Hebt
dan acht
op malkander.
Is
iemant afgedwaald,
beschimpt, noch veroordeelt hem niet,
maar ziet daar in uwe eigene krachteloosheid,
en poogt hem weder op den rechten weg te brengen,
door den geest der
zachtmoedigheid.
Het geen
uwen broeder nu wedervaart,
kan aanstonds ook u wedervaren, als G d u op den zelven toets wil brengen,
en in den zelven, of vreeslijker smeltkroes
der elenden werpen.
Alle
kerkverdrukkingen
zijn nog niet ten einde,
en 't rijk van Yesjoe is nog alle rampen niet doorgeworsteld.
De Satan poogt onophoudlijk de gelovigen te ziften:
en zoud het doen, en de Kerk vernielen, 't en ware Yesjoea onophoudlijk voor ons bad.
Wat heeft die duizend-konstenaar al listen, om G ds kinderen te verlokken, en te doen struikelen.
Kloekmoedigen, gelijk Piet, en die op zich zelven stout zijn, door onkunde van zich zelven,
verbaast hy door schroomlijke verdrukkingen, en vreeze van nakende rampen.
Die geldgierig zijn, als Judas, stelt hy 't lokaas van winst en voordeel voor.
Die grootsheid, wellust, en andere aardsche vermaaklijkheden gezet zijn,
kittelt hy door ingebeelde zoetheid: en die hy door schrik niet kan bewegen,
zoekt hy door aangenaame zonden
te bekoren.
Zo
verleidde hy Eva,
onder schijn van eenen Engel des lichts.
Wederstaat hem, en hy zal van u vlieden.
Zegt, gelijk JC als hy van den Satan verzocht wierd:
daar staat geschreven.
Wie de H. Schrift
tot eenen grondslag neemt,
zal de verdrukkingen, en verlokkingen des Satans afweeren, en gewapend zijn.
Gelijk schichten, die men voorziet, weinig of niet kwetsen, om dat men die schuwen kan:
zo kan men zich nooit veiliger sterken,
dan met G ds woord.
Doet dan aan
de gantsche wapenrustinge G ds.
Strijdt den goeden strijd, blijft volstandig bij 't geloof, dat eenmaal den Verkoorlingen is overgeleverd.
Verlochent Yehosjoea niet; op dat hy u ten geenen dage
voor den zijnen belijde.
Die Opperherder zal eens
een eeuwig onderscheid maken, in dien grooten schitterdag
tusschen Gelovigen en Ongelovigen, tusschen schaapen en bokken.
Deezen zal hy aan zijne slinker- die aan zijne rechter-hand zetten:
deezen zullen tsidderen en volangstig uitroepen, bergen valt op ons! bergen valt op ons!
en bedekt ons voor 't aangezicht des Lams:
die zullen volvrolijk en juichende den Heiland
te gemoete gevoert worden.
Deezen zullen buiten gesloten worden
in de buitenste duisternisse, en in 't onbluschlijk vuur,
dat den Satan en zijnen heilloozen Engelen is toebereid: die zullen dat volzalig slotvonnis horen:
koomt gy gezegenden mijns Vaders, beerft dat Koninkrijk,
dat u bereid is van de grondlegginge
der weerelt.
Amen.