onnozelheid smaad dood lijden schuld & boete ...


Schouwt
dan Yehosjoea
aan voor, en
buiten 't gericht, alleszins
straalt zijn onnnozelheid middagklaar door,
en geeft hy blijken van volvaardig te lijden,
als de waare Hoogepriester.

'T is vremd,
ik beken 't,
dat hy van den Joodschen Raad veroordeelt worde,
en ongelijk wonderlijker, als dat hy van de Heidenen word gesmaad en gehoont:
maar wat schuld is in hem gevonden?

Hadden de Profeeten niet voorzegt,
dat de Masjiach van de zijnen verworpen,
gesmaad, gedood zoud worden? Mosjeh in zijn heilig lied voorzag, en voorzeide dit:
zy hebben den rotssteen des heils versmaad
,
zegt hy van het dartel Yeshurun.

Vind iemand
het doen van den grooten Raad
verwonderenswaardig, dat zy 't heilig recht kreuken,
hun eigen geweten verkrachten, den onschuldige bezwaren en veroordelen;
hy denke, wat Staatzucht, en
onverzoenlijke haat
op G dvergetene menschen
vermag.

Een paar dagen eerder
had hij [volgens Lucas 18:31]
de twaalf apart genomen en tegen hen gezegd:
"We zijn nu op weg naar Yeroesjalayiem,
en alles wat door de profeten is geschreven zal men de Mensenzoon laten ondergaan.
Want hij zal worden uitgeleverd aan de heidenen en worden bespot en mishandeld en bespuwd.
En nadat hij is gegeseld, zal hij worden gedood, maar op de derde dag zal hij opstaan!
"

De leerlingen begrepen er niets van.
De betekenis van Yesjoea's woorden bleef voor hen verborgen,
en ze konden maar niet bevatten
wat hij had gezegd.


Of volgens
Yesjayahoe 50:4
"G d, de Heer, [die eeuwig komende aanwezige & wordende in ons],
gaf mij een vaardige tong, waarmee ik de moedeloze kan opbeuren.
Elke ochtend wekt hij mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te horen.
G d, de Heer, {dekaewio}, heeft mijn oren geopend en ik heb geen verzet geboden,
ik ben niet teruggedeinsd. Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars,
wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan.
Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden.
G d, de Heer, (dekaewio), zal mij helpen, daarom word ik gekwetst
en is mijn gezicht zo onbewogen als een rots, want ik weet dat ik niet beschaamd zal staan.
Hij die mij recht verschaft is nabij. Wie durft tegen mij een geding aan te spannen?
Laten we samen voor het gerecht verschijnen. Wie is mijn tegenstander in deze zaak?
Laat hij mij tegemoet treden.
G d, de Heer [de kae wio], zal mij helpen ~ wie zal mij dan veroordelen?
Mijn belagers vallen uiteen als een kledingstuk, als een gewaad
dat ten prooi is aan de motten!
"

En Yesjayahoe 53:1
"Wie kan geloven wat wij hebben gehoord?
Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard?
Als een loot schoot hij op onder G ds ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond.
Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren.
Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende
en met ziekte vertrouwd was,
een man die zijn gelaat voor ons verborg,
veracht, door ons verguisd en geminacht.
Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam.
Wij echter zagen hem als een verstoteling, door G d geslagen en vernederd.
Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.
Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg;
maar de wandaden van ons allen liet de Heer op hem neerkomen.
Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open.
Als een schaap dat naar de slachting wordt geleid,
als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open.
Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.
Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?
Hij werd verbannen uit het land der levenden,
om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.
Hij kreeg een graf bij misdadigers,
zijn laatste rustplaats was bij de rijken;
toch had hij nooit enig onrecht begaan,
nooit bedrieglijke taal gesproken.
Maar de Heer wilde hem breken,
hij maakte hem ziek.
Hij offerde zijn leven voor hun schuld,
om zijn nageslacht te zien en lang te leven.
En door zijn toedoen slaagde
wat de Heer wilde.
Na het lijden
dat hij moest doorstaan,
zag hij het licht en werd met kennis
verzadigd!
"


