ToRaH,
de religieuze leer van Israel,
en wijsheid,
de gezamenlijke wereldlijke erfenis van het Oude Nabije Oosten,
zijn in dit voorgaande visioen bijna versmolten,
een versmelting die vollediger wordt in
Spreuken, zoals we kunnen zien?
En de beloningen van ToRaH/wijsheid
bevinden zich allemaal nadrukkelijk op een
menselijk vlak!
Geen Psalmist belooft ooit
dat de rechtvaardigen een nageslacht zullen hebben
dat even talrijk is als de sterren
in de hemel,
of het grondgebied van een hele reeks
naburige volken?
De beloning bestaat in plaats daarvan
uit een voorspoedig gezinsleven!
ZO worden de idylle van de wet
en de idylle van het gezin
EEN enkele idylle
in PS 128:
- "Gelukkig zijn allen die de Heer vrezen, die zijn wegen volgen,
u zult de opbrengst van uw werk genieten;
u zult gelukkig zijn en het zal u welgaan!
Uw vrouw zal zijn als een vruchtbare wijnstok in uw huis;
uw zonen als olijfscheuten rond uw tafel!
ZO zal de man die de Heer vreest gezegend worden!
Moge de Heer u zegenen vanuit Tsion;
moge u delen in de voorspoed van Yeroesjalajiem al de dagen van uw leven,
en de kinderen van uw kinderen zien!
Moge alles wel gaan met Israel!" -
In de aanwezigheid
van de ware groten lijken de goeden altijd klein?
In de aanwezigheid van de ware goeden, lijken de groten altijd nutteloos!
De concurrerende visioenen van het joodse volk,
zoals we ze in Psalmen hebben gezien,
hebben zo'n lange tijd tot de verbeelding van zoveel andere volken gesproken
omdat ze zo'n buitengewoon scala aan menselijke mogelijkheden
bevatten!
Stel je een ontmoeting voor tussen twee joden ...
De eerste is de man die hier door de Psalmist werd aangesproken,
de man aan het hoofd van de tafel of,
misschien beter,
een van de olijfscheuten rond zijn tafel,
een jongen van laten we zeggen achttien jaar?
De tweede is die andere jonge jood,
van wie Jesaja droomde
in YESH 9:5:
- "Want een kind is ons geboren, een zoon ons gegeven;
en de heerschappij zal op zijn schouder rusten en men zal hem noemen
'Wonderbare Raadsman, Sterke G*D, Eeuwige Vader,
Vredevorst!" -
WAT de logische of theologische tegenstrijdigheid tussen de twee visioenen
ook mag zijn, er is een emotioneel verschil van dag en nacht tussen beide!
Maar hoe onweerstaanbaar zijn beide op hun eigen voorwaarden!
Welke jongen kies je?
EN natuurlijk de dieper liggende,
biografische vraag:
welke jongen kiest G*D?
IN PSALMEN kiest G*D per saldo de olijfscheut
boven de loot van ISAI,
het symbool van de davidische, messiaanse lijn?!
De Heilige Koning is Dood:
Lang Leve de Vrome Burger {!?}
in PS 37:16-17, 25-26:
- "BETER het weinige bezit van de rechtvaardige dan de grote overvloed
van de onrechtvaardige!
WANT de armen van de onrechtvaardigen worden verbroken,
maar de Heer is de steun van de rechtvaardigen! (...)
Ik ben jong geweest en nu ben ik oud,
maar ik heb nog nooit een rechtvaardige gezien die verlaten werd,
noch zijn kinderen die naar brood zoeken?
Hij is altijd vrijgevig, en leent uit,
en zijn kinderen worden als gezegend beschouwd!" -
ALS de vraag
die G*D via de profeten stelt,
en in essentie aan zichzelf {EN aan IEDER van ONS?!!}, luidt:
kunnen we opnieuw beginnen?,
dan is de vraag die de joden in de Psalmen stellen:
kunnen we nog een keer
opnieuw beginnen?
Zij beantwoorden de vraag bevestigend
door niet terug te keren
naar de kosmische en historische overwinningen van weleer,
zoals G*D zelf deed
toen hij nog via de profeten sprak, maar,
met een boog,
naar de wet als iets wat op zichzelf goed is - zeker, als G*D zelf ...
Toen de Heer op de Sinai de wet gaf,
werd hij zelf niet wettig door hem te geven?
Macht, niet wettigheid, kenmerkte hem!
MAAR NU is de Heer ronduit gezegd
verslagen ........
Hij heeft nog slechts
de herinnering aan overwinningen ...
En met een paradoxale zet,
juist doordat zij zich over de wet verheugen,
juist doordat ze haar als G*D's kostbare gedachten vieren,
leggen de joden
de hun opgelegde wet
aan hem op?
De idee van moraliteit
als een doel inplaats van een middel,
als iets goeds op zich
inplaats van een instrument om
iets te bereiken,
is zelfs op dit moment
een idee
die nog in de
maak is!
Een gelukkig gezinsleven is per slot van rekening
een prachtige beloning?
En de joden die de Psalmen verzamelden
en ze in vijf boeken verdeelden -
'n afspiegeling van de vijf boeken van de ToRaH -
brachten de voltooiing van die idee
veel dichterbij
door als het ware
G*D's projectie van hemzelf,
zijn wet,
op hem terug te projecteren,
door die te personifieren
en door hun acceptatie ervan
in te lassen in
een persoonlijke relatie
met hem
...
Welterusten
&
sweet dreams!
Ch@i


