neverending mydistories
Maar om deel aan die verlossing en weldaaden te hebben,
moet men doen, gelijk Israel op den uittogt-nacht, en namaals op de Paasch-avonden.
Het bloed van 't Paaschlam moet op de boven- en zijd-posten der deuren gestreken worden,
om den slaanden Engel te doen voorbijgaan: en schoon Israel in Kana'an, het Paasch bloed niet meer
aan de deuren streek, wierd het echter, als overdierbaar, in den Tempel met goude en zilvere schaalen ontfangen, en aan de hoornen de saltaars gestreken, en daar op en voor geplengt.
Zo moet ieder gelovige het zoen-bloed van JC het tegenbeeld van 't Paasch- en alle Offer-lamren,
als iets onwaardeerlijks, door een oprecht geloof op zijne ziel strijken, en niet smadelijk met de voeten trappen: want dat is het bloed des N.T. dat ons uit Egypten verlost, en van Gods toorn bevrijd.
Door het bloed des Lams overwinnen wy den Satan en alle geestlijke vyanden.
Door het bloed des Lams treden wy met God in een heilverbond.
Door het bloed des Lams hebben wy vrijmoedigheid om in te gaan in 't hemelsch Heiligdom.
En gelijk de Paaschlammeren wierden gegeten, zo moet JC ook door der mond des geloofs,
onze spijs en zielvoedsel, en een met ons worden, op dat wy niet, maar JC in ons leve.
Het moet den Kruis-gezanten smertlijk zijn voorgekomen,
dat JC hen zijn lijden en sterven bekend maakt.
Zo dikwijls hy daar van sprak, zo dikwijls waren zy ontroerd, en hadden troost van nooden.
En wien zoude 't niet ter harte gaan, eenen onschuldigen te zien lijden, en als de snoodste booswicht aan 't kruishout vast gehecht worden?
Wie onzer kan hier over ongevoelig zijn, en verfoeit de godlooze wraakgierigheid der Joodsche Overheden
niet? Die is onverantwoordlijk. 't is waar, en dies te snooder, als zy wenschlijker middelen hadden, om den
Masjiach te kennen. Maar war verfoeiene wy de uitvoerders dier straffe zonder ons zelven te beschuldigen, en de zonden te verfoeien, die hen magt gegeven hebben om zo
godlooze raadslagen te nemen, en uit te voeren.
Ongelukkig, zal ingetwijfeld ieder zeggen, is een volk, dat zo godvergetene Overheden heeft, en daar
Sadduceeen & Godloochenaars het oppergezach voeren. Het is zo, en niets beklaaglijkers; maar in de
verdraagzaamheid van onzen Heiland, moet ider leren, dat hy ook de zulken verdragen, en zich daar
niet tegen kanten moet.
Want
is 'er geen
Overheid als van God?
Zo stelt men zich tegen Gods ordeninge, als men zich tegen de hooge Magten stelt:
ondertusschen blijven zy niet buiten schuld, die hunne magt en gezach misbruiken tot verdrukking
en vernieling der onnozelen. Hoe veel gelukkiger zijn wy, die van God, wegens zijne beloften,
Voedsterheeren van zijne Kerk, en Handhavers
van beide tafelen der wet
verkregen hebben
...