KA DB pag. 143 in 't 'tweede tijdperk' van "dien"/oordeel/zelfbeheersing: 't strenge Oordeel dat de donkere kant van g d laat zien ........
Onze Thora sprak daarom over de voortdurende strijd tussen goed & kwaad, stond (barstens)vol wetten, oordelen, ge- & verboden, & de verhalen die erin stonden, waren ook vaak nog erg gewelddadig & zeer wreed! Maar in 't Derde Tijdperk, dat van CHESED (liefde/genade) zou de Thora opnieuw goed & heilig zijn. De kabbala begon als een kleine, esoterische beweging maar zou (ooit) 'n massabeweging in het jodendom worden, & haar mythologie zou zelfs mensen zonder gevoel voor mystiek beïnvloeden.
Toen hun geschiedenis steeds tragischer werd, vonden de joden de dynamische G d v/d mystici aantrekkelijker dan de verre g d v/d filosofen & kregen ze steeds meer 't gevoel dat de gewone betekenis v/d bijbeltekst onbevredigend was & geen helderheid (meer) kon geven zonder de interpretatie van een over-geleverde traditie (als kabbala)!
In Europa kwamen de zg. christenen echter juist tot 'n tegenovergestelde slotsom? De franciscaanse geleerde Nicolaas van Lyra (1270- 1349) uit Normandië combineerde de oudere interpretatiemethoden met de nieuwe inzichten v/d scholastici: hij verdedigde wel 't gebruik v/d 3 'geestelijke betekenissen' v/d bijbel, maar gaf de voorkeur aan de gewone betekenis v/d historische exegese.
Hij had zelfs ook He-breeuws gedoceerd, was vertrouwd met 't werk van RaSJi & kende ook de aristotelische filosofie goed. Zijn POSTILLAE, 'n letterlijke exe-gese v/d hele bijbel, werd 'n klassiek leerboek ...
Andere ontwikkelingen lieten 'n toenemende ontevredenheid met de traditionele uitleg zien: de Engelse franciscaan Roger Bacon (ca. 1214 -1292) ergerde zich a/d scholastieke theologie & vond dat geleerden de Bijbel i/d oorspronkelijke talen moesten bestuderen. De vooral in Parijs werkzame Marsilius van Padua (ca. 1275-1343) was hevig verontwaardigd over de toenemende macht v/d gevestigde Kerk &
betwistte de pauselijke aanspraken op 't hoogste gezag over de Bijbel: voortaan zouden alle hervormers hun afkeer van pausen, kardinalen & bisschoppen combineren met 'n afwijzing van hun pretentie dat alleen zij konden bepalen wat de juiste exegese was.
John Wycliffe (ca. 1328-1384), docent aan de uiniversiteit van Oxford, was zeer vertoornd over de corruptie v/d Kerk & betoogde dat de Bijbel i/d volkstaal moest worden vertaald, zodat de gewone mensen niet meer van de priesters afhankelijk zouden zijn & zelf het woord van "g d" konden lezen.
"Christos zegt dat 't Euangelie in de hele wereld verkondigd moet worden," zei hij, en: "De heilige Schrift is een boek voor leerlingen, want het is gemaakt opdat alle leerlingen het zouden kennen."
William Tyndale (ca. 1494-1536), die de Bijbel in 't Engels vertaalde, stelde dezelfde dingen aan de orde: moest het gezag v/d Kerk boven dat van het Euangelie uitgaan of moest het eu-angelium 'hoger staan' dan de Kerk(en)? In de 16e eeuw zou dit ongenoegen uitbarsten in 'n ware wereldwijde revolutie op bijbelgebied die de (bij)gelovigen ertoe zou aansporen om alleen (nog maar) op 'De Schrift' zèlf te vertrouwen.
[En 'slavernij/mensenrechten'?]}~~~
