ID Onbezonne hertstogten!
dat men zich verblijd, en de oorzaak der blijdschap in twijfel trekke.
Waar kan blijdschap zijn, dan in JC en zijne opstanding?
En ziet, hoe onvolmaakt hier alles zy.
Ziet, hoe gebreklijk, die geestlijke blijdschap onze harten aandoet:
de Discipelen worden door hunne vreugd gestuit, en zy geloven niet, dat is niet volkomen,
het geen nochtans hunne blijdschap baart.
Op aarde is geene volmaakte vreugd; het vleesch, de Satan, de vooroordeelen, de schrik, de vrees,
de weereld, bekruipen ons, als om strijd, en maken eene wanschriklijke vermenging
van tegenstrijdige hartstogten.
Maar ook hier in komt JC de zwakheid der zijnen te hulpe; en daar zy in verwondering opgetogen staan,
en hunne vreugd met vrees beneveld vinden, zegt JC
HEBT GY HIER IETS OM TE ETEN?
Gelijk by den Emmaus-gangeren in 't broodbreken bekend wierd, zal hy allen den Discipelen,
door spijs-nuttigen bewijzen geven, dat hy een waar licchaam hebbe, en geen spook of geest zy.
Maar die vraag heeft zommigen doen twijfelen, of dit op deeze verschijning, dan op eene latere,
moet worden t'huis gebragt: te meer, om datMarkus zegt, dat JC GEOPENBAARD IS AAN DE ELVE,
DAAR ZY AANZATEN.
Maar wie zal geloven, dat zy nu zo spade in den nacht, nog aan tafel zaten om te eten?
Zoud hier eene laatere verschijninge zijn, en onze H.Euangelij-schrijver alle deeze omstandigheden,
zo onafscheidlijk t'zamen voegen?
Waarschijnlijker zal men Markus brengen tot eene laatere verschijning,
om dat hy die t'zamen knoopt met 's Heilands rijksbevel,
om 't H.Euangelium de geheele weereld door te verkondigen:
waar tusschen nochtans, volgens Lukas, Mattheus, en inzonderheid Yochanan,
verscheide verschijningen zijn voorgevallen.
Maar schoon men stelde, dat het eene dezelve omstandigheid zy, zo noodzaakt het woord anakeimenois, dat Markus gebruikt, ons geenzins een avondmaal te begrijpen, en kan zo wel op
stil zijn, en rusten, als op eten gepast worden.
Maar het zy de Apostelen aten, of niet, dit is onbetwistbaar, dat JC spijze eischt,
en door eten bewijzen wil, dat hy een en 't zelfde licchaam hebbe opgewekt,
daar hy mede gekruist was.
Het Grieksch, broozimon, zegt al wat eetbaar is, en tot voedsel strekt.
Gelijk uit de nadere beschrijving blijkt, dat het
GEBRADEN VISCH
&
HONIGRAATEN
waren.
Want het beloofde land, overvloeiende van honig, verschafte overvloed van honigraaten,
die als schatkameren van die verkwiklijke vocht, door de bijen met onnavolglijke konst worden toebereid,
en Kana'ans inwoonderen tot spijs, en sauze strekten.
Kortom,
rondom het
jaar 'nul' [of
vier daarvoor?] verwekt
in de jonge [verloofde] vrouw Miryam door
een onbekende {?} Vader tijdens onlusten in Galilea,
een band met Beth Lechem & 'een vlucht naar Egypte',
besnijdenis, bar mitsvah, lessen in lezen in schrijven [in diverse talen?],
omzwervingen binnen de toenmalige grenzen van Sjomron, Yehoedah, Levanon, Syria, Golan,
de Yardeenvallei, Yericho {Qumran?}, de Tempel@Yeroesjalayiem, 'de verloren zoon' {?} en de
'barmhartige Samaritaan', rentmeesters, dagloners, weduwen, wezen, vaders, moeders, broers, zussen
en andere neven & nichten {?}, die 'drie jaar' rondom 't jaar "30" v/d 'eerste eeuw', vele genezingen,
'preken', achtervolgd & op de vlucht, beschuldigd, gevangen, verraden, gegeseld, gemarteld,
veroordeeld tot de Romeinse kruisiging, in coma {?}, alleen of geholpen door anderen
ontsnapt aan het rotsgraf, voor een bepaalde tijd verschenen aan geliefden,
leerlingen, volgelingen & uiteindelijk verkondigd aan de 'hele mensheid'
gedurende bijna 'tweeduizend jaar' als verlosser, bevrijder, g dszoon
& 'uitvinder' van 't hemels g dsrijk op aarde,
't einde der tijden & 'de weg'
of 'het pad' dat begaanbaar
is voor alle mensen
van alle plaatsen
en alle
tijden?