"Niet goed"
dat is 'dat de mens
alleen is'
{GEN 2:18}.
G*D verheugt
zich niet in deze staat van de mens,
maar maakt zich op om zich zonder bijgedachten te verzetten
tegen
het kwaad van de eenzaamheid!
Het is
zijn bedoeling dat de mens in alle eenvoud
iets goeds zal ontvangen.
{"Wij hebben ongeweten ..." aan het eind van het vorige
myDiverhaaltje
slaat op die Westerse mens die nu nog is blijven steken
in de mentaliteit van
't jaar 0 ...!}
Sindsdien
zijn 'we' een paar stapjes
verder gekomen?
Dit goede dus
moet de Aanwezigheid van een
ander mens zijn
{DAT is andere
koek!} ...
Slechts
de lijfelijke aanwezigheid van de Ander
kan de eenzaamheid
opheffen {mits we het wantrouwen achter ons
kunnen laten}.
Dit goede nu
introduceert G*D {niet Zeus}
{yhwh: was & is wordende!}
met de woorden:
"IK zal
maken dat hij hulp krijgt,
recht tegenover
hem."
De kracht
van deze woorden
ligt in de zeldzaamheid van het begrip
'hulp'.
"HULP" ~
in de zin van levensnoodzakelijke loyaliteit in de strijd
tegen een gemeenschappelijk kwaad ~
is letterlijk een grensbegrip
in de Tora,
Op
een enkele
uitzondering na
moet de hoorder {myDilezer/schrijver} wachten
tot aan het slot van het laatste boek van de Tora
om het opnieuw te horen in
de laatste zegen van
Mosje:
"Daar is NIEMAND als G*D ... uw hulp ... uw hulp"
{DEUT 33:7, 26, 29;
verder GEN 15:2, EX 18:4 &
DEUT 32:38} ...
Bij de cyclische lezing
van de Tora
krijgt onze hoorder/luisteraar/lezer/schrijver/dader
een bijzondere
ervaring.
Wie aan het slot
van de Tora doordrongen is van de boodschap
dat er GEEN helper is dan G*D alleen,
krijgt bij de hernieuwde lezing van de Tora in genesis te horen dat
niettemin vanaf den beginnen een mens gemachtigd wordt
om voor de Andere mens te doen
wat alleen G*D geacht wordt te kunnen doen:
tot hulp zijn.
Een mens
wordt {in DEZE visie, anders dan
in de hieraanvoorafgaande}
naar G*ds beeld en gelijkenis geschapen,
wordt 'bijna g*ddelijk gemaakt' {PS 8},
wordt 'hulp' voor
de Ander.
Om
DIT goede
te realiseren
haalt G*D de eenzame mens uit elkaar
en stelt de mens als vrouw en als man
tegenover elkaar.
Dit goede
wordt daarmee de grond van de relatie
van man en vrouw.
Het is opvallend
dat in DEZE relatie de vrouw niet
als de ontvanger van hulp,
maar als bron van hulp wordt
getekend.
DAT is
blijkbaar een uitnodiging aan de man
om hulp toe
te laten.
DAT zal
voor hem de enige voorwaarde zijn om
op ZIJN beurt tot hulp te kunnen
komen.
ZO
wordt het goede als
betrouwbare grond
onder de communicatie van mannen en vrouwen
gelegd.
De grond is ons NU
niet meer te heet onder de voeten
zoals bij
de oude Grieken maar wordt in DEZE relatie
oergoede grond vanaf
den beginne.
En DEZE grond
blijft liggen {blijkbaar niet voor Kain
die de benen moet nemen nadat hij zijn broer Abel uit jalezie
een doodsklap heeft verkocht?},
ZELFS
als de relatie van man en vrouw
diep gestoord wordt.
Kortom:
het verhaal van Genesis
is dus Anders dan
dat van
Hesiodus!
De gevolgen
van dit verschil
voor de beleving van de relatie tussen mensen,
mannen en vrouwen {en kinderen},
zijn zeer
ingrijpend!
In o.a.
onze myDigesprekken
stoten de 'gesprekspartners'
voortdurend op deze
gevolgen.
Maar WIE
zal hier helder en duidelijk kunnen onderscheiden
tussen het ENE en het
Andere Verhaal?
Verstaan we dit Verhaal van Genesis
wel zo goed?
En is het
niet te naief en te moralistisch
om er op te kunnen
vertrouwen?
En staat
de paradoxale werkelijkheidsbeleving van hesiodus dus niet
nog steeds veel dichter
bij ons eigen
levensgevoel?
En is het
existentiele wantrouwen van hesiodus
dus wel ooit
helemaal
weg te nemen?
WELK
Beeld {Idee/Daad}
domineert in de
Bezinning:
dat van Eva
of eigenlijk TOCH
dat van
Pandora?
En hebben we
ons misschien in myDi en 'elders'
maar al te vaak diepzinnig en gelaten neergelegd bij deze
dubbelzinnigheid van het
myDibestaan?
Knowledge
of Good
& Not~so~good:
it's my life
& I do what I want?
The Choice is
up to us!
IK BEN
'wordende'
{yhwh etc.} stelde je toen
{nu & straks weer}
voor de keus om
te leren het goed
te verkiezen
boven
'het kwade':
THOU MAYEST ...
PREVAIL!
Om
het kwade
te overwinnen
door het goede te leren
doen ...
Dat vraagt enig
'onderscheidingsvermogen'.
Wij staan er,
net als de pastor van Chaucer,
met het verhaal van 'Eva'
wat boers en kleintjes
en verlegen bij.
blauw]
DIT
verhaal is
niet meer dan een
Open Vraag ...
een uitgestoken hand ...
een vingerwijzing ...
'n helpende hand ...
{reddend/genezend/zegenend
& bevrijdend/verlossend enzovoorts ...}
WIL je Anders?
Maar dan WEL
een vraag
die een zekere kracht
veronderstelt:
"Het KAN Anders!"
En
DAT
is voor mij
'hoop' genoeg
in leven
&
sterven

