Zegt
iemand: OCH!
had ik deel aan Yesjoe,
en zijne gerechtigheid, ik zoude niet VREZEN?
maar wie geeft my YESJOEA?
Wie maakt my een met Yehosjoea?
Is 't ernst?
Wenscht gy JC, en zijne gerechtigheid?
WEL AAN:
HOORT DEN ENGEL,
HOORT JC ZELVEN:
HY IS OPGESTAAN,
MAAR OPGESTAAN TOT ONZE RECHTVAARDIGMAKINGE.
GRIJPT HEM DAN AAN, NIET MEER GELIJK DE VROUWEN MET DE HANDEN DES LICHAAMS,
MAAR DES GELOOFS! VLIED UIT DE WEERELD, EN WEERELDSCHE BESMETLIJKHEDEN:
GELIJK DE VROUWEN
UIT HET GRAF.
IN DE WEERELD IS JC NIET.
IN DEN WELLUST IS JC NIET: EN AL WAAR
JC NIET IS, DAAR IS NIETS DAN EEN IJDEL GRAF, DAAR WY VAN DAAN MOETEN VLIEDEN.
HOE IJVERIGER WY DAAR UIT VLIEGEN, HOE WY JC EERDER VINDEN ZULLEN;
EN HY ZELF ONS ZEKERDER VOORKOMEN ZAL
MET ZIJNEN GEEST
EN GENADE.
Is zijne genade
u dan niet genoeg?
Kan G d ons zekerder onderpand geven, als den kindergeest,
DIE MEDEGETUIGT MET ONZEN GEEST, DAT WY KINDEREN EN ERFGENAAMEN G DS ZIJN,
EN MEDE-ERFGENAAMEN
VAN JC?
Kan 'er iets zelf-
vergenoegender wezen, dan JC zo te vinden? Die ziel kan
met de BRUID zeggen: IK VOND HEM, DIE MIJNE ZIEL LIEF HEEFT,
IK HIELD HEM VAST, EN LIET HEM
NIET GAAN!
Hy alleen
kan medelijden hebben met onze zwakheden, want hy is onze BROEDER.
Zo noemt hy zelf de Discipelen, die zo groote zwakheid hadden betoont van hem te verlaten,
en Petrus nog grootere, van hem te verlochenen tot driemaal toe: zo noemt hy, zeg ik,
zelf de Discipelen:
ZIJNE BROEDEREN
...
Hy schaamt zich deezes naams niet:
& geen wonder, daar toe was hy mensch geworden, & ZIJNEN
BROEDEREN IN ALLES GELIJK, UITGENOMEN DE ZONDE. Menschlievende Yesjoea {d.i. "G d redt"!}, zijn wy, arme zondaren, uwe BROEDEREN? Wy, die in ongerechtigheid ontfangen, en geboren zijn?
Wy, die niets vermogen uit, en van ons zelven? Wy, die u geen broederlijke wederliefde toedragen?
Die alle onze waardigheid aan jou verschuldigd zijn? Die onze behoudenisse van jou hebben, veel meer als Ya'akovs kinderen van hunnen broeder Yoseef? Geef ons jouw Geest!
Stort jouw liefde uit in onze harten! Verlos ons van ons zelven!
Ruk ons uit de klauwen des Satans!
Leid ons niet in verzoekinge!
Bevrijd ons van de weereld!
Kom onze zwakheden te hulpe,
en verleen ons een broederhart, om jou te beminnen, en alles buiten jou te haten!
Zo mag, zo moet ieder gelovige, den Heere Yehosjoea bidden, op dat zijn harte vervult mag worden
met innige, en wezenlijke blijdschap, en alle benauwde vrees, en twijfelmoedigheid verdreven zijn.
Wien konnen wy nader bidden, als onzen broeder? Wien vrijmoediger aanspreken, als onzen broeder?
Hy kent ons beter, dan wy ons zelven. Hy bemint ons meer, dan wy ons zelven. Roept hem dan aan in den dag der benauwdheid, & hy zal 'er u uit helpen, op dat gy hem zoud verheerlijken.
Worstelt gy niet met vooroordeelen & wanbeseffen, valt hem te voet, hy is de opperste wijsheid,
& belooft ons zijnen Geest, die ons leiden zal in alle waarheid. Is uwe ziel bevreesd door overtuiginge van zonden en doem-waardigheid, nadert tot hem, omhelst hem; hy is opgestaan tot onze rechtvaardigmakinge, en roept ons allen, die met zonden beladen zijn, tot zich,
met belofte van rust en vreugde.
Tot wien zouden wy gaan gaan,
dan tot JC die alleen de woorden des levens heeft, en ons troost en leven aanbied,
en geven kan?
Hy is ons voorgegaan
niet meer naar Galileen, maar naar het hemelsch Yeroesjalayiem; om ons allen plaatsen te bereiden. Daar zullen wy hem zien, daar zullen wy zijn heerlijk licchaam gelijkvormig worden, daar zullen wy niet meer vrezen, want daar zullen geene zonden, geene zwakheden, geene struikelingen,
geene vooroordeelen, geene wanbeseffen, noch eenige gebreken meer zijn,
als G d alles in alles zal zijn, en wy vervuld worden
met zijn beeld.
Dit gunne ons de drieeenige G d,
Vader, Zoon en H.Geest, wien toekomt lof,
prijs, en heerlijkheid
tot in eeuwigheid,
Amen.
OK,
taal van
meer dan 300
jaar geleden over wat
ongeveer 1700 jaar daarvoor nog
volkomen nieuw was voor de meeste mensen van die tijd.
Maar het zegt wel dat alle mensen op aarde, van alle tijden, plaatsen, geslachten
en rassen, stammen, families, volkeren & afkomsten EEN GEHEEL zijn geworden als wereldburgers
van een 'hemels g dsrijk' in de Geest van 'die was, is & komt' binnenin ons
als 'ware mensenmaker': dat iedereen kan worden tot een 'kind van g d',
dat alle mensen familie van elkaar zijn en een doel kunnen nastreven,
niet uit overdreven dogmatische sentimentaliteit,
opgeklopt doodsnationalisme, waanzinnige
hoogmoed & stompzinnig getut,
maar als
'menswordende' vaders,
moeders, broers, zusters & 'hemelse geesten'
die wonen in een 'eeuwig g dsrijk' dat ver uitsteekt
boven alle aardse tekortkomingen,
fatalistische krankzinnigheden,
hopeloze verlorenheid
en sterrenstof
dat verdwijnt
in de duivelse gaten van zwaar
gestoord satanisme, koopzuchtigheid
& bullshit
...