zijn er weinig
of geen aanwijzingen geweest
dat de Heer,zelfs als 'persoonlijk' god,
een 'god van',
het vermogen of meer specifiek de neiging bezat
om het menselijk hart af te luisteren;
om gevoelens als angst, ellende, verwarring op te merken;
om de alwetende metgezel van de ziel te zijn?
Zelfs de meest persoonlijk ogende verhoudingen van de Heer
- met Avraham, Ya'akov, Josef, Moshe en David -
leken meestal ondergeschikt te zijn aan
zijn collectieve verhouding met het aanstaande volk,
Israel
.............
Zelfs op die zeldzame momenten dat het persoonlijke sterker was dan
het collectieve
leek G*D alleen om te gaan met de buitenkant
van degenen die hij
uitverkoos?!
Voor hem telde tot dan toe de voorhuid,
en niet zozeer de verbeelding ...
Als de Heer,
te beginnen met Jesaja 40,
dus plotseling
vanuit een intens, intiem besef van Israels angsten en ellende,
twijfels en overtuigingen aan de dag begint te leggen,
dan geeft die nieuwigheid aanleiding tot de bewering dat de Heer
enigszins mysterieus is:
door op te houden te zijn
wat hij zo lang leek te zijn,
is hij mysterieus
geworden?!
Maar omdat dit nieuwe besef gekoppeld is aan
een even nieuwe tederheid,
leidt het tot de fascinerende vraag
waarom de Heer zo gespeend is geweest
van tedere gevoelens?Het Hebreeuwse werkwoord
'jada', 'kennen',
kan als het betrekking heeft op persoonlijke kennis
eerder liefde impliceren dan het Nederlandse
werkwoord
kennen.
In het visioen
over het vrederijk
in Jesaja 11 heeft het einde
- 'want de aarde zal vol zijn van de kennis van de Heer,
zoals de wateren de zee bedekken' -
betrekking op een vloed van persoonlijke kennis,
niet theologische
wetenschap.
Soms kan
'jada' zelfs slaan op seksuele
intimiteit.
Een vergelijkbare
gevoelskracht
is eigen aan andere Hebreeuwse werkwoorden
die met waarneming te maken hebben:
'zachar', 'herinneren';
'sjama', 'horen';
en vele andere ...
ZO kan
de plotselinge intensivering
van G*D's persoonlijke kennis van Israel,
zelfs zonder enige verwijzing naar de tederheid van hem jegens Israel,
ook een bepaalde emotionele
transformatie
impliceren!
ZOVER
kunnen we meegaan
met een bepaalde psychologie uit de oudheid,
maar het moet duidelijk gesteld worden
dat de Heer G*D tot dusver in zijn geschiedenis
nooit heeft
liefgehad.
Liefde
is hem nooit toegeschreven,
noch als daad
noch als
motief ...
Niet
dat hij een leven heeft gehad
dat geheel en al zonder emoties was.
Hij is toornig geweest, wraakzuchtig en berouwvol.
Maar hij heeft niet
liefgehad!
Hij maakte
de mens niet uit liefde.
Hij sloot het verbond met Avraham niet uit liefde.
Hij leidde niet uit liefde de Israelieten uit Egypte noch verdreef hij daarom
de Kana'anieten
voor hen.
De 'onwrikbare liefde'
van het mozaische verbond was,
zoals we al eerder zagen in diverse myDi-verhaaltjes,
eerder een heftige wederzijdse trouw die leenheer en vazal aan elkaar bond dan een meer tedere vorm
van emotie.
G D
is opvallend vastberaden
en zeer trouw geweest aan zijn verbondsverplichtingen.
Maar deze houding lijkt helemaal niet op liefde.
Zelfs als hij een vriendelijke daad verricht voor een individu,
zoals wanneer hij Chanah's gebed hoort en zij
een zoon baart, Samu'el {SJaMu EL: 'god heeft gehoord'},
laat hij nooit merken. of zegt iemand ooit van hem,
dat hij vriendelijke gevoelens heeft.
Neem bijvoorbeeld Exodus 2:23-24:
- "Een lange tijd daarna
stierf de koning van Egypte.
De Israelieten zuchtten onder de slavernij en schreeuwden het uit;
hun hulpgeroep over de slavernij steeg omhoog tot G*D.
G*D hoorde hun klacht en G*D dacht aan zijn verbond met Avraham,
Yitschak en Ya'akov. G*D zag om naar de Israelieten en
G*D sloeg acht
op hen." -
G D
is blijkbaar
niet erg geroerd door hun toestand?
Hij treurt niet om hun toestand: hij kent slechts hun toestand!
In de Bijbel staat niet: '(...) zijn verbond met Avraham, Yitschak en
Ya'akov,
van wie hij hield', wat heel goed mogelijk zou zijn.
De werkwoorden uit deze passage,
die herhaald worden als G*D aan Moshe opdracht geeft,
zijn werkwoorden van waarneming:
'hoorde, dacht aan, zag om naar,
sloeg acht op'.
En zelfs
als we de emotieve lading
die de overeenkomstige Hebreeuwse woorden kunnen dragen,
volledig overbrengen, is het gevoel van afwezigheid van emoties
onafwendbaar.
Het klassieke Hebreeuws
heeft talloze mogelijkheden om emoties te uiten,
maar deze passage weigert om daar
gebruik van te maken.
Gelet op de hele tekst
van Genesis 1 tot en met Jesaja 39,
is het niet overdreven om te zeggen dat de Heer
niet weet wat liefde is.
{WIJ wel!?




}
Misschien nog opvallender is
dat G*D in niets of niemand plezier heeft?
Voor deze radicale bewering kunnen we zeker een paar tegenvoorbeelden
aanhalen:
in GEN 8:21,
als het water van de zondvloed terugwijkt,
brengt No'ach een brandoffer aan de Heer; en
'de Heer rook de lieflijke reuk,
en de Heer zei bij zichzelf:
"IK zal de aardbodem niet weer vervloeken om de mens"', waarmee
hij op z'n minst impliceert dat hij de geur
plezierig had gevonden?
Tegen het einde
van de uitgesponnen vervloekingen
in DEUT 28:63 waarschuwt Moshe:
"En zoals de Heer er behagen in schiep om u WELK te doen en u
talrijk te maken, zo zal de Heer er behagen in scheppen om u
te gronde te richten en uit te roeien!"
Een vergelijkbaar gevoel wordt geuit in DEUT 30:9 ...
En als Salomo
de Heer om wijsheid vraagt in 1 Koningen 3:10, klinkt het:
'behaagde het de Heer dat Salomo dit gevraagd had!' ...
Maar deze schaarse,
povere toespelingen op goddelijk genoegen of plezier zijn alles
behalve tekenend:
dit zijn praktisch de
ENIGE gevallen!
Zij dienen in hun armzaligheid
alleen om te benadrukken
dat in de Bijbel, van GENESIS tot en met 2 Koningen,
verder over goddelijk genoegen, geluk of
plezier gezwegen wordt?!
Mannen en vrouwen
uiten hun vreugde over G*D.
Dat wordt in feite van de Israelieten geeist:
in DEUT beveelt Moshe Israel keer op keer om
'zich te verheugen voor de Heer'
en waarschuwt:
"Omdat u de Heer, uw G*D, niet van harte met vreugde en blijdschap
gediend hebt (...)
daarom zult u uw vijanden
dienen (...)' {28:47} .......
Maar
Moshe zegt nooit
dat de Heer blij is met deze blijheid!
G*D schept geen behagen in hun behagen?
Zelfs op hoogtepunten van religieuze opgetogenheid,
zoals wanneer Moshe en de Israelieten hem bezingen nadat hij
hen gered heeft van Farao's leger of wanneer Deborah en Barak hem
bezingen vadat hij hen van de Kana'anieten heeft gered {RICH 5},
toont de Heer nooit enige opgetogenheid
als reactie?!
Zo zie je maar weer:
onbekend maakt onbemind?
Maar het blijven interessante verhalen, hoe dan ook!
En je kunt jezelf erin herkennen: dat is 'the stuff we are made of'?In een wrede wereld gegooid door 'onbekende' oorzaken of
'bekende', maar ontegenzeggelijk 'verrassend',
'afwisselend', 'beklemmend' en ontzettend
INTERESSANT?!
Ogenschijnlijk oneindige
groeiprocessen, verbazende wendingen,
interessante intriges en vol van 'verliefde' momenten en
diepe dalen van 'teleurstelling' en pijn ........
Gevoel,
wetenschap, geweten en een ontzagwekkend scala aan
keuzemogelijkheden
zonder
einde!





