Of Micha 4:14
"Kerf nu, krijgszuchtige vrouw, je lichaam open;
onze muren worden belegers, en hij die Israel leiden moet
wordt met een staf in het gezicht geslagen!
"


Tientallen jaren
na al die gebeurtenissen rond het jaar dertig
en die veertig jaar daarna,
ging men op zoek naar de betekenis van dit alles
en vulde herinneringen aan met teksten van de profeten
die dit alles leken te verklaren
en te verduidelijken
zoals ook bijvoorbeeld
Deuteronomium 32:15
Toen werd Yesurun vadsig en vet,
het raakte verzadigd, werd dik en rond
.
Het kwam in verzet, liep weg van zijn schepper,
versmaadde zijn stur en steun, zijn rots.
Ze tergden hem met vreemde goden,
met gruwelijke beelden krenkten ze hem.
Ze brachten offers aan demonen,
aan goden die geen goden zijn,
goden die zij eerst niet kenden,
nieuwkomers, nog maar net in zwang,
die door hun voorouders niet eens bestonden.
Jullie vergaten de G d die je gebaard heeft, jullie verwierpen de rots
die je ter wereld bracht!
Toen de Heer
{YHWH:
de eeuwig komende aanwezige en wordende in ons}
zag wat jullie deden,
bemerkte hoe zijn kinderen hem krenkten,
ontstak hij in hevige toorn
en zei:

"Ik zal me van hen afkeren
en dan eens zien hoe het hun vergaat.
Want dit is een verdorven geslacht,
niemand van hen is nog te vertrouwen.
Ze tergden mij met wat geen god is,
en daagden mij uit met hun nietige afgoden.
Daarom terg ik hen met wat geen volk is
{zie ook Filistijnen & Palestijnen e.d.!?},
ik daag hen uit met een volk zonder verstand.
Als het vuur van mijn toorn is ontstoken zal het branden
tot in het diepste dodenrijk;
het zal de aarde verschroeien
en alles wat daar groeit,
het zal de grondvesten van de bergen verteren,
ziekten zullen hen te gronde richten.
Ik geef hen te prooi aan wilde dieren
{zie ook heidenen, 'christenen', nazi's, fascisten/communisten e.d.!?},
giftige slagen laat ik hen bijten. Buiten eist de oorlog zijn tol,
binnen heerst de angst
voor de dood.
Niemand wordt ontzien,
man noch vrouw, jong noch oud!
Ik zou hen wel willen wegvagen, elke herinneringen aan hen
willen uitwissen,
maar ik vrees de hoon van hun vijanden.
Die zullen immers de feiten verdraaien,
de overwinning voor zichzelf opeisen
en de hand van de Heer
daarin ontkennen?
Zo kortzichtig
zijn die vijanden,
het ontbreekt hun aan elk begrip.
Waren ze wijs, dan hadden ze inzicht
en begrepen ze hoe het hunzelf [ook] zal vergaan!
Want hoe zouden zij met
EEN
man duizend van jullie kunnen achtervolgen,
met twee er tienduizenden verjagen, als de Heer, jullie rots,
je niet uitleverde?
Jullie vijanden zullen het erkennen:
de rots waarop zij steunen is niets naast jullie rots!
De wijn die ik hun te drinken geef is afkomstig van Sodoms wijnstok,
hij komt uit Gomorra's {Qumrans?} wijngaarden;
bittere, giftige druiven brengen die voort,
de wijn ervan is vol venijn,
dodelijk als het gif van slangen.
Ik heb dat allemaal bewaard, het opgeborgen in mijn schatkamers
voor de dag dat ik wraak ga nemen,
het tijdstip waarop ik hun kwaad vergeld,
wanneer aan hun voorspoed een einde komt.
Want de dag van hun ongeluk is nabij,
hun noodlot komt onafwendbaar
op hen af!
"


{MIJ
komt de wraak
toe}

...
02 okt 2008 - bewerkt op 02 okt 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende