Het
mydibijbelverhaal van
Yehosjoea is en blijft natuurlijk
vanaf het begin af aan puur
joods humanistisch.
Wanneer Yesjoea dan ook in Yeroesjalayiem
bij de Tempel komt, dan is hij diep verontwaardigd over alle handel die er op het buitenste Tempelplein gedreven werd en veegt hij dit schoon zoals beschreven in het
euangelium van Marcus [11:15 e.v.]
Wayavo'oe Yeroesjalayiem wayavo Yesjoea el-haMikdasj wayachel legareesj misjam et-hamochriem we'et-hakoniem wayahafoch et-sjoelchanot ha sjoelchaniem we'et-mosj-vot mochrei hayoniem; welo hiniyach le'iesj laseet klie derech hamikdasj
Ze kwamen in Yeroesjalayiem
[we weten niet voor de hoeveelste keer
& of 't misschien wel voor de eerste keer was v/d groep!]?!?
Hij ging de Tempel binnen en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht weg te jagen;
hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver,
en liet niet toe dat iemand er voorwerpen over het tempelplein droeg
en hield de omstanders voor:
'Staat er niet geschreven bij de profeet Yirmeyahoe {7:11}
"Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn"
Maar jullie
hebben er een rovershol
van gemaakt!'
De hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden wat
er gebeurd was en zochten naar een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen;
ze waren bang voor hem
omdat het hele volk in de ban was van zijn onderricht
en nadat de avond gevallen was, gingen Yesjoea en
zijn leerlingen weg
uit de stad.
Zijn verwijt 'maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt' is eveneens
ontleend dus aan de profeten Yirmeyahoe {7:11}
& Yesjayahoe {56:7}!
Toen ik er voor 't eerst aankwam begin mei '67
was 't hele grote tempelplein rondom de Gouden Koepel van Omar volkomen verlaten & er
was geen kip [of haan] te zien ~ het bood een troosteloze uitgestorven aanblik wat de prots en praal van
de moslimgebouwen die daar nog stonden samen met 't zilveren dak van de Al Aqsamoskee
des te meer deed uitkomen.
Ook in een discussie over de opstanding der doden
beroept Yesjoe zich op het boek Exodus {3:6},
waar G d 'de G d van Avraham & de G d van Yitschak & de G d van Ya'akov' genoemd wordt ...
Hij concludeert daaruit dat G d niet een G d van doden maar van levenden is,
hetgeen in zijn visie getuigt
van de opstanding der doden {in Marc 12:26-27}.
Gevraagd naar het belangrijkste gebod citeert hij uit de
wet van Mosjeh de geboden om G d en de naaste [alleen maar tegelijk!] lief te hebben
{12:28-31} zoals
ook al beschreven stond in Deuteronomium 6:4-5
& Leviticus 19:18.
"IK BEN
de g d van Avraham en de g d van Yitschak & de g d van Ya'akov:
hij is geen g d van doden maar van levenden!"
!
EEN
v/d schriftgeleerden die naar hen geluisterd had
terwijl ze over al die teksten en aanverwante dingen discussieerden,
en gemerkt had dat hij hun correct had geantwoord,
kwam ietwat dichterbij en vroeg hem:
"Wat is van alle geboden het allerbelangrijkste gebod?"
Yehosjoea antwoordde
"'t
Allerbelangrijkste en voornaamste is:
"Luister Yisraeel! De Heer onze g d is de ENIGE HEER; heb de
Heer jouw g d lief met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand en met heel je kracht!"
Het op een na belangrijkste is dit:
"Heb je naaste lief als jezelf!"
Houd deze geboden die
ik je vandaag opleg steeds in gedachten
en prent ze jouw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en ook onderweg, als je naar bed gaat en als je [in het bad staat &] weer opstaat, draag ze als een teken om je arm en als een band op je voorhoofd: schrijf ze op de deurposten van je huis & op de poorten van de stad!
Kortom:
leef al mijn bepalingen na:
zeg tegen de gemeenschap van Yisraeel:
"Wees heilig en betracht vol-maaktheid want ik de Heer jullie g d ben heilig!
Toon daarom ontzag voor je moeder en je vader en neem steeds mijn zevende rustdag in acht omdat IK de Heer jullie g d ben & boven al het andere sta dat er is!
Laat je niet in met afgoden en maak geen godenbeelden om dit te aanbidden want IK ben g d!
Wanneer je de Heer een vrede~offer aanbiedt dan moet je wil het offer aanvaard worden dat vlees eten op de dag dat het dier wordt geslacht of op de volgende dag en wat er op de derde dag van over is
moet dan worden verbrand!
Als er op de derde dag nog van het offervlees gegeten wordt is dat verwerpelijk en zal het offer niet worden aanvaard en wie ervan eet moet de gevolgen van z'n zonde dragen:
hij heeft het ontwijd omdat het de Heer toebehoort en wordt zodoende uit de gemeenschap gestoten.
Wanneer je dan ook de graanoogst binnenhaalt, oogst dan niet aan de rand v/d akker en raap wat blijft liggen niet meer bijeen en wanneer je bij de wijnoogst druiven plukt loop dan niet alles nog eens extra na en raap nu
niet bijeen wat op de grond is gevallen maar laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen omdat IK
de Heer jullie g d ben!
Steel niet, lieg niet & bedrieg je naasten niet:
leg geen valse eed af en zweer niet bij mijn naam want daarmee ontwijd je de naam van je g d:
IK BEN
de Heer!
Beroof dus niemand en pers een ander niet af, betaal een dagloner zijn loon nog op dezelfde dag uit en spreek geen vloek uit over een dove en plaats geen obstakel voor de voeten van een blinde:
toon zo ontzag voor je g d want alleen
IK BEN
[de Heer]!
Wees niet partijdig wanneer je rechtspreekt en trek [on]aanzienlijken niet voor
en zie machthebbers niet naar de ogen, spreek rechtvaardig recht over je naasten
en breng het leven van een ander [of jezelf] niet in gevaar door allerlei lasterpraatjes
over hen rond te strooien:
alleen
IK BEN
de Heer
...
Wees
niet haatdragend
en als je iemand iets te verwijten hebt
roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je
door je te wreken of wrok te blijven koesteren:
heb je naaste{n} dus zo lief als jezelf:
IK BEN
de [enige] Heer!
Leef al mijn bepalingen na en laat je vee niet paren met dieren
van een andere soort, zaai je akker niet in met verschillende soorten gewassen tegelijk
en draag nu ook geen kleren meer die geweven zijn uit twee soorten garen a.s.o.!
Dan komen de voorschriften over seks,
slavernij [slav[inn]en],
vrijkopen/vrijlaten/schadeloosstellingen,
doodstraffen & hersteloffers/schadeloos-
stellingen & 'wiedergutmachungen', verzoeningsrites,
schulden & zonden, vergeving,
landbouw/industrie
e.d.
...
ELK
aspect van
het bekende 'land~ & stads/dorpsleven'
blijft zo belicht worden in het licht
van 'scheppingsvisies'
& 'eindtijd'.
Ik draaf
natuurlijk weer eens veel te ver
en te lang door op al die details:
de meeste mydiertjes hebben nu allang afgehaakt
waarschijnlijk [ALS ze er al aan zijn 'begonnen'!]? Kortom: Yesjoe legt wet & profeten
uit op actualiserende & praktische wijze door voorbeelden [gelijkenissen] te geven & teksten aan te halen
[en zo ook 'wonderen te verrichten' die daarvan 'het gevolg zijn']!
Ook rechters, geneesheren & technici hebben NU & HIER
wetten, regels en geboden/verboden nodig om
go{e}d te kunnen functioneren
in hun eigen
tijd van
leven
...
