvatting van de wereld waarin 'g d' is uitgebeeld
als 'n "Persoon" die 'in de hemel leeft',
'n "g d" die van de goden & godinnen
van de heidenen is onderscheiden
door 't feit dat er 'geen g d
is naast
mij'
...
