Symbolisch
[& soms
ook heel letterlijk]
werd het dus kennelijk
zo voorgesteld dat dit vuur
werd geworpen vanuit
'de hemel'!
{Zie ook:
de Zondvloed/Uittocht/Exodus/Thera/wolk
overdag & vuur 's nachts,
oorlog & geweld
nu!}
Dit vuur
kon dus ook duiden op straf
als in Genesis & Koningen of Lucas e.d.
Of ~ wat hier meestal tegenwoordig ook nog wat waarschijnlijker is ~
op Yehosjoea's blijde boodschap & Geest via de Handelingen der discipelen/leerlingen/apostelen/evangelisten?
Deze spreuk
is ook wel opgevat als aanwijzing van Yesjoea
& z'n 'hemelse pre-existentie', van waaruit hij kwam om vuur op de aarde te werpen,
maar tegen deze uitleg werd dan weer ingebracht dat er niet wordt gezegd dat Yesjoe met dit vuur
in zijn hand uit de hemel is gekomen?
Volgens anderen
is hier vooral bedoeld dat het vuur op het gebod of gebed van Yehosjoea op de aarde zou neerkomen terwijl hijzelf nog op de aarde was [en/of zou 'wederkomen'?]!
Dit soort van uitspraken
in teksten suggereert dat Yesjoea dit vuur vanuit 'n hoge{re} positie
is komen werpen op aarde.
'n Ander opmerkelijk aspect van 't euangelium van Lucas
is tenslotte ook nog dat er verscheidene malen melding van werd gemaakt dat G d naar zijn volk omziet ofwel ~ ietwat anders vertaald ~ dat hij zijn volk bezoekt
[Luc 1:68,78 ~
hij heeft zich om zijn volk bekommerd en het verlost ~
dankzij g d's liefdevolle barmhartigheid zal 't stralende licht uit de hemel over ons opgaan!]!
Of Luc 7:16 ~
allen werden vervuld
met ontzag & loofden G d met de woorden:
"Een groot profeet is onder ons opgestaan!"
G d heeft zich
[telkens weer opnieuw]
via zijn profeten om zijn volk bekommerd, en 't goede nieuws
verspreidde zich in heel Yehoedah & in de wijde omtrek [tot de einden der aarde door alle tijden heen]!
Men brengt dit motief dus ook in verband met teksten uit de hellenistische wereld
en uit het zogenaamde Oude Testament van meer dan 2500 jaar geleden
waarin een god, enkele goden/godinnen of de
HEER
mensen opzoekt,
aanspreekt & verandert.
In 't begin
schept g d hemel & aarde:
g ds geest zweeft over de oerwateren.
Hij zei, deed, zag [alles ontstaan],
'laat ons mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken'
met
'heerschappij over alles wat leeft',
zegenend, vruchtbaar, bevolkend,
benoemend, gevend.
Die Eeuwige
[altijd komende aanwezige wordend in ons]
verscheen opnieuw aan Avraham:
op 't heetst van de dag zat Avraham in de ingang van zijn tent en toen hij opkeek zag hij even verderop plotsklaps
drie mannen staan ~
onmiddellijk snelde hij zijn tent uit naar hen toe, boog diep
en zei:
"Heer,
wees toch zo go{e}d jouw dienaar niet voorbij te gaan.
Ik zal water voor jullie halen zodat je jouw voeten kunt wassen, maak het jullie hier nu onder de boom intussen gemakkelijk. Ik zal jullie ook iets te eten brengen, zodat jullie weer op krachten kunnen komen voordat je verdergaat.
Daarvoor zijn jullie immers
bij jullie dienaar langsgekomen?"
Zij antwoordden:
"Wij nemen jouw uitnodiging graag aan!"
M.a.w.:
g d bezoekt mensen
als 'vreemdelingen, armen,
onbekenden, reizigers & vluchtelingen, zieken & stuurlozen'
oftewel als iedere naast die in vrede komt met goede [nog onbekende] bedoelingen & men spreekt
& eet en drinkt samen om uit te rusten,
te verkwikken, te genezen
& samen te delen
& verder op
weg te
gaan
...
{Zie ook
Sdom & Lot even
later!}
[GEN 18/19/21/50]
De Eeuwige zag om
naar Sara zoals hij had beloofd
en hij gaf haar wat hij had toegezegd.
En Toen Yoseef zijn einde voelde naderen zei hij tegen zijn broers:
"G d zal zich jullie lot aantrekken: hij zal jullie uit dit land wegleiden en je naar het land brengen
dat hij onder ede aan Avraham
{zo'n 3500 jaar geleden},
Yitschak & Ya'akov/Yisraeel
heeft beloofd
...
Zweer me
dat jullie, wanneer G d zich jullie lot aantrekt,
mijn lichaam van hier zullen meenemen!"
EX 4:31 ~
de Yisraelieten werden hierdoor overtuigd:
toen ze hoorden dat de Eeuwige [kawio] oog had gekregen voor hun ellende, knielden ze
en bogen ze zich diep neer.
EX 13:19 ~
Mosjeh had het lichaam
van Yoseef meegenomen,
omdat hij de Yisraelieten plechtig had laten zweren dat te zullen doen:
"G d zal zich jullie lot aantrekken en dan moeten jullie mijn lichaam van hier met je meenemen!"
In het begin was Mosjeh
[vele jaren daarvoor?] gewoon de schapen & geiten van zijn schoonvader
Yitro, de Midyanitische priester, te weiden en zo kwam hij toen ook bij de berg Choreev, de berg van G d!
Daar verscheen de engel van de Eeuwige [kawio] aan hem in 'n vuur dat uit 'n doornstruik opvlamde
en Mosjeh zag dat de struik in brand stond & toch niet door 't vuur werd verteerd!
Hoe kan 't dat die struik nu niet verbrandt?
dacht hij.
Ik ga dat wonderlijke verschijnsel eens van dichtbij bekijken.
Maar toen g d [de eeuwig komende
aanwezige/wordende in ons] zag dat Mosjeh dat ging doen,
riep hij hem vanuit de struik
{Exodus 3:1~8}
of Psalm 8:
"Eeuwige, onze Meester,
hoe machtig is jouw naam op heel de aarde!
Jij die aan de hemel jouw luister toont ~
met de stemmen van kinderen en zuigelingen
bouw jij een macht op tegen jouw vijanden
om hun wraak
en hun verzet
te breken!
Zie ik
de hemel,
het werk van jouw vingers
en de maan & de sterren door jou daar bevestigd,
wat is dan de sterveling dat jij aan hen denkt
en het mensenkind dat jij
naar hen omziet?
Jij hebt hen
bijna als 'n g d gemaakt,
hen bekroond met glans en glorie,
hen toevertrouwd het werk van jouw handen
en alles aan hun voeten gelegd: schapen, geiten
en al het vee, en ook de dieren van het veld,
de vogels aan de hemel, de vissen in de zee
en alles wat trekt over
de wegen der
zeeen?!
Eeuwig
komende aanwezige
& wordende in ons,
onze g d en Meester,
hoe machtig is jouw naam
op heel de aarde."

