Om Socs zoektocht naar Waarheid te illustreren ~~~
FL181
wil Plato
graag de befaamde
'allegorie v/d grot'
(De staat, boek VII) gebruiken.
Deze mythe vertelt dat de meeste mensen
vaak al vanaf hun geboorte zitten vastgebonden in een grot,
met hun hoofd zó gedraaid dat we de ingang, waardoor 't Licht binnenvalt,
níet kunnen zien, evenmin als 't vuur waardoor we worden verlicht & dat van ins is afgescheiden door 'n muurtje
'ALS EEN AFSCHEIDING DIE POPPENSPELERS VOOR ZICH OPTREKKEN
EN WAARBOVEN ZE OOK HUN MEESTE
KUNSTEN VERTONEN'
(514b)!
Àchter deze muur lopen de dragers,
die soms met elkaar praten & die beelden dragen;
de gevangenen zien de schaduwen daarvan op de nogal ruwe wand van de grot tegenover hen,
net als hun eigen schaduw en die van de andere gevangenen. Voor wie nog
NÓÓIT
iets anders heeft gezien vormen al die schaduwen, die van henzelf & die v/d gemaakte voorwerpen, 'de werkelijkheid'.
Plato komt op de gedachte dat één van deze gevangenen op een dag wordt 'bevrijd uit z'n ketens' &, nu hij 't licht zèlf kan zien,
aldus kan worden 'genezen van z'n on-wetendheid' (515c)? Maar omdat hij 't licht voor 't eerst ziet,
wordt hij er zozeer door verblind dat hij niet langer
de schaduwen op de muur onderscheidt:
"WÀT DENK JE
DAT HIJ ZAL ANTWOORDEN
AAN DEGENE DIE HEM ZEGT DAT HIJ TOT DAN TOE
ALLEEN NOG MAAR SPOOK-BEELDEN HEEFT GEZIEN,
MAAR NU HIJ ZICH NAAR VEEL ECHTER
VOORWERPEN RICHT,
BÉTER ZÍET?
ALS
MEN HEM
WIJST OP ELK DING DAT
VOORBIJKOMT EN AL VRAGEND
DWINGT TE ZEGGEN
WÀT HET
ÌS?"
(515d).
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende