nu gingen 2 graaf- & hakploegen aan weerskanten

van
de heuvel
tegenoverelkaar aan 't
werk & begonnen zich 'n weg te hakken &
beitelen door ongeveer 340 meter keiharde rots.

In
elke ploeg
was er één
man die hakte &
klopte & de anderen sleepten
de rotssteenbrokken weg in manden.
De smalle tunnel boort zich aldus slingerend door de heuvel:
we kunnen daaruit nu nog aflezen hoe de richting van het graafwerk telkens werd bijgestuurd ~ die twee ploegen,
die zonder kompas werkten en zonder enig ander verfijnd hulpmiddel om de richting te bepalen - waarschijnlijk volgden ze een spleet waar 'theater doorheensijpelde van de ene kant van de heuvel naar de andere - die twee stootten na zo'n zes of zeven maan-den ongeveer middenin de heuvel op elkaar! 't Is 1 van de meest verbazingwekkende technische prestaties uit de oudheid? Door de tun-nel werd de blootgelegde waterstroom omgelegd van het oosten van de heuvel naar wat een verborgen of versterkt punt even buiten de stadsmuur moet zijn geweest: tegenwoordig ligt 't open en bloot onder de zon & wordt de Silwan/Siloamvijver genoemd. [Daar had ik be-gin mei '67 m'n eerste nadere kennismaking met de islam na 't wassen van m'n stoffige bezwete kleren; ik verval in herhalingen - ook in '69 & '86 (?) waren dat verfrissende herinneringen (via vrouw/moeder/zoon) die me nog kraakhelder voor ogen staan!]! Één v/d arbeiders liet 'n inscriptie achter die hun zware werk beschrijft. De taal was Hebreeuws & 't schrift het lopende, Fenicische Alefbeit/alfabet. 'n Jonge architectuurstudent ontdekte de inscriptie in juni 1880 toen hij op 'n dag de duistere tunnel insloop waarin 't water tot de knieën reikte ~
toen hij rechtop ging staan, zag hij die inscriptie op 'n
gladgeëffend stuk muur, nog geen
meter boven de vloer
van de tunnel
vlakbij de
uitgang:
"OP
DEZE MANIER
VOND DE DOORBRAAK PLAATS ...
TOEN ER NOG DRIE EL TUNNEL MOEST WORDEN UITGEGRAVEN,
KLONK DE STEM VAN EEN MAN DIE ZIJN GABBER RIEP, WANT IN DE ROTS AAN DE RECHTERKANT WAS EEN SPLEET:
TOEN HET LAATSTE STUK ER WERD UITGEHAKT, HAKTE IEDERE GRAVER ZICH VERVOLGENS NAAR ZIJN MAKKER TOE, BIJL TEGEN BIJL, EN DE WATEREN BEGONNEN TE STROMEN VAN DE BRON
NAAR DE BEKKENS
..."!

Ik
(schrijft Chaïm
Potok) zag de inscriptie
in 't Museum van de Oosterse Oudheid in Istanboel:
ongeveer zeventig centimeter tekst, gebeiteld in witachtige rotssteen met een glad oppervlak; de steen ligt achter glas. Enkele vitrines verder kun je de kleine inscriptie zien die de Gezer Kalender heet & in 1908 werd ontdekt, 't relaas van 'n boerenjaar, ongeveer ten tijde van Sjlomo op zachte kalksteen opgeschreven door 'n schooljongen
engel hoogstwaarschijnlijk als vingeroefening.
Tot straks of
ietwat later
...
04 dec 2012 - bewerkt op 04 dec 2012 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende