't
Allerberoerdste
zowel toen als nu
waar ook ter wereld
zijn de kinderoffers die gebracht werden
in golven van collectieve waanzin, verdwazing,
winstbejag, domheid en gebrek aan echt 'alternatief initiatief'.
De lage moraal v/d Kana'anieten blijkt niet alleen maar uit hun seksuele perversiteiten,
maar ook uit het brengen van kinderoffers. Uit opgravingen blijkt dat kinderen van 3 tot 12 maanden op een altaar werden verbrand, of bij de bouw van een huis in een muur of fundament werden gemetseld,
of werden begraven onder de drempel van het huis. Dat allemaal om de afgoden zegen
en voorspoed af te smeken.
Over die kinderoffers lezen we
o.a. in Deut 12:31 & 2 Kon 3:27
& dat deze gewoonte door de Israelieten werd overgenomen,
lezen we in 2 Kon 16:3, Psalm 106:34-38 & Yirmeyahoe 7:31.
LO-TA'ASEH CHEEN LIEYAHWEH ELO-HEICHA KIE CHAL-TOAVAT YEHWAH ASJER SANEE ASOE LE'ELOHEIHEM KIE GAM ET-BENEIHEM WE'ET-BENO-TEIHEM YIESREFOE VAEESJ LEELOHEIHEM;
WAYIEKACH ET-BENO HABECHOR ASJER-YIEMLOCH TACHTAW WAYA'ALEEHOE OLAH AL-HACHOMAH WAYEHIE METSEF-GADOL AL-YIESRAEEL WAYIESOE MEEALAW LA'ARETS WAYASJVOE; WAYEELECH BEDERECH MALCHEI YIESRAEEL WEGAM ET-BENO HE'EVIER BAEESJ KETOAVOT HA-GOYIEM ASJER HORIESJ YEHWAH OTAM MIEPNEI BENEI YIESRAEEL;
LOOF DE EEUWIGE, WANT HIJ IS GOED, EEUWIG DUURT ZIJN TROUW:
wie kan zijn machtige daden verwoorden, wie de roem van de eeuwige laten klinken?
Gelukkig wie zich houden aan het recht en doen wat rechtvaardig is, telkens weer opnieuw.
Denk aan mij, eeuwige, uit liefde voor jouw volk, zie naar mij om wanneer jij 't komt redden,
dan zal ik jouw uitverkorenen gelukkig zien, vreugde vinden in de vreugde van jouw volk,
vervuld zijn van trots op jouw liefste bezit.
Wij hebben gezondigd zoals onze voorouders, wij hebben gefaald en kwaad bedreven.
Toen onze voorouders nog in Egypte waren, sloegen zij geen acht op jouw wonderen, dachten zij niet
aan jouw tekenen van trouw, & kwamen in opstand aan de oever van de Rietzee. Maar toch redde hij hen, tot eer van zijn naam, om aan hun zijn macht te tonen. Op zijn dreigen viel de Rietzee droog,
hij leidde hen door de diepte als door 'n woestijn. Hij redde hen uit de greep van hun haters,
verloste hen uit de greep v/d vijand & 't water bedekte hun belagers,
niet een van hen bleef in leven.
Toen hadden zij vertrouwen in zijn woorden en bezongen ze zijn roem,
maar snel vergaten zij wat hij gedaan had, ze wachtten niet geduldig zijn plannen af.
Onverzadigbaar was hun eetlust i/d woestijn, ze daagden "g d" uit in 't dorre land.
Hij gaf aan hun wat zij verlangden, zoveel dat ze erin stikten.
In 't kamp werden zij afgunstig op Mosjeh & op Aharon. de heilige dienaar v/d eeuwige.
De aarde opende zich: verzwolgen werd Datan & bedolven de bende van Aviram. Vuur verbrandde hun aanhang, 'n felle vlam heeft de schuldigen verteerd. Zij maakten 'n stierkalf bij de Choreev & bogen zich voor 'n dood stuk metaal! G d, hun eer, ruilden zij in voor 'n beeld van 'n dier dat gras eet?
Vergeten waren zij g d, hun redder, die iets groots had verricht in Egypte, wonderen i/h land van Cham, geduchte daden bij de Rietzee. Hij besloot hen uit te roeien, maar Mosjeh, de man die hij had gekozen, verdedigde hen, ging voor hem staan & wendde zijn dodelijke woede af. Zij weigerden 't begeerlijke land & stelden geen vertrouwen in zijn woord. Ze bleven klagend in hun tenten & wilden niet luisteren
naar de eeuwige.
Hij hief zijn hand & zwoer hen te doden i/d woestijn, hun nazaten te verspreiden & te doden
onder de volken, te verstrooien over alle landen. Zij verbonden zich aan de Ba'al v/d Peor & aten van offers voor de doden.
Ze griefden hem met hun [wan]gedrag & onder hen brak 'n plaag uit! Pinchas stond op & kwam tussenbeide, & de plaag werd bedwongen. 't Is hen toegerekend als 'n rechtvaardige daad, van geslacht op geslacht, tot in eeuwigheid.
Zij wekten zijn toorn op bij 't water van Meriva & brachten Mosjeh in moeilijkheden,
want toen zij zich verzetten tegen g ds geest sprak hij overhaast & onbezonnen. Zij roeiden de volken niet uit die de eeuwige hun had aangewezen, vermengden zich zelfs met hen &
ZE SPIEGELDEN ZICH AAN HUN DADEN,
VEREERDEN HUN GODENBEELDEN & RAAKTEN VERSTRIKT IN HUN NETTEN!
ZIJ BRACHTEN HUN ZONEN & DOCHTERS TEN OFFER AAN DE DEMONEN & VERGOTEN 'T BLOED VAN ON-SCHULDIGEN, 'T BLOED VAN HUN ZONEN & DOCHTERS,
GEOFFERD AAN DE BEELDEN
VAN KANA'AN!
'n Stroom van bloed ontheiligde 't land. Zij werden onrein door hun daden, overspelig was hun gedrag.
Toen ontstak de eeuwige in toorn, hij gruwde van z'n volk, z'n liefste bezit. Hij gaf 't i/d macht van vreemde volken & zij werden overheerst door hun haters, onderdrukt door hun vijanden: moesten zwichten voor hun macht.
Vele malen kwam hij hen bevrijden: zij volhardden in opstandig gedrag en zonken weg door eigen schuld!
Toch zag hij naar hen om, telkens als hij hen hoorde klagen in hun nood. Hij dacht weer aan zijn verbond met hen, zo trouw was hij dat hij deernis voelde & medelijden wekte bij allen die hen hadden weggevoerd.
Red ons, eeuwige, onze g d, breng ons bijeen uit de andere volken, dan loven wij jouw heilige naam & ver-kondigen trots jouw roem. Geprezen zij de eeuwige, de g d van Yisraeel, van eeuwigheid tot eeuwigheid ...
LAAT 'T HELE VOLK ANTWOORDEN: 'AMEEN!' HALELOEJAH! KIE-ASOE VNEI-YEHOEDAH HARA BE'EINAY:
de Yehoedeeers hebben immers gedaan wat slecht is in mijn ogen ~ spreekt de eeuwige: ze hebben de tempel waaraan mijn naam verbonden is, met gruwelijke afgodsbeelden ontwijd & in 't Hinomdal de offerplaats Tofet gebouwd om er hun zonen & dochters te verbranden. Ik heb dat nooit geboden:
ik heb dat nooit gewild. Daarom ~ spreekt de eeuwige ~, de dag zal komen dat er niet meer gesproken wordt over Tofet of 't Hinomdal, maar over 't Moorddal! Men zal de doden in Tofet begraven
tot er geen plaats meer is. Dan vallen de lijken van dit volk ten prooi aan roofvogels & wilde dieren,
& niemand die ze nog verjaagt: ik zal in de steden van Yehoedah & de straten van Yeroesjalayiem de vreugdezangers laten verstommen; bruid en bruidegom zullen niet langer van blijdschap zingen,
want heel 't land wordt 'n woestenij. 'n Ieder kan 't op z'n eigen korte & lange
vingers & tenen vermenigvuldigen, delen,
aftrekken, op- &
natellen
...