De oerknal
suizelt door in al onze zintuigen
via vuur & water, rotssteen & luchtwervelingen, plant & dier:
de mensheid herhaalt op haar beurt alles
wat daarvoor plaantsvond,
voegt eraan toe &
neemt ervan af
...
't Zaad & 't ei
vormen zich om tot deel van baarmoederoceaan
met vaderlijke & moederlijke trekjes tot we verzeild raken in myDi
vol van lilalo & didado: men zwemt, zwamt, zingt,
danst & dartelt
vol jolijt?
We vertellen
elkaar verhaaltjes, legenden,
mythen, sprookjes vol
geesten & spookjes:
woordenspel!
Alle culturen
gluren door hun eigen kieren,
zien, horen & ervaren van alles & nog wat:
doen kond
...
Hoe konde
d' onverschaamdheid zelve zeggen,
dat JC GESTOLEN was,
daar eene sterke krijgswacht niet alleen by 't graf gezet was om dat te beletten,
maar niemant der Raadsheeren deeze diefstal oit zelf had gezien, ja,
allen uit den mond der wachters van het tegendeel bewust
en overtuigd waren?!
Was YEHOSJOEA GESTOLEN,
dien de krijgsknechten hadden zien OPSTAAN, & uit het graf uit treden;
& dat volmondig hadden getuigt? Die vond bewijst hunne verlegendheid & G dloosheid.
Maar wat goeds heeft men van loogendichters te wachten?
Een loogenmond
betoont een valsch hart, dat alle vreeze G ds verbannen heeft,
en vermaak schept in de werken
des Satans!
Was YESJOEA GESTOLEN,
die nu een- en ander-maal de vrouwen verschenen was,
en eerst daags meer dan 500 te gelijk
zal verschijnen?
O dwaaze wijsheid
der G dloozen en waarheidsbestrijders, die tegen beter-weten,
tegen alle getuigenissen, tegen alle waarschijnlijkheid, logen verdichten & verbreiden:
die geen toets houden, en zich zelven beschamen:
de Raad is beroepen en vergaderd over het bericht der wachters,
en die valsche Raadsheeren zullen de wachters in den mond leggen:
wat zy, tegen hun eigen bericht,
moeten weereldkundig maken.
Edoch hoe konden de wachters buiten schuld gestelt worden, dan met logen en bedrog?
Want die moesten het toevertrouwd licchaam bewaaren, en verantwoorden:
maar YESJOE was niet meer in 't graf, en daar over is geene bedenklijkheid:
maar HOE daar uit gekomen, en door WIEN, maakt deeze Heeren listig en logenachtig.
Ook voegen zy by de EERSTE valscheid, dat JC GESTOLEN was, eene TWEEDE,
dat zijne DISCIPELEN dat hadden gedaan. De DISCIPELEN,
die JC uit vreeze voor de JOODEN verlaaten hadden, die zich nog schuil hielden,
en niet durfden vertonen: die treurden over den dood des Gekruisten, en de vrouwen,
die zijne opstanding boodschapten, niet geloven: die niet aan 't graf geweest,
en veel min in staat waren, om de wacht te verdrijven,
en 't licchaam in weerwil dier gewapenden weg te voeren.
Zouden die weerlooze, treurige, bevreesde, verschuilende Discipelen,
zulk eene schenddaad hebben konnen, of durven ondernemen?
En ondernemende wel hebben konnen uitvoeren?
Maar dus pogen zy die onschuldige Leerlingen van JC te brandmerken,
en voor snoode booswichten uit te krijten, om de wachters te verschonen.
Maar door alle konstenaarijen was niets gevorderd geweest, indien 'er geen glimp gegeven,
en de wacht niet beveiligd ware.
Want de logengeest zegt met waarheid: HUID VOOR HUID, EN AL WAT DEN MENSCH HEEFT,
ZAL HY VOOR ZIJN LEVEN ZETTEN. Maar wat glimp konde die logen beter hebben, als den nacht?
De nacht, die alles met zijne duisternissen overdekt, scheen 't verdichtsel te begunstigen,
en dien lijk roof waarschijnlijk te maken.
De nacht was voorheen by den Landvoogd, als zorglijk voorgewend, en gezegt:
DAT MISSCHIEN DE DISCIPELEN ZOUDEN KOMEN BY NACHT. Neen JOODEN!, neen duisterlingen!
de waarheid van 't Euangelium haat alle bedekselen, en werken der duisternissen,
en bemint het licht: maar het geen zy voorgaven te vrezen,
zullenze nu de wachters voorgeven laten,
om 't bedrog te vernissen, ZEGT, zeggen die logenmeesters.
DE DISCIPELEN ZIJN 'S NACHTS GEKOMEN.
Als of de wacht des nachts voornaamlijk niet zorgen moest,
en des daags alleen waken.
De aarde was nog woest en doods,
en duisternis lag over de oervloed,
maar G ds geest zweefde over het water:
in het begin schiep G d de hemel en de aarde.
G d zei:
"Er moet licht komen!",
en er was licht.
ZO
is alles
ontstaan wat er
ontstaan is: de Geest
sprak "IK BEN"
menswordende in
alles
